PRE: tachtig suïcidepogingen asielzoekers

DEN HAAG, 15 JULI. In de periode vanaf 1 januari 1995 zijn er in Nederland onder asielzoekers tachtig zelfmoordpogingen gedaan. Twintig daarvan slaagden. De Europese vluchtelingenorganisatie Participating Refugees in Europe (PRE) maakte dit zondag bekend in het Radio 1-journaal.

PRE baseerde de cijfers op een eigen onderzoek. Met de cijfers wil de organisatie aantonen dat veel asielzoekers in ondraaglijke geestelijke nood verkeren. Zij pleit verder voor een betere registratie van het aantal zelfmoordpogingen.

Het Nederlandse ministerie van Justitie registreert alleen het aantal zelfmoorden en pogingen daartoe in de centrale opvangcentra. Volgens het Centraal Opvangorgaan Asielzoekers (COA) werden daar de laatste anderhalf jaar 23 suïcide-pogingen gedaan, waarvan er acht slaagden. Voor de decentrale opvang (zoals individuele woningen) worden dergelijke cijfers niet bijgehouden.

Een woordvoerder van COA vindt het moeilijk te reageren op het onderzoek van de Europese organisatie, omdat hij niet weet hoe het PRE aan de cijfers komt. “Wij weten niet waar ze gemeten hebben en wat ze wel of niet als een zelfmoordpoging beschouwen.” Het orgaan wil dit eerst met de PRE bespreken.

Extra aandacht voor de geestelijke nood vindt COA niet nodig. “Die heeft altijd al onze aandacht”, aldus de woordvoerder. “Wij houden dat goed in de gaten. Er is uitgebreide medische opvang in de centra en bij serieuzere problemen verwijzen we mensen door naar gespecialiseerde centra.”

Vluchtelingen en asielzoekers hebben vaak specifieke problemen, die te maken hebben met de reden waarvoor ze gevlucht zijn, aanpassing aan de nieuwe cultuur, onzekerheid over de toekomst en onbekendheid met de aard van de gezondheidszorg in Nederland. De meeste van deze problemen worden zo nodig behandeld bij de Riaggs.

Voor vluchtelingen met oorlogstrauma's is er sinds twee jaar een speciaal centrum in Noordwijkerhout.

De COA zoekt contact met de hoofdinspecteur van de geestelijke volksgezondheid om de situatie in kaart te brengen. Voor de decentrale opvang vindt de zegsman dat een zaak voor de gemeenten. Wel denkt COA samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een coördinerende rol te kunnen spelen.