Orient House is vooral een symbool

JERUZALEM, 15 JULI. In de ene kamer zit een Palestijn Israelische kaarten van Jeruzalem in te kleuren. In de andere zit een man met een particuliere zakenrelatie in Bologna aan de telefoon. En in de derde kamer zit helemaal niemand - die man is naar huis gegaan omdat zijn nieuwe gordijnen vandaag worden bezorgd.

Het contrast tussen het imago van Orient House, Arafats 'PLO-hoofdkwartier' in Palestijns Oost-Jeruzalem, en de werkelijkheid kan haast niet groter zijn. “Soms”, zegt een van de 120 medewerkers van Orient House, “heb ik zin om de Israelische soldaten die hier voor de deur de wacht houden, uit te nodigen en te zeggen: 'Kijk maar, er gebeurt hier echt helemaal niets'.”

Orient House, een feeëriek natuurstenen gebouw niet ver van de Oude Stad, is weer volop in het nieuws. De nieuwe Israelische regering laat geen kans onbenut om, via de media, duidelijk te maken dat zij Orient House zal sluiten als de politieke activiteiten daar niet worden beëindigd. Faisal Husseini, hoofd van Orient House en Arafats minister-zonder-portefeuille, slaat manhaftig terug. Premier Netanyahu's dreigementen, zegt hij, zijn een schending van de afspraken tussen Arafat en de vorige Israelische regering. “Dit is een regelrechte oorlogsverklaring.”

Maar alles wijst erop dat Israeliërs en Palestijnen beiden tegen beter weten in Orient House afschilderen als de drukke politieke bijenkorf die het in de gloriedagen was. Het verbale gevecht om Orient House lijkt voor beide partijen slechts als symbolische openingszet te dienen voor de onderhandelingen over wie straks wat krijgt in Jeruzalem. Meer niet.

Aan de overkant van de straat hangen Israelische soldaten met geweren op hun buik loom onder een boom. In een legerjeep luistert een soldaat met zijn kistjes op het dashboard naar de radio. De laatste keer dat deze soldaten in actie kwamen is alweer maanden geleden - niet tegen Palestijnen, maar tegen Israelische kolonisten die er begin dit jaar de orde kwamen verstoren. Sinds die episode zijn het de Palestijnen zelf die van Orient House een belegerde vesting maken. In de smeedijzeren toegangspoort is een tweede hokje gebouwd. Een hokje vol zware jongens met walkie-talkies. Tassen worden gecontroleerd. Zonder afspraak mag niemand het gebouw in. Een groep Amerikaanse burgers, sympathisanten van de beweging Vrede Nu, krijgt een roze badge op het hemd gespeld met visitor erop. Zij worden door een jonge Palestijn de historische trappen opgeleid. Het lijkt wel of het decorum toeneemt naarmate het bezoek minder status heeft.

Twee jaar geleden, toen ministers en andere hooggeplaatste buitenlanders Orient House nog frequent aandeden, was de ontvangst beduidend minder formeel. Aan die tijd herinneren slechts ontelbare uitvergrote foto's die overal aan de muur hangen. Faisal Husseini met James Baker. Faisal Husseini in gesprek met een Europese trojka-missie. Sinds Arafat in Gaza woont (twee jaar nu) mijden hoge Amerikaanse functionarissen Orient House stelselmatig. Europese ministers volgen sinds enkele maanden dat voorbeeld. Na de golf van bomaanslagen in februari en maart probeerde premier Peres zijn kansen op herverkiezing te vergroten door het Israelische volk te beloven dat hij Orient House zou sluiten als nog één minister het gebouw zou betreden. Via-via liet Peres Husseini weten dat hij dat dreigement na de verkiezingen zou intrekken. Omdat de Europeanen wilden dat Peres de verkiezingen won, speelden ook zij het spel mee. “Ik denk dat ook Netanyahu Orient House niet zal sluiten”, zegt een Europese consul in Jeruzalem, “maar we nemen het zekere voor het onzekere. Onze ministers mijden het gebouw om het open te houden.”

Pagina 4: Mr. Palestine in Jeruzalem 'is een keizer zonder kleren'

Zes jaar geleden werd Faisal Husseini, telg van een van de oudste families van Jeruzalem (die stelt dat ze van de Profeet afstamt), ineens tot Mr. Palestine gebombardeerd. Door Israel en Amerika, ironisch genoeg. Arafat woonde in zijn PLO-hoofdkwartier in Tunis. Israel weigerde met hem te onderhandelen. Het wilde alleen praten met Palestijnen uit de bezette gebieden, in de hoop de PLO in de diaspora buiten spel te zetten. Geen kandidaat lag meer voor de hand dan Faisal Husseini. Hij was gematigd, had standing en was wegens zijn rol in de intifadah acceptabel voor de Palestijnse massa. Tijdens de vredesonderhandelingen in Madrid en Washington werd Orient House de Palestijnse uitvalsbasis voor politieke activiteit. “We konden ontvangen wie we maar wilden, zolang we maar maskeerden dat het Arafat was die de Palestijnse delegatie vanuit Tunis dirigeerde”, zegt Salah Zukeikeh, medewerker van Husseini. “De Israeliërs knepen beide ogen dicht. Let wel, dat was de rechtse regering van Shamir.”

Na de Oslo-akkoorden (1993) werd Husseini van zijn sleutelfunctie ontheven. Israel begon druk uit te oefenen op buitenlanders om Orient House te mijden, met de bedoeling om de internationale aandacht van bezet Oost-Jeruzalem af te leiden. “Het was ook Faisals eigen schuld”, vindt Mahdi Abdel Hadi, directeur van de denktank Passia in Oost-Jeruzalem en lid van de Orient House-incrowd. “Faisal was te loyaal aan Arafat. Omdat Arafat geen alternatieve machtscentra tolereert, wilde die alle buitenlandse dignitarissen zelf in Gaza ontvangen. Faisal protesteerde daar niet tegen.” Een Palestijn die afgelopen winter de eer had aanwezig te zijn bij het gesprek van Husseini met een van de laatste bezoekende Europese ministers, Hans van Mierlo, zegt: “Het ging nergens over. Faisal vroeg subsidie en smeekte hem om druk op Israel uit te oefenen over Jeruzalem. Dat was dat. Ik heb hard gelachen over de consternatie in Nederland, na afloop.”

Husseini houdt zich alleen met de multilaterale vredesbesprekingen bezig - over regionale, toeristische en energieprojecten en dergelijke. Sinds de verkiezingen in Israel ligt dit tracé nagenoeg stil. Husseini is ook verwoed bezig zich op de kwestie-Jeruzalem te storten. Maar daarin strandt hij ook. Arafat wil die zaak, ontegenzeggelijk de meest gevoelige in de vredesonderhandelingen met Israel, in eigen hand houden. Op een Jeruzalem-conferentie vorig jaar in Kairo belette hij Husseini zelfs een toespraak te houden. Op het laatste moment stuurde hij een Palestijn uit Tunis om het woord te voeren. Ook ontdekte Husseini, niet voor de eerste keer, dat Arafat grote sommen ontwikkelingsgeld uit de Golf naar Gaza liet overmaken, in plaats van, zoals Husseini's bedoeling was, naar Jeruzalem. Husseini was razend en klaagde erover tegen iedereen die het maar horen wilde.

“Faisal is een keizer zonder kleren”, zegt een Palestijn uit Jeruzalem. Hij is niet de enige die de onttakeling van Husseini met leedvermaak gadeslaat. Husseini's internationale glansrol heeft in Oost-Jeruzalem veel kwaad bloed gezet. “Terwijl Israel onze huizen onteigende”, zegt een ander, “en onze identiteitspassen afpakte, zat Faisal te eten met de zoveelste CNN-ploeg. Hij voelde zich te belangrijk voor ons. Hij deed niets voor ons. En nu wil hij zich opwerpen als redder van Jeruzalem, samen met zijn neefjes in Orient House?”

Nu de onderhandelingen over Jeruzalem steeds dichterbij komen, klinkt dat verwijt steeds luider. Paradoxaal genoeg heeft Orient House niet alleen voor de internationale gemeenschap en Israel maar ook voor de Palestijnen zèlf elke functie verloren. Husseini probeert nu de Palestijnse intelligentsia naar Orient House te krijgen voor 'strategiebesprekingen' over de stadspolitiek. Maar bijna niemand komt opdagen. Zelfs niet nu Israelische bulldozers een Palestijnse begraafplaats omploegden om twee joodse wijken met elkaar te verbinden.

“Orient House is gereduceerd tot symbool van de Palestijnse claim op Oost-Jeruzalem”, zegt Adnan Odieh, een politiek analist uit Nablus die al tijden niet meer in Orient House is geweest. “Meer is het niet.” Dat Israel Husseini nu inschakelt om gesprekken met lagere Likud-functionarissen te voeren (zoals de burgemeester van Tel Aviv), betekent volgens hem niet dat de Israeliërs andermaal proberen Arafat te passeren. Ze gebruiken Husseini, denkt hij, om de wereld te laten zien dat Israel het vredesproces niet wil stopzetten. Tegelijkertijd weten ze heel goed dat Husseini hun niets te bieden heeft. “Toch zal Netanyahu wel tien keer nadenken voor hij Orient House sluit. Er is namelijk geen ander Palestijns symbool voor Jeruzalem. Sluiting betekent voor de Palestijnen dat ze de slag om de stad verliezen voordat de slag begonnen is. Als Netanyahu dat doet, breekt de hel los.”

Aan die symboolfunctie, en aan weinig anders meer, klampen de medewerkers in de schamel gemeubileerde kantoortjes van Orient House zich vast. Hun verhalen spelen overwegend in de verleden tijd. Ze knippen de kranten, verzorgen Husseini's afspraken met de mindere goden, en zijn om drie uur de deur uit. Om de centrale rol van hun institutie niet in de vergetelheid te laten zakken, overhandigen zij bezoekers een computeruitdraai van 'The Album of Orient House'. Het is een lijst van buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders die het gebouw sinds 1993 hebben bezocht. De laatste pagina is onvolledig. Van Mierlo's naam ontbreekt. De laatste regels bevatten tikfouten. 'Carlos Westendrop' en 'Gimmy Carter', januari 1996, werden kennelijk ingetypt door iemand die het nut er al niet meer van inzag.

    • Caroline de Gruyter