Spijkerkwartier vindt justitiebureau onnodig

Minister Sorgdrager (Justitie) lanceerde vorige week het idee justitiebureaus te vestigen in probleemwijken van grote steden. Meteen gingen stemmen op het Arnhemse Spijkerkwartier hiervoor in aanmerking te laten komen, een buurt die al jaren lijdt onder de overlast van drugshandel en prostitie. Maar de bewoners zitten niet om een justitiebureau te springen. “Wij hebben de problemen zelf al opgelost.”

ARNHEM, 15 JULI. Midden in het Spijkerkwartier ligt een schilderachtig terras. In een nabije 'watertuin' met rietpluimen en kunstwerken heerst de rust van het platteland. Ook dit is het Spijkerkwartier, de Arnhemse wijk die de afgelopen maanden telkens in het nieuws kwam met drugsverslaafden, heroïnehoeren, tippelaars, verboden horeca en een omvangrijke raamprostitutie.

Weinig mensen verwachten in het Spijkerkwartier de rust van een dure forenzenwijk aan te treffen, beaamt J. Bos, bewoner van de wijk en al vijf jaar voorzitter van de werkgroep Spijkerkwartier. “Af en toe verzorgen we rondleidingen door de buurt voor bestuurders uit andere steden. Die zijn dan helemaal verbaasd dat de wijk er zo anders uitziet dan ze verwachtten. Ze denken dichtgetimmerde panden aan te treffen, vervallen gebouwen, desolate straten. Maar niet zo iets.”

De buitenwereld ziet het Spijkerkwartier als een van de slechtste wijken van het land. Dat bleek vorige week weer, toen minister Sorgdrager (Justitie) naar buiten trad met haar idee justitiebureaus te vestigen in probleemwijken: een soort kantoor van waaruit justitie snel kan optreden tegen overlast. Een dergelijk bureau, zo klonk het direct al in Den Haag, zou goed kunnen functioneren in een wijk als het Rotterdamse Spangen of het Spijkerkwartier in Arnhem. De Gelderse hoofdstad werd met Amsterdam aangewezen als gemeente voor een proef met een dergelijk justitiebureau.

Het Spijkerkwartier is al lang in het nieuws vanwege drugsoverlast. De problemen begonnen in het begin van de jaren zestig, toen er de eerste bordelen werden gevestigd. Van oudsher is het Spijkerkwartier, ingeklemd tussen het NS-station Velperpoort en het centrum, een dure wijk, met grote herenhuizen uit het einde van de vorige, begin van deze eeuw. Grote panden voor de ambtenaren die uit Nederlands-Indië terugkeerden. Niet voor niets staat de Steenstraat, de doorgaande winkelstraat die langs het Spijkerkwartier loopt, vanaf het begin op de Nederlandse uitvoering van het Monopoly-bord. Dat was de tijd dat de straat nog allure en status had.

In de jaren zestig werden veel herenhuizen omgebouwd tot pensions voor de gastarbeiders, die uit Marokko en Turkije de Nederlander van zijn smerige karweitjes af moesten helpen. Ze werden onder weinig gastvrije omstandigheden in de pensions weggestopt - soms met tien man op een kamertje. De problemen liepen op. Schietpartijen, afrekeningen in de drugswereld en grote overlast maken het Spijkerkwartier tot probleemwijk nummer één in Arnhem. In de jaren zeventig komen buurt en gemeente in actie. Er wordt een werkgroep in het leven geroepen die in samenwerking met de gemeente met een even gedurfd als onmogelijk plan komt: de verplaatsing van de prostitutie naar een hoek van de wijk. “Het was in feite een onmogelijke missie, omdat de gemeentelijke overheid moest meewerken aan de verplaatsing van een illegale activiteit: de prostitutie”, zegt Bos. Door de seks-activiteiten te verplaatsen en te concentreren moesten ze beheersbaar worden. Eén hoek voor de raamprostitutie, de rest van de wijk probleemvrij, zo was de gedachte.

Dat bleek een misrekening. Het begon in de tweede helft van de jaren zeventig met vijftig ramen in de hoek bij het Velperpoortstation, in de Hertogstraat, de Karel van Gelderstraat en de kop van de Spijkerstraat. Maar al snel groeide het aantal ramen - tot de 235 die er nu nog verhuurd worden. De raamprostitutie trok hoerenlopers. Daardoor kwamen verslaafde tippelaars naar de buurt, die weer meer hoerenlopers aantrokken. Vervolgens kwamen de drugsdealers, de drugspanden en de illegale horeca. Binnen enkele jaren was het Spijkerkwartier een stad binnen de stad. Waar geen regels golden dan die van de drugsbaronnen, de dealers, de gebruikers en de pooiers.

De wijk verloederde en de bewoners zagen machteloos toe hoe de onderwereld bovengronds kwam. In de wijk liepen de verslaafden met spuiten over straat, werden mensen met messen bedreigd, werden portieken ondergepoept en ondergekotst door gebruikers. Huizen werden met grote hekken gebarricadeerd. Honkbalknuppels stonden bij de deur klaar, tuinslangen hingen gereed om de verslaafde met zijn drugs en zijn ontlasting het portier uit te spuiten. Er werd geklaagd bij de politie en bij de politiek, maar verder dan het stadium van de beloftes kwamen de gemeentelijke bestuurders eigenlijk niet. Er werd veel en langdurig over de wijk gesproken, maar daadwerkelijke oplossingen bleven uit, constateerden de bewoners.

