Zoersel'96 op Domein Kasteel van Halle: een gevoel van vervreemding; Parktentoonstelling negeert de natuur

Tentoonstelling: Zoersel '96, Domein Kasteel van Halle (Gemeentehuis Zoersel), Monnikendreef 5, Zoersel, België. T/m 7 sept. Di t/m zo 14-19u. Catalogus 500 Bfr.

In het gemeentepark van de Belgische gemeente Zoersel heeft David Lamelas twee bomen verbonden met een brug. Rondom de bomen liet hij een stelling aanbrengen met trappen waarlangs je tot onder het bladerdek kan klimmen, om eventueel over te steken naar de andere boom.

En ondertussen kun je 'de kruin bestuderen of beter naar de vogels luisteren', zo staat in de catalogus van 'Zoersel '96'.

Maar zo makkelijk komt de natuur niet tot bij de mens. Dat merk je als je boven staat. Dan zijn de bladeren alleen nog storend en klinken de vogels even ver weg als altijd.

Lamelas' werk is vooral een attractie, maar het maakt wel duidelijk dat wie de kloof tussen mens en natuur wil dichten vaak het omgekeerde bereikt: een gevoel van vervreemding.

Daar lijkt verder iedereen in deze tentoonstelling van uit te gaan. 'Zoersel '96' mag dan wel in een park plaatsvinden, er wordt niet met de natuurkrachten gestoeid. De kunstenaars bekijken het park als een cultureel gegeven, of negeren het gewoon. Over vogels en bomen zwijgen ze in alle talen.

Hun werk is 'nadenkend' en 'meditatief', aldus medewerker van het Openluchtmuseum Middelheim Menno Meewis. Hij is de derde gastconservator die door de vereniging 'Kunst in Zoersel' wordt uitgenodigd, sinds men rond 1990 besloot om de parktentoonstellingen uit de lokale sfeer te halen.

Meewis wilde deze editie een duidelijk profiel meegeven. Hij vermeed werk dat op een anekdotische manier op de omgeving inspeelt. Twee algemene regels van 'Zoersel' moesten wel intact blijven: wie in vorige edities aan bod kwam, wordt geen tweede keer geïnviteerd, en alleen Belgen komen in aanmerking.

Dat de laatste stelregel dit jaar wat losser mocht, heeft tot gevolg dat drie van de elf kunstenaars buitenlanders zijn die vaak in België werken: de Argentijn David Lamelas, de Duitser Marin Kasimir en de Amerikaan Peter Downsbrough.

Het werk van de laatste twee is meteen een toonbeeld van distantie en nadenkendheid. Downsbrough speelde een raadselachtig taalspelletje met de zijgevel van het kasteeltje dat als gemeentehuis fungeert. Hij sneed het woord 'open' in twee, plakte een helft tegen de gevel en de andere helft aan de onderkant van een zwart metalen frame. Kasimir plaatste eenvoudige structuren - de ene keer een rijtje bakstenen, de andere keer een schaalmodel van een gevel - oog in oog met een gebogen spiegelwand, die de vormen breed doet uitwaaieren.

Wat Kasimir en Downsbrough ook duidelijk willen maken, in hun didactische afgewerktheid komt hun werk nogal saai over.

Philip Van Isacker voegt er een scheut pathos bij. Hij heeft twee messingplaten voorzien van bevlogen inscripties: op de ene staat 'endless and again', op de andere 'just dirt in the ground'. Op een derde plaat ligt een arm, eveneens in messing. 'Nomadische sculpturen' heten deze werken. Mij doen ze eerder aan gewichtige grafschriften denken.

Het is kennelijk niet eenvoudig om via kunst een prangende uitspraak te doen over de natuur. Misschien is het niet toevallig dat de beste werken in 'Zoersel '96' zich nauwelijks wat van het park aantrekken.

Marthe Wéry heeft zich teruggetrokken in de oude schuur. Voor de kleine lichtopeningen bracht ze doorzichtige plexi-platen aan, die ze behandelde met fosforiserende verf. Ze grijpt nauwelijks in, ze laat gewoon de gedempte atmosfeer van de ruimte even oplichten.

Ook Guy Mees is naar binnen gevlucht, en ook hij doet niet meer dan de ruimte onderstrepen. Letterlijk dan. In een plaatsje vooraan het koetshuis schilderde hij net boven de vloer een dunne rode band, een plint die alleen bestaat uit verf. Hij benadrukt de ruimte door haar 'naad' met kleur te strelen.

Richard Venlet heeft zestien paaltjes door het park verspreid. Ze bestaan uit niet meer dan een stokje met bovenaan een witte, platte cirkel. Je komt ze regelmatig tegen, en telkens staan ze even vrolijk niets te doen.

Leen Voet liet een replica van haar werkkamer totaal ontheemd tussen de bomen achter. Het is een intrigerend beeld. Van de originele ruimte blijft alleen een metalen skelet over, de muren zijn vervangen door ruitjesgaas, en tegen de wand leunen enkel twee schilderijen waarop je strak geschilderde binnenzichten van de echte kamer ziet.

Toch staat in Zoersel één werk dat je blik op dit park binnenste buiten keert. Op het grasperk achter het gemeentehuis zette Joëlle Tuerlinckx een prefab-bouwloods, waarvan ze het venster bedekte met zwarte folie. Als je die loods binnenstapt en naar buiten kijkt, lijkt het hele park in een vreemde, rossige duisternis gedompeld. De ingreep is simpel, het beeld magistraal; en het blijft je achtervolgen, ook als je weer buiten bent. Plots lijkt ook het 'gewone' zonlicht, zelfs heel het park en alles wat we voor werkelijk nemen één grote regietruc.

Het is alsof je enkel nog in het geënsceneerde hiernamaals van de natuur rondwandelt.

    • Dirk Pültau