Vrije tijd

JAAP LENGKEEK: Vakantie van het leven. Over het belang van recreatie en toerisme

244 blz., Boom 1996, ƒ 45

Wie geregeld met de trein naar en van Parijs reist is vroeg of laat getuige van opgewonden tijdingen over Eurodisney: “Ja, je moet er wel drie kwartier voor in de rij staan, maar als je ziet hoe echt ze zo'n wildwest-goudmijn hebben nagemaakt, dan is het 't wel waard. En iedereen praat Engels!”. Het oudere echtpaar in bergschoenen en kniebroeken schikt zich noodgedwongen in de rol van toehoorder. Maar vertedering wint het van misprijzen als blijkt dat het stel tegenover hen, dat niet uitgepraat raakt over de snufjes van het pretpark, het uitje als huwelijksgeschenk heeft gekregen.

Vakantie van het leven gaat over dergelijke smaakverschillen in de vrijetijdsbesteding, en over de invloed die overheid, verenigingsleven en consument hebben op de keuze voor bijvoorbeeld natuurbeleving of passieve recreatie. In het kleine Nederland zijn die keuzes vaak vraagstukken van ruimtelijke ordening. Lengkeek, socioloog aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, is specialist in de materie maar heeft met deze publicatie een breed publiek willen uitleggen wat er zo belangwekkend is aan vakantie. In de eerste paar hoofdstukken is de lezer getuige van de ontwikkeling van het naoorlogse denken en beleid rond de vrijetijdsbesteding, de 'problematisering' van de zaak. Na 1980 bemerkt hij dat de deskundigen en de overheid zich kleiner maken ten gunste van de marktwerking. Uit dat historisch overzicht van nota's en projecten blijkt ook dat Lengkeek het voornamelijk op openluchtrecreatie heeft voorzien, en dat bijvoorbeeld sport en museumbezoek nauwelijks zijn aandacht hebben.

Het derde en het vierde hoofdstuk zijn filosofisch van aard, en onderzoeken aan de hand van denkers als Herbert Marcuse, Jürgen Habermas en Pierre Bourdieu hoeveel vrijheid er nou eigenlijk in vrije tijd steekt. Immers, ook de dolste vakantievierder heeft wel eens het gevoel dat hij maar gestuurd wordt. Langs de stenige paden van de Frankfurter Schule en de Franse sociologie klimt Lengkeek op naar het begrip 'contrastructuur' dat de cultureel-antropoloog Victor Turner gebruikte in verband met de middeleeuwse pelgrimage. Het komt dan een beetje als een anti-climax te vernemen dat de vakantieganger op zoek is naar 'een andere wereld dan de alledaagse', een wereld vol onbekende mogelijkheden. De wetenschapper lijkt de glossy folders gelijk te geven. Liefhebbers zullen zich echter getroost voelen door het aardige stuk over de watersport, die model staat voor de contrastructuur.

In de laatste twee hoofdstukken zoekt Lengkeek een uitweg uit dilemma's als 'massa-recreatie versus natuurbehoud', en 'overheidszorg versus marktregulering'. Van een beleidssocioloog zal het niemand verbazen dat die uitweg een middenweg is, en dat de tegenstellingen bezworen worden met 'open ruimte', 'zonering', 'conflictbeheersing' en, vooral, 'nergens te veel van iets'.

Ondertussen bevat het boek merkwaardig weinig sociologische verbeeldingskracht. Tussen platte beschrijving en omhoogstrevende theorie schuilt een leemte. Na de historische inleiding over de recreatiepolitiek ziet de lezer reikhalzend uit naar de regels van het spel dat tussen departementen en pressiegroepen gespeeld wordt. ANWB, provincies, sportvissers en milieugroeperingen treden namelijk in steeds wisselende competities tegen elkaar in het veld. In plaats daarvan wordt hij op duistere sociale filosofie vergast. Met enige moeite ontdekt men daarin een paar ideeën die het boek toch de moeite waard maken. De kritiek die Lengkeek op het begrip 'echt' levert, zoals dat door de bezoekers aan Eurodisney gebruikt wordt, en zijn twijfel aan de zinnigheid van nieuw 'oerbos' in het landschap zijn behartenswaardig. Ook een van de betere ingevingen van de Wageningse socioloog is dat zelfs het alledaagse leven tegenwoordig als 'vurrukkulluk' verkocht wordt. Een nieuwe levensstijl afficheert zich overal waarin de ordinairste dingen, van onderbroek tot automobiel, doortrokken zijn van exotische sensaties. Des te verbazender is de herhaalde legitimatie die Lengkeek voor vakantie aanvoert: het alom aanwezige rationalisme, de verdrongen seksualiteit en het gebrek aan passie in de moderne maatschappij.