S⊘rensen maakt slim gebruik van telefoontje broer

SUPERBESSE, 15 JULI. De wegkapitein kreeg zijn verdiende loon, Rolf S⊘rensen won zaterdag de dertiende etappe in de Tour de France. De Deense kopman van de Nederlandse Raboploeg won op schitterende wijze de rit naar Superbesse. Het was S⊘rensens tweede ritzege in de Tour. In 1994 zegevierde hij in de etappe naar Montpellier. In 1991 moest hij op weg naar Valenciennes zijn gele trui afstaan wegens een gebroken sleutelbeen.

S⊘rensen staat bij liefhebbers bekend om zijn koersinzicht en zijn fraaie rijstijl. Zijn bovenlichaam blijft in evenwicht, zijn pedaaltred oogst alom bewondering in het peloton. “Ik kijk vaak naar Rolf”, zegt ploeggenoot Michael Boogerd, die zijn ritzege in Aix-les-Bains mede te danken had aan S⊘rensen. “Van zijn manier van rijden kan iedereen wat leren.”

Elke trap was raak op het bochtige circuit van Superbesse. Op de laatste helling werden S⊘rensen en zijn medevluchters Rodriguez en Savoldelli ingelopen door Leblanc en Virenque, die in galop naar boven kwamen. In de sprint waren ze echter kansloos tegen S⊘rensen.

Voor de 31-jarige S⊘rensen was er gerechtigheid in Superbesse. In de etappe naar Gap was hij afgelopen dinsdag ook al dichtbij een ritzege. Toen werd zijn solotocht in het zicht van de finish onderbroken door het voortrazende peloton. Toen won Zabel de massasprint. Maar S⊘rensen had gedurende enkele tientallen kilometers duidelijk gemaakt dat zijn vorm weinig te wensen overliet.

“Ik wist dat ik nog een kans zou krijgen”, sprak S⊘rensen zaterdag na zijn overwinning. “Mijn broer had me nog gebeld om te zeggen dat ik de sprint hier van kop af moest aangaan. Het parcours was zo bochtig, dat je iemand voor je bijna niet meer kan passeren. Ik heb dankbaar gebruik gemaakt van zijn advies.”

Als zoon van de verdienstelijke coureur Jens S⊘rensen, die in enkele zesdaagsen een koppel vormde met Peter Post, kreeg hij het wielrennen met de paplepel ingegoten. Op 19-jarige leeftijd verhuisde de Deense juniorenkampioen naar Italië, dat hij in de loop der jaren als tweede vaderland is gaan beschouwen. Hij won de klassiekers Parijs-Tours, Parijs-Brussel en Luik-Bastenaken-Luik. In de Ronde van Italië won hij in de loop der jaren twee etappes.

In de Tour is hij een soort verlengstuk van Theo de Rooy. Daar waar de ploegleider in de volgwagen het overzicht verliest, deelt zijn kopman de lakens uit. Volgens De Rooy is de routinier onmisbaar in het ploegenspel. “Een fantastische coureur. Hij is tegelijkertijd kopman en wegkapitein.” S⊘rensen zelf geniet van zijn beschermde rol. “Ik ben blij dat ik een beetje leiding kan geven. De jongens zijn bereid naar me te luisteren. Gelukkig komt het meestal uit wat ik zeg.”