Voor Birma's oppositieleidster telt de tijd niet

RANGOON, 13 JULI. Die kaarsrechte rug op dat halvemaansbankje! Dit keer een brokaatkleurige longyi - de lange rok die vrijwel alle vrouwen en mannen in Birma dragen - om de wespentaille. Aung San Suu Kyi. We voeren een gesprek in haar oude, vervallen huis in koloniale stijl aan het Inya-meer in Rangoon. In de spreekkamer hangen foto's van vader en van Suu Kyi met haar ouders.

Aung San Suu Kyi spreekt keurig Oxford-Engels (ze studeerde in de Britse universiteitsstad). De antwoorden zijn beknopt, ze is fel, corrigerend soms - “Nee, dat ziet u helemaal verkeerd”.

Behalve haar woonhuis staan op het uitgestrekte erf te midden van kokospalmen en bananenbomen nog een mengelmoes van andere gebouwen en hokjes, waar de stafleden van haar Nationale Liga voor Democratie (NLD) hun werk verrichten. Een reeks banieren van de partij hangt aan de binten van een van de schuren. Dit terrein is de meest bespioneerde plek van Birma, waar taxichauffeurs niet voor de deur durven te stoppen en agenten aan de poort regelmatig een kijkje komen nemen.

Hoewel sinds een jaar haar huisarrest is opgeheven, betekent dit nog niet dat ze overal kan gaan en staan. “Ik verlaat mijn huis niet vaak”, zegt ze, “een enkele keer voor een kort bezoek.” Toen ze eerder dit jaar een poging in het werk stelde om naar de noordelijke stad Mandalay te reizen had het treinrijtuig dat haar was toegezegd “een mechanisch defect”. Haar Britse echtgenoot Micheal Aris en hun twee zoons Kim en Alexander mogen een enkele maal op bezoek komen, de laatste keer was met Kerst 1995. Suu Kyi mag overigens het land wel verlaten, graag zelfs wat het leger betreft, maar dan komt ze er niet meer in.

Aan het eind van de jaren tachtig toonde u zich zeer optimistisch over een ommekeer in de Birmese politiek en het verdwijnen van de junta. Dat optimisme is nog niet uitgekomen.

Gedecideerd en kortaf: “Democratie zal er komen. Het besef dat dit systeem zo niet kan doorgaan, groeit. De situatie is nu volledig anders dan in 1988 (tijdens de volksopstand), toen de mensen vooral emotioneel reageerden. Birmezen weten nu dat er een oppositie bestaat, men laat het verstand werken.”

U heeft de mensen voorgehouden dat ze zich niet tegen het leger als zodanig moeten richten, maar hoe kunnen Birmezen vertrouwen hebben in de militairen?

“Elk land heeft een leger nodig, het gaat er alleen om het leger op de juiste plaats te krijgen. Wij zijn niet het eerste land ter wereld waar een militair regime zal plaatsmaken voor democratie. Als het elders lukt, waarom dan niet hier? Er is uiteindelijk niets geheimzinnigs aan de samenwerking tussen een regering en het leger, mits dat binnen democratische verhoudingen gebeurt.

De regerende militaire Staatsraad voor Orde en Gezag (SLORC) begon in 1994 een dialoog met u, die daarna door hen is stopgezet. Weet u waarom?

Fel: “De gesprekken die ik met de militairen voerde kun je moeilijk een dialoog noemen. Zij wilden mij vertellen wat ik moest doen, zo werkt het natuurlijk niet. Wat de NLD betreft blijft de deur voor een gesprek altijd openstaan, maar van ons gaat het niet uit, wij hebben wel andere dingen te doen dan de hele dag te zitten wachten op de SLORC.”

Verwacht u hulp uit het buitenland?

“We kunnen onszelf best redden en hebben geen enkele verwachting van andere landen. We vragen alleen van de internationale gemeenschap dat zij erop toeziet dat de Universele verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties in Birma wordt geïmplementeerd.”

Hoeveel van uw aanhangers zitten nog vast sinds de arrestaties van mei en juni?

“Van negentig mensen hebben we nog niets gehoord. Dat hoeft niet te betekenen dat zij allemaal nog in de cel zitten, in dit land is het soms moeilijk om contact met elkaar te leggen. Van veertig NLD-leden die sinds mei zijn opgepakt weten we zeker dat ze nog niet vrij zijn, onder hen bevinden zich zes parlementariërs.”

Waarom laat het regime uw 'samenkomsten bij het hek' toe, denkt u?

“Dat kunt u beter aan henzelf vragen.”

Dat laatste zegt ze met een stem vol spot. Aung San Suu Kyi weet heel goed dat de Birmese junta niet aanspreekbaar is op wat voor politiek onderwerp dan ook. Typerend voor de houding van de SLORC was de ervaring van de nieuwe Nederlandse ambassadeur, Van den Assum (standplaats Bangkok), die dit voorjaar haar geloofsbrieven in Rangoon kwam aanbieden. Vragen met de geringste politieke ondertoon werden beantwoord met “u moet vooral onze fraaie tempelstad Bagan gaan bezoeken”.

Suu Kyi zegt dat de bijeenkomsten bij haar huis het bewind niettemin een doorn in het oog zijn en dat alles wordt gedaan om er een einde aan te maken. “Mensen die naar de samenkomst willen of er net vandaan komen worden bedreigd, bespioneerd en gefotografeerd. Het is voor mijn aanhangers een opoffering om hier te komen.”

Meteen na de onafhankelijkheid van Birma namen verscheidene etnische minderheden de wapens op tegen de centrale regering. Hoewel het leger de laatste jaren met vrijwel alle verzetsbewegingen wapenstilstanden heeft gesloten blijft het etnische vraagstuk boven Birma hangen. Sommigen vrezen zelfs dat Birma een tweede Bosnië wordt en in stukken uiteenvalt als de NLD aan de macht komt.

Aung San Suu Kyi: “De vergelijking met Bosnië gaat volledig mank. Juist het gebrek aan vrijheid verdeelt dit land. Wij zijn voor een Unie van Birma, waarin alle volkeren hun eigen plek kunnen hebben. In ons land is in tegenstelling tot in Bosnië nooit sprake geweest van onverdraagzaamheid. Boeddhisten, moslims en christenen leven harmonieus samen.”

Wacht even, de moslim-bevolking in het westen van het land (de rohingya's) zijn de afgelopen jaren zwaar vervolgd.

“Dat had niets met godsdienst te maken en alles met de gewelddadige politiek van de SLORC, die boeddhistische boeren naar de moslimgebieden overbracht.”

Intussen gaat het heel goed met de economie van dit land. Birma haalt groeicijfers van rondom de acht procent.

“Er zit veel lucht in deze economie. De Birmese economie is een ballon die heel langzaam leegloopt. In de eerste plaats is zij niet gebouwd op een sterk fundament. Hier is geen sprake van een open-markteconomie, dit is crony-kapitalisme. Alleen een kleine groep van geprivilegieerden heeft toegang tot de mogelijkheid om zaken te doen en erop vooruit te gaan. Men spreekt wel van het 'doorsijpeleffect', maar ik geloof daar niet zo in. Natuurlijk profiteert een deel van de bevolking mee, maar dat zijn maar bitter weinig mensen. Vergeet niet dat het grootste deel van de mensen, 80 procent, op het platteland woont, en daar heerst armoede.

En kijk eens naar de buitenlandse vestigingen. Hotels, bierbrouwerijen, restaurants: dat is niet iets waar dit land op zit te wachten. Voor de bevolking levert het niets op, de produkten zijn voor de meesten te duur en het regime maakt er goede sier mee. Vaststaat ook dat veel bedrijven in Birma zijn gesticht met behulp van drugsgeld en dat ondernemingen van de overheid worden gefinancierd met drugsgeld. Mooie partners zijn dat voor buitenlandse ondernemingen.''

Als uw Nationale Liga voor Democratie aan de macht zou komen, welk economisch beleid mogen we dan verwachten?

“In principe zullen we vasthouden aan een markteconomie met dien verstande dat iedereen, in tegenstelling tot nu, een kans heeft zich te ontplooien. Ook de mensen op het platteland.”

Hoe moet het nu verder met Birma en met u? De situatie is volledig vastgelopen, twee partijen die in het geheel niet meer met elkaar spreken.

“Daar hebben wij het nooit over, de tijd telt niet voor ons. Het volk van Birma wil verandering en geen regering, hoe repressief ook, kan dat op termijn negeren.”