Verzet tegen Betuwelijn duur en tijdrovend

De Raad van State is bezig met het behandelen van de beroepschriften tegen de Betuwelijn. Het maken van bezwaar kost zo veel tijd en geld, dat een aantal betrokkenen daar tegen protesteert.

DEN HAAG, 13 JULI. De kleine actiegroep GRIP ('Groessen in protest') bij Arnhem had een paar duizend gulden bij elkaar geschraapt om een advocaat in te huren. Na twee dagen is het geld op. De behandeling van beroepschriften tegen de Betuweroute, waar de Raad van State maandag aan begon, blijkt geld en ook tijd verslindend. Betrokkenen en zelfs een enkele advocaat hebben er - schriftelijk - bezwaar tegen gemaakt.

“Onze advocaat wil ons komende maandag nog bijstaan, maar daarna moeten we echt iets nieuws verzinnen”, zegt T. Woltjer van GRIP. Hij wanhoopt niet: “De kas is wel vaker leeg geweest, onze leden zijn gelukkig nogal creatief.” In ieder geval zal GRIP deze keer een beroep doen op de gemeente, want juridische hulp is nodig. “Wij weten wel heel veel van de zaak af, maar juist juridisch ligt dit allemaal erg ingewikkeld, het gaat niet zonder een specialist”, aldus Woltjer.

De Raad van State heeft de laatste tijd niet minder dan 177 beroepschriften ontvangen tegen de Planologische Kernbeslissing Betuweroute. Na onderzoek door de eigen onafhankelijke adviseurs besloten de staatsraden de behandeling ervan op te delen in enkele algemene onderwerpen, waarna vanaf augustus twaalf verschillende tracé-gedeeltes aan bod komen. Het is de eerste keer dat het zo gaat en experts op het gebied van bestuursrecht zijn er niet erg gelukkig mee.

Deze week kwamen om te beginnen de bezwaren van “formele en procedurele aard” aan de orde. Daaronder vielen ook de uitkomsten van de milieu-effectrapportage (MER) en de geluidsoverlast. Verder werden bezwaren tegen de financïele onderbouwing van het project aangehoord. “We hebben berekend hoeveel appellanten we per dag konden hebben. Zo kwamen we op twaalf dagen, plus nog eens vier dagen voor de algemene kwesties”, zegt B. Veenman van de Raad van State. In de diverse agenda's zijn verder twee dagen in september vrij gehouden, mocht het schema niet toereikend zijn. “We konden