Een enquête onder hen maakte eind vorig jaar duidelijk dat gemiddeld de helft van de bewoners last had van drugsoverlast. In de echte probleemstraten was dat meer dan negentig procent. Een kwart van de bewoners was bedreigd, fysiek of verbaal, terwijl meer dan een derde last zei te hebben van tippelaars. Van de inwoners (veelal hoger-opgeleiden en studenten) liet een kwart weten in verband met de overlast te willen verhuizen.

En toen werd in de loop van 1995 het Actiecomité Spijkerkwartier opgericht, een militante afsplitsing van de werkgroep, die met harde acties veranderingen eiste. Leden van het Actiecomité blokkeerden straten en rotondes, voerden acties in de dure wijken waar de burgemeester en wethouders wonen, verstoorden gemeenteraadsvergaderingen. Voor de harde hand van de actievoerders bleek de politiek wel gevoelig. Er verschenen plannen voor de verplaatsing van de prostitutie naar een industrieterrein aan de rand van de gemeente, er kwamen opvanggelegenheden voor drugsverslaafden en straatverboden voor gebruikers, er kwam een tippelzone en een verkeerscirculatieplan om de overlast van hoerenlopers-per-auto terug te dringen. En er kwam een politiepost, waar continu zeven agenten gehuisvest zijn, die direct optreden als er klachten uit de wijk komen.

Dat was de afgelopen maanden. En wie nu een lid van het Actiecomité vraagt hoe het gaat in de wijk, krijgt positieve verhalen. Een justitiebureau bij ons is echt niet meer nodig, wij hebben de problemen zelf al opgelost, zo klinkt het. Werkgroep-voorzitter Bos is het daar mee eens. Tijdens een rondleiding door de wijk laat hij weten weinig te voelen voor een uitvoering van de plannen van Sorgdrager. “Het is ons, dankzij heel goede mensen en veel inzet, gelukt zelf de problemen aan te pakken. In de Hertogstraat liepen nu normaal gesproken veertig verslaafden en veertig tippelaars. En nu? Niet een. Het was onleefbaar, maar het is nu beter. Een justitiebureau kan daar naar mijn idee weinig aan bijdragen. Ik vraag me af in hoeverre de politiek gewoon weer eens wil scoren met zoiets. Ik zet mijn geld liever op de plannen die er nu al voor de wijk zijn. Daar verwacht ik meer van dan van het project.”

Het enige waar een bureau goed voor zou kunnen zijn, zegt Bos, is een directe bestraffing van daders van vergrijpen en delicten. “We hebben hier een stuk of tien jongens die moedwillig de boel willen verzieken. Stel dat die gelijk een straf opgelegd krijgen, bijvoorbeeld een middag graffiti verwijderen of een dag straatvegen. Dat zou wel helpen, lijkt me.]

Dat is inderdaad een mogelijkheid, zegt persofficier van justitie mr. S. Buist op de achtste verdieping van het reguliere kantoor van het parket in Arnhem-Zuid. Hij spreekt lovend over de plannen van Sorgdrager. Het zal nog wel enkele weken duren voor er met alle partijen in Arnhem - waaronder gemeente en politie - gesproken is over de concrete invulling van Justitie in de Buurt (JIB) en over de wijk waar het bureau moet komen.

Het project past heel goed in de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, aldus Buist. Zowel de gemeente als de politie is op wijkniveau bezig met hulpverlening. Justitie doet dat met dit project ook. Het kan, zo luidt de verwachting, een snelle strafrechtelijke reactie geven na het plegen van een strafbaar feit.

Buist waakt evenwel voor al te hooggespannen verwachtingen. Je moet beginnen in één wijk met één proefproject, meent hij. En ook heeft het geen zin een zeer uitgebreid dienstenpakket aan te bieden. “Je kunt Justitie in de Buurt heel breed of wat simpeler aanpakken. Ik ben er een voorstander van dat we beginnen met de dingen waar justitie goed in is: het aanpakken van strafbare feiten, het inschakelen van hulpverlening en een snelle genoegdoening van slachtoffers van bijvoorbeeld een inbraak of mishandeling.” Daar ligt volgens Buist de meerwaarde: slachtoffer en dader weten direct waar ze aan toe zijn. “Het kan niet zo zijn dat een slachtoffer een half jaar lang moet wachten voor hij duidelijkheid heeft, iets wat nu regelmatig gebeurt.”

Buist ziet het als volgt voor zich: Het slachtoffer van een misdrijf meldt zich bij de politie en vervoegt zich vervolgens bij het justitiebureau om zicht te krijgen op het vervolg. “Je kunt de schrik niet wegnemen, maar je kunt wel duidelijkheid scheppen. En dat is ook bevorderlijk voor het verwerkingsproces.” Justitie verwacht dat een bureau in de wijk ook zal leiden tot meer meldingen van misdrijven en meer aangiftes. Die zullen, verwacht Buist, leiden tot meer aanhoudingen. “De drempel wordt lager. Het gevolg is een positief effect op de criminaliteit.” Het aanpakken van andere zaken, zoals het beslechten van geschillen of het bemiddelend optreden bij burenruzies is in eerste instantie heel nadrukkelijk niet de bedoeling, vindt Buist. “Een voorzichtige start is op zijn plaats.”

Hoe het bureau er concreet uit gaat zien, wil Buist nog niet zeggen. Daarvoor dient eerst gesproken te worden met andere betrokken partijen. Of Justitie in de Buurt (JIB), zoals het proefproject genaamd is, daadwerkelijk in het Spijkerkwartier gevestigd wordt, kan en wil justitie in Arnhem nog niet zeggen; de stad kent een stuk of vijf probleemwijken die heel goed een justitiebureau zouden kunnen gebruiken.