BOEM, BOEM, BOEM OP WEG NAAR GOUD

Judoka Angelique Seriese is de eerste Nederlandse medaillekandidaat die in Atlanta in actie komt. Ze is komende zaterdag al aan de beurt. “Met minder dan goud ben ik teleurgesteld. Maar ik ben ook maar een mens. Eén zwak moment, één foutje en je ligt op je rug.”

Ook voor de Olympische Spelen van Atlanta heeft Angelique Seriese voornamelijk met mannen getraind. In Nederland zijn er geen vrouwen voorhanden die haar voldoende tegenstand kunnen bieden. “Ik zit in de zwaarste klasse, dus kan ik geen kant op. En lichtere meiden staan echt niet op mij te wachten. Ik oefen bij de centrale trainingen weleens met Karin Kienhuis of Claudia Zwiers, maar dan ben ik bang dat ik ze blesseer. Dan houd ik me altijd wat in.”

En Monique van der Lee dan? Seriese: “Monique wil niet mij trainen. Waarom niet? Dat moet je aan haar vragen.”

Van der Lee, ook +72 kilo, verloor de strijd met Seriese om het ene startbewijs voor de Spelen. “We gaan best wel normaal met elkaar om”, zegt Seriese. “Ik denk dat er respect voor elkaar is.” Maar medelijden met de Europees kampioene alle categorieën heeft ze niet. “Dat had ze in 1992 ook niet met mij. Toen ging zij naar de Olympische Spelen en ik niet. Topsport is keihard. Je bent zo de klos. Monique heeft eerlijk verloren. We hadden goede afspraken gemaakt.”

Dat was ook haar duidelijke eis na de Spelen van '92. Seriese wilde “die ellende van toen” niet opnieuw meemaken. Van der Lee werd al voor Barcelona aangewezen toen ze in 1991 succes boekte bij het EK en WK. Dat Seriese haar concurrente daarna verschillende keren versloeg en Nederlands- en Europees kampioen werd, maakte niets meer uit. Seriese stond machteloos en overwoog zelfs even met een Belg te trouwen om dan namens de zuiderburen naar de Spelen te kunnen. “Eén ding wist ik destijds zeker: het mag naast de mat nooit meer misgaan.”

Ze traint eigenlijk ook liever met mannen. “Hun judostijl is anders dan die van vrouwen. Ze zetten én meer kracht én ze zijn beweeglijker. Het gevoel is gewoon anders. Ik kan er veel van leren.” Op de sportschool van haar trainer Chris de Korte in Hoogvliet weten ze al niet beter meer dan dat Seriese met de mannen op de mat staat. “Alleen in het begin was het even wennen. Zo'n jongen die tegenover me stond, snapte er dan even niets van. Die groette mij en boem. Het heeft geen zin om met mannen van mijn eigen gewicht, 96 kilo, te gaan judoën. Daar heb ik niets tegen in te brengen, of het moet een recreant zijn. Nee, ik mag iemand van rond de tachtig kilo uitkiezen.”

Haar broer Harry is haar favoriete sparringpartner en begeleider. “Hij begrijpt me, weet precies wat ik nodig heb. Hij stelt zich altijd heel behulpzaam op en doet in de aanloop naar een toernooi alles wat ik wil. Daar hebben we weinig woorden voor nodig. We doen ook altijd samen de warming-up. Met mijn trainer Chris de Korte erbij vormen we een hecht trio. Ik heb verder niemand anders meer nodig.” Broer en zus hebben altijd dezelfde hobby gehad, het judo. Harry Seriese is vijfeneenhalf jaar ouder dan Angelique. “Maar ik noem hem altijd mijn broertje.”

Ze had het ook niet erg gevonden om pas op de laatste dag van het olympisch judotoernooi in actie te komen. “Ik weet waarvoor ik er naar toe ga. Ik laat me niet afleiden en draai domweg mijn partijen. In 1988 in Seoul was ik als laatste aan de beurt. Dat was geen enkel probleem.” Nu is ze de eerste. “Ook best. Ik vind het wel leuk om die poespas van zo'n Olympische Spelen mee te maken. Dan kan ik ook eens ergens anders gaan kijken, bij volleybal of boksen bijvoorbeeld.”

Als Seriese wint, zal ze zich na afloop wel moeten inhouden omdat de andere judoka's nog in actie moeten komen en geen tijd hebben om te feesten. “Ik ben toch niet zo'n feestvarken. Ik vind het gezellig om met bekenden wat te gaan drinken. Dat is alles. Je bent van tevoren heel lang met zo'n wedstrijd bezig, maar als je dan wint, oké, dat is het dan. Het gevoel erbij duurt niet zo lang. Dat is best vreemd. Nee, ik zou het geen afknapper willen noemen. Het is gewoon nu eenmaal zo.”

“De mooiste momenten zijn meteen na zo'n finale. Je zou eigenlijk meteen de mat moeten kunnen afstappen, omkleden en dan je gang kunnen gaan. Maar dat zit er nooit in. Je moet naar de prijsuitreiking, de dopingcontrole, de pers. Voordat je klaar bent, is het al weer laat. Bedtijd. Bij het WK van vorig jaar lag ik op de kamer met Jenny Gal. Die lag al te slapen toen ik binnenkwam. Zij moest nog judoën. Dus kwam ik heel zachtjes op mijn tenen binnen. Maar ik was wel wereldkampioen geworden. Heel stom was dat.”

Seriese, afgelopen vrijdag 28 jaar geworden, voelt zich sterk en beseft dat ze als regerend Europees- en wereldkampioene in Atlanta favoriet is voor het olympisch goud. “Met minder zou ik teleurgesteld zijn”, bekent ze. “Maar ik ben ook maar een mens. Heb je één zwak moment of maak je één fout, dan lig je op je rug. Dan is het voorbij. Kijk maar naar Monique van der Lee in Barcelona. Die was toen ook favoriet, maar kon al na vier minuten haar tas inpakken.”

Een eerste plaats in Atlanta levert Seriese een premie van 60.000 gulden op. “Het gaat om het judo. Aan iets anders denk ik niet, dus ook niet aan geld. Laat ik eerst maar eens zorgen dat ik die medaille haal. Maar natuurlijk ben ik blij als ik straks die enveloppe krijg.”

ANGELIQUE SERIESE 28 jaar Judoka Tweede Olympische Spelen. Won eerder goud in Seoul (1988) waar vrouwenjudo demonstratiesport was.

Grootste olympiër aller tijden?

“Carl Lewis.”

Welk boek neem je mee naar Atlanta?

“Geen. Ik lees nooit. Voor een boek moet je stilzitten en dat kan ik niet.”

Naast wie wil je daar aan het ontbijt zitten?

“Weet ik niet. Het maakt me niets uit.”

Wat mag er in Nederland niet gebeuren als je in Atlanta bent?

“Daar maak ik me geen zorgen om. Het leven zal gewoon doorgaan.”

Wie verdient er een gouden medaille?

“De besten moeten winnen.”

    • Hans Klippus