Soulzanger Maxwell blijkt hartenbrekende adonis

Concert: North Sea Jazz Festival, met o.a. Herbie Hancock, Brad Mehldau Trio, Nicholas Payton Quartet, Lou Donaldson Quartet, James Taylor Quartet, Maxwell. Gehoord: 13 en 14/7, Congresgebouw Den Haag.

De eenentwintigste editie van het North Sea Jazz Festival, gisteravond afgesloten met een simultaan New Yorks-Haags concert via internet, is bezocht door 69.000 mensen. De organisatie was beter dan voorgaande jaren. De doelstelling om gegeven de ruimte zoveel mogelijk mensen op zoveel mogelijk verschillende podia jazz en wat dies meer zij voor te schotelen, is zonder veel problemen bereikt.

In een van de verst afgelegen zalen - die dus zelden vol was - speelde zaterdag de jonge Amerikaanse pianist Brad Mehldau. Mehldau, die eerder deel uitmaakte van de band van Joshua Redman, bracht zijn uitstekend op elkaar ingespeelde trio mee. Zijn touché is zo fijn dat zijn interpretatie van de ballad When I fall in love bijna op een sonate van Skrjabin leek. Hij kan weinig toetsen indrukken, maar die gaan door merg en been.

Het nieuwste repertoire van de piepjonge stertrompettist Nicholas Payton bestaat uit oude stukken in de New Orleans-traditie en harmonisch verfraaid. Ook Paytons instrumentbeheersing maakt indruk. Hij oogde als een papventje, maar wat uit zijn trompet kwam klonk de ene keer verrassend furieus, dan weer schitterend omfloerst. Moeiteloos kreeg hij de zaal stil.

Hipper was de oude altsaxofonist Lou Donaldson, die een bluesact gaf in een zaal waar de meeste dansgroepen waren. Donaldson heeft de mooiste - een beetje geknepen - stem van alle jazz-instrumentalisten. Bovendien is hij grappig. Over een alcoholische echtgenote bijvoorbeeld: she puts whiskey in her coffee/ she puts whiskey in her tea/ she puts whiskey in her whiskey/ and all that she pours into me. En dat begeleid door een schmierende Lonnie White op Hammond B3.

Dansen kon uiteindelijk die nacht bij de Britse acid-jazzpionier James Taylor. Taylor speelde met zijn kwartet filmthema's na, van bijvoorbeeld Dirty Harry en Mission Impossible. Zijn redenering was dat dat wel goede muziek moet zijn, omdat er destijds zoveel geld voor is uitgetrokken. Die redenering gaat gedeeltelijk op. Taylor zweert zelf bij Hammond-orgel, maar hij kan nog wel het een en ander opsteken van de meesters van de jaren zestig, zoals Lonnie White.

Een van de grootste concerten op zondag gaf pianist Herbie Hancock. Zijn 'new standards', dat wil zeggen, bewerkingen van onder andere popliedjes van Stevie Wonder, Nirvana en Peter Gabriel, doen het live beter dan op cd. Hancock soleerde fenomenaal, al ontbrak vaak de opbouw. Wat dat betreft was zijn bassist, Dave Holland, beter op dreef, vooral in diens eigen stuk Dream of the elders.

Muzikaal lijnrecht tegenover de notenfabriek van Hancock en de zijnen stond het optreden van soulzanger Maxwell, die onlangs een hit had met Till the cops come knocking. Maxwell is een moderne adonis. Hij moet vele harten hebben doen smelten, en niet zonder reden. Hij kan zingen. Even hoog en sexy als Prince, maar dan met een jazzy intonatie.