Robert Schumann

Schumann: Symphonies No 1 'Spring & No. 2 (Teldec, 4509-98320-2)

Hij was een typische pianocomponist - zo luidt een veel gehoord cliché over Robert Schumann. Zijn symfonieën zijn, volgens datzelfde cliché, veel te zwaar georkestreerde, uitgesponnen pianocomposities. Als dirigent Nikolaus Harnoncourt zich met Schumann gaat bezighouden, valt te verwachten dat zo'n cliché binnenstebuiten wordt gekeerd.

En ja hoor, al in de tweede alinea van de toelichting bij zijn opname van de symfonieën van Schumann, met het Chamber Orchestra of Europe, valt te lezen, dat Schumann volgens Harnoncourt juist heel orkestraal gedacht heeft en dat veel van zijn pianowerken een soort reducties zijn van de klank van een orkest.

De manier waarop hij in deze opname de eerste twee symfonieën uitvoert (de opname van de resterende twee verschijnt dit najaar) bewijzen Harnoncourts stelling. Door zorgvuldig bepaalde muzikale motieven uit te lichten, klinkt Schumanns werk ineens heel vanzelfsprekend. Zelfs als het volledige orkest speelt, blijft de klank helder en doorzichtig. Dat komt ook door de pittige tempi en door het felle, contrastrijke spel van de leden van het Chamber Orchestra of Europe (met de Nederlandse violiste Marieke Blankestijn als orkestmeester), dat onder leiding van Harnoncourt tot een belangrijk orkest is uitgegroeid.

Harnoncourt zegt eronder te lijden dat steeds weer muziekwetenschappelijke ontdekkingen van hem worden verwacht, terwijl hij niet veel meer doet dan het originele handschrift van een partituur bestuderen, eventueel aangevuld met het lezen van brieven van de componist. Dat zijn uitvoeringen toch zo 'authentiek' klinken, komt dan ook in de eerste plaats doordat hij een groot dirigent is, die zich in de componist en zijn tijd weet in te leven.