Dialoog

Beste Daniela

Met vrees zien Franse journalisten en diplomaten het jaar 1997 tegemoet. Vanaf 1 januari zal Nederland namelijk gedurende zes maanden het voorzitterschap van de Europese Unie bekleden. Denk niet dat we twijfelen aan jullie vermogen om de Europese aangelegenheden in goede banen te leiden. Verre van dat.

Denk ook niet dat we terugschrikken bij de gedachte jullie land te moeten bezoeken, een land dat bijzonder mooi is, iets waar veel Fransen voor wie Nederland niet verder strekt dan Amsterdam, geen idee van hebben. Nee, wat ons tegenstaat is het idee dat we genoodzaakt zullen zijn er te . . . eten. Het is een vooruitzicht waar onze Franse magen tegen in opstand komen. Iedereen herinnert zich hoe in 1991 in Maastricht de voltallige pers vergiftigd werd door het eten van bedorven aardappelsalade: een unieke gebeurtenis in de geschiedenis van Europese Top-ontmoetingen. De enige die niet door dit onheil werd getroffen, en daarmee auteur was van het enige 'artikel' dat aan deze vergadering van staatshoofden werd gewijd, was George Bortoli, een journalist van de Franse televisie, die vanwege een rechtstreekse uitzending niet in de gelegenheid was aan de gewraakte maaltijd deel te nemen. Het is een voorval waaruit blijkt welke plaats 'eten' in Nederland inneemt. Want er wordt slecht gegeten in jouw land, hopeloos, ten hemel schreiend slecht. Nergens op mijn rondreizen door Europa of in andere landen van de wereld trof ik een volk dat zo weinig gesteld is op lekker eten. Ja, ik generaliseer, maar de strekking is duidelijk. Zelfs de Britten slagen erin te genieten van hun stoofvlees met munt en van hun 'pudding'. Naast het huis dat mijn familie bezit in de Corrèze ligt een camping waar 's zomers hele volksstammen Nederlanders neerstrijken. Nooit tref je ze aan in de kleine restaurantjes. Ze hebben hun caravans volgestouwd met Goudse kaas en Hollandse aardappels.

Het gaat mij er niet om de superioriteit van de Franse keuken te verdedigen, ik wil een lans breken voor de liefde voor het proeven op zichzelf. In landen als Italië, Spanje, Portugal en in welk ander land dan ook, schept men er genoegen in om smakelijke gerechten klaar te maken, en deze langzaam en met liefde op te eten. Maar in Nederland wordt de indruk gewekt dat voeding iets mechanisch betreft, slechts bedoeld om de machine van brandstof te voorzien. Het lijdt geen twijfel dat deze houding ten opzichte van voedsel, basis van het leven, illustratief is voor de houding van de Nederlanders ten opzichte van het fenomeen genieten. 'Geniet zonder remmingen!' stond in mei 1968 op de Parijse muren te lezen. Het wordt tijd dat deze aanmaning op de gevel van alle Nederlandse restaurants wordt aangebracht. Voedsel, net als liefde en drugs (nietwaar?), maakt het leven de moeite waard. Als jullie de Franse diplomaten, in plaats van een stapel broodjes en een glas melk, een goede maaltijd hadden voorgezet, was die kwestie over drugs tussen onze regeringen al voor de helft opgelost. Trouwens, jullie lijken het belang van een goed bord eten al te hebben ingezien: je ziet steeds meer buitenlandse restaurants in Nederland. Maar zou dat het einde van Nederland betekenen? Waar Lodewijk XIV, de grote genieter bij uitstek die jullie volk van streng protestante handelaars verafschuwde, niet in slaagde met oorlog, daarin slaagt misschien wel de oprukkende buitenlandse keuken...