North Sea Jazz laat big bands herleven

Concert: North Sea Jazz Festival met de big bands van oa Carla Bley, Jon Faddis, Lucas van Merwijk, Chico O'Farrill en Laurent Cugny. Gehoord: 13 en 14/7 Congresgebouw, Den Haag.

Big bands zijn uit de tijd. Ze horen bij de jaren twintig tot veertig, toen zelfs grote solisten nog voor een prikje te strikken waren. Bix Beiderbecke door orkestleider Paul Whiteman, Louis Armstrong door Fletcher Henderson, Lester Young door Count Basie en Johnny Hodges door Duke Ellington. Met Glenn Miller danste Amerika de Tweede Wereldoorlog door, maar daarna liep de big band business gaandeweg af, ondanks de ambities van Stan Kenton en Woody Herman. Big bands waren bewerkelijk en werden duur, zoals ook Dizzy Gillespie tot zijn schade ervoer.

De enige big bands die tegenwoordig een lang leven leiden zijn die van amateurs, met name die afkomstig van Amerikaanse high schools. Ze hadden ook dit jaar op North Sea Jazz weer hun eigen zaal en wisten die vaak verrassend goed te vullen met hun eigen Count Basie's, Benny Carters en Goodmans.

De professionele big bands in het jazz circuit, 'ghost bands', fantasie- en projectorkesten, hebben één ding met elkaar gemeen: ze leven niet langer dan een hooikoorts-golf en proberen het opnieuw als de muggen zich melden, het liefst in het gezelschap van een sponsor. Zoals de Carnegie Hall Jazz Band van trompettist Jon Faddis, die sinds 1991 met vlagen van zich laat horen. Bekende stukken in een nieuw jasje steken, dat is de specialiteit van deze band, van Glenn Millers topdeun In the Mood tot John Coltrane's nekkenbreker Giant Steps. Het resultaat op North Sea was een nogal krampachtig soort 'vernieuwbouw' die noch de historicus noch de estheet bevredigde: het klonk wel anders, maar was het ook beter? Van Gillespie's historische klapstuk Things to Come werd wel het originele arrangement gespeeld maar de improvisaties van de twee solisten, Earl Gardner en Jon Faddis zelf, raakten samen opgeteld minder dan die van Dizzy van destijds.

Ook de bejaarde arrangeur Chico O'Farill, stomverbaasd dat hij nog eens gevraagd werd, refereerde aan Dizzy Gillespie en ook aan Charlie Parker. En terecht, want met allebei werkte hij samen, zij het bijna een halve eeuw geleden. Zijn Afro-Cuban Suite klonk nog bijna even fris als toen, al was het een zwaar gevecht met de platte Jan Steenzaal in Den Haag die zowel het laag als het hoog uit zijn orkest haalde.

De Nederlandse slagwerker Lucas van Merwijk, met zijn Cubop City Big Band werkzaam in hetzelfde idioom, had het in de Mondriaan Zaal een stuk gemakkelijker, het geluid kon hier vrijelijk de ruimte in vliegen. Het 18-mans orkest speelde dan ook voortreffelijk, met name in een uitgebreide versie van Wild Jungle met heel veel goed slagwerk. Dat dank zij zangeres Yma America Martinez ook de kijker bleef plakken, was voor Van Merwijk mooi meegenomen.

Nog meer zang was te horen bij het salsa-orkest van zanger/bassist Oscar D'Leon uit Venezuela. Helaas meende deze orkestleider op zaterdag zijn bandleden aan te moeten zetten tot instrumentale solo's. Het resultaat was verwarrend voor salsa-freaks en ronduit jammerlijk voor oprechte jazzfans; dit kunnen hun kinderen misschien niet zo luid maar in elk geval veel beter qua timing.

Beter bracht het orkest Indonesia Bandolero's Fiesta het er in dit opzicht vanaf. De Hoogspaanse zang uit de gordel van smaragd klonk voor Hollandse oren heel aanvaardbaar en de solo's van trompettist Didiet 'Pablo' Maruto hadden door het maffe kader - pure salsa uit Jakarta! - iets heel ontwapenends.

'Moderne' big band muziek was er tijdens het North Sea weekeinde ook, maar niet veel om echt warm van te worden. De voornamelijk door Europeanen bemande band van pianist/componist/arrangeur Carla Bley klonk ondanks de prettig scheurende trombonist Gary Valente te vaak als een knap 'bedenksel' om het publiek echt mee te slepen. Het Orchestre National de Jazz uit Frankrijk, onder leiding van Laurent Cugny, zocht het vooral in kleuren en geuren, maar verdomde het ook maar een seconde te 'zweten' en dat is op een festival funest.

Grote bands, grote ideeën en grote ego's, ze zijn in de korte zomer die de jazzfan is gegund maar zelden in een fraaie balans te brengen.

    • Frans van Leeuwen