Chinees eist geld Japan

TOKIO, 15 JULI. Een 82-jarige Chinees heeft 20 miljoen yen (ruim 300.000 gulden) schadevergoeding geëist van de Japanse staat, omdat hij nooit excuses heeft ontvangen voor de dwangarbeid waartoe hij tijdens de Tweede Wereldoorlog door dit land werd verplicht.

De man, Liu Lianren, vertelde vandaag voor een tribunaal in Tokio hoe hij zich na zijn ontsnapping uit de kolenmijn waar hij door de Japanse autoriteiten was tewerkgesteld, tot lang na de oorlog verborgen hield in de bergen. De Chinees werd in september 1944 van zijn bed gelicht in zijn huis in de oostelijke provincie Shandong en vervoerd naar de mijn Meiji Kohyo op het eiland Hokkaido in het noorden van Japan.

Daar leed hij onder het gevaarlijke werk dat hij moest verrichten, het slechte eten dat hem werd verstrekt en de vernederende behandeling door zijn bewakers. “Ik heb honger, kou en ziekte verdragen”, verklaarde Lianren ten overstaan van het tribunaal. “Dat ik dit heb overleefd is een wonder”.

In juli 1945 nam Lianren de benen. Niet wetend dat Japan zich reeds had overgegeven en dat de oorlog was beëindigd, hield hij zich dertien jaar lang, tot februari 1958, schuil in de bergen. Eenmaal terug in China, schreef hij brieven naar de Japanse autoriteiten waarin hij tevergeefs vroeg om een spijtbetuiging en een geldelijke schadeloosstelling.

Volgens de Japanse regering kan echter geen enkele schadevergoeding meer worden uitgekeerd aan de slachtoffers die hebben geleden onder het machtsmisbruik van Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog, omdat de zaak op regeringsniveau al is beklonken.

China heeft het idee van schadevergoeding laten varen nadat dit land in 1972 diplomatieke betrekkingen aanknoopte met Japan. (AFP)