PvdA verkrampt over pensioenen

In Roermond is gevestigd 'Brentjens Handelsonderneming', een groothandel in hout. De wet bepaalt dat alle personeelsleden van Brentjens vallen onder het bedrijfspensioenfonds voor de handel in bouwmaterialen. Dat legt dwingend aan alle aangesloten werknemers dezelfde simpele pensioenregeling op: betaal 1.190 gulden per jaar en ontvang na pensionering een voor iedereen identiek pensioen van 4.950 gulden per jaar bovenop de AOW.

Directeur Brentjens wil graag zijn personeelsleden een royaler pensioen in het vooruitzicht stellen, namelijk een uitkering die in de buurt komt van 70 procent van het eindloon, zoals heel gebruikelijk in een meerderheid van de Nederlandse pensioenfondsen. Verboten.

Sociale partners, hierin gesteund door de PvdA, staan niet zomaar toe dat bedrijven een eigen regeling treffen voor hun personeel, ook al is die gunstiger dan de afspraak in de bedrijfstak. Wie nu precies schade zou kunnen leiden wanneer Brentjens bereid en in staat is hogere pensioenen te beloven is niet duidelijk, maar met name de PvdA hecht aan overzichtelijkheid en uniformiteit in pensioenland. Zuur voor de werknemers van Brentjens die natuurlijk nog steeds persoonlijk kunnen sparen voor de oude dag, maar dan de fiscale faciliteit missen die geldt voor alle Nederlanders die wel via hun pensioenfonds toe mogen werken naar een pensioen dat gelijk is aan 70 procent van het eindloon.

Zojuist publiceerde de PvdA fractie in de Tweede Kamer een nieuw pamflet over de pensioenen: 'een onbezorgde oude dag'. Met onbezorgd bedoelt de PvdA dan vooral dat de bestuurders van pensioenfondsen zich geen zorgen hoeven te maken. Heerlijk onbezorgd, zonder concurrentie door verzekeringsmaatschappijen en andere professionele financiële intermediairs. De verplichte winkelnering duurt voort. Zeker, de PvdA laat enige ruimte voor ondernemingen om een eigen regeling te treffen, maar die moet dan weer worden goedgekeurd door het betreffende bedrijfstakpensioenfonds.

Een typisch Nederlandse, maar voor een zuivere rechtsstaat toch wel heel vreemde gang van zaken, die sociale partners een dubbelrol geeft van speler en scheidsrechter. Dat sociale partners daar zeer aan hechten is evident, maar na alle wantoestanden in de administratie van de WAO, én de voortdurende spanningen wanneer bedrijven uitzonderingen wensen op een algemeen-verbindend verklaarde CAO, zou het goed zijn om nog eens eerlijk te bezien of zoveel macht voor sociale partners om al dan niet ontheffing te verlenen van hun eigen regelingen wel wijs is. Bij de aanvullende pensioenen is het antwoord op die vraag gemakkelijk te kwantificeren. In Engeland zijn geen verplichte pensioenfondsen voor complete bedrijfstakken, en daar was de gemiddelde opbrengst op de beleggingen van de pensioenfondsen over de afgelopen tien jaar meer dan 10 procent per jaar hoger dan de Engelse inflatie. In Nederland hebben bedrijven geen keuze en moet iedereen verplicht meedoen met een pensioenfonds in zijn of haar bedrijfstak, en gingen de opbrengsten op de belegde vermogens slechts 7,7 procent uit boven de Nederlandse inflatie.

Misschien lijkt zo'n verschil maar klein, maar berekeningen van de 'European Federation for Retirement Provision' laten zien hoe belangrijk het is dat bedrijven in vrijheid kunnen kiezen en pensioenfondsen wel degelijk de tucht voelen van de markt. In Engeland is een pensioenpremie van 5 procent per jaar voldoende voor een pensioen van 70 procent van het eindloon. In Nederland moet de pensioenpremie dubbel zo hoog zijn om een zelfde uitkomst te garanderen, uitsluitend en alleen omdat de Nederlandse pensioenfondsen suffer en minder alert beleggen.

Sommige Nederlandse pensioenfondsen doen al meer hun best om de deelnemers te bedienen met lagere premies en tegelijkertijd betere pensioenen. Pensioenfonds PGGM voor de gezondheidszorg heeft bijvoorbeeld het belang van aandelen in de beleggingen in één jaar tijd verhoogd van 32 procent naar 40 procent. Over een paar jaar wil PGGM voor meer dan de helft van het fonds beleggen in aandelen. Dat is goed nieuws voor alle werknemers in de zorg: zo kan hun pensioenfonds royaler uitbetalen bij lagere premies. Maar misschien zijn hier en daar een paar verpleegsters het wel niet eens met die verschuiving in de beleggingen en zouden zij hun pensioen liever opbouwen bij een conservatief pensioenfonds dat doorgaat met vooral te beleggen in Nederlandse staatsschuld. Van de PvdA mag niettemin niemand wisselen vanpensioenfonds en moeten de verpleegsters dus allemaal kiezen voor een fonds dat binnenkort hoofdzakelijk belegt in aandelen, terwijl elders in het land anderen een veel hogere premie betalen (of een meer bescheiden pensioen ontvangen) omdat hun bedrijfspensioenfonds vasthoudt aan de minder rendabele staatsschuld.

Waarom toch niet vrijheid en concurrentie toegelaten op de pensioenmarkt? Iedere 1 procent extra rendement die de pensioenfondsen kunnen bereiken door een alerter beleggingsbeleid levert het bedrijfsleven een premieverlaging op van 3 procent (of stelt bedrijven in staat om bij ongewijzigde premie fraaiere pensioenen te betalen). Socialisten merken vaak met recht op dat ongebreidelde concurrentie te harde gevolgen kan hebben voor de zwakkeren. Maar daar gaat het hier niet om. Houthandel Brentjens wil betere pensioenen betalen, zonder dat daardoor wie dan ook elders in de bouw een cent hoeft in te leveren. PGGM wil voor meer dan 50 procent in aandelen, en mij lijkt dat heel wijs, maar als sommige verpleegsters zo hun eigen ideeën hebben over de financiering van de pensioenen, welk doel bereikt de PvdA dan door geen enkel alternatief toe te laten? Laat de PvdA liever haar sympathieke zorg voor de zwakkeren in de samenleving tot uitdrukking brengen op terreinen waar dat wél nodig is. Voor wat betreft de aanvullende pensioenen heeft Nederland vooral behoefte aan meer concurrentie en meer vrijheid. Onze grote verzekeringsmaatschappijen, zoals Nationale Nederlanden en AEGON, beheren al miljarden ten behoeve van de pensioenen. Waarom mogen die gerenommeerde ondernemingen dan niet vrijelijk concurreren met de huidige pensioenfondsen om de gunst van de werknemers?

Mijn column over de CO2 bracht een welkome reactie van de Vereniging Milieudefensie (25 juni). Intussen stelden in de Verenigde Staten een groot aantal gezaghebbende experts een nieuw rapport op over het mogelijke verband tussen CO en 'global warming'. Een paar citaten: “Geen enkele wetenschappelijke studie die wij hier aanhalen heeft aangetoond dat veranderingen in de temperatuur veroorzaakt zijn door de toename in de CO2-concentratie.” “Geen enkele bekende studie heeft ook maar een deel van de tot op heden waargenomen verandering in de temperatuur kunnen toewijzen aan menselijke oorzaken.” “Iedere claim dat het wereldklimaat al veranderd is zal waarschijnlijk controversieel blijven totdat veel meer zekerheid bestaat over de determinanten van de wereld-temperatuur.”

Vreemd blijft het naar mijn mening daarom dat de Vereniging Milieudefensie heeft besloten om zoveel van haar activiteiten te richten op een gewenste gigantische reductie in de CO2-uitstoot. Er lijken zoveel andere terreinen te zijn waar Milieudefensie goed werk kan doen dat veel nuttiger is en niet zo speculatief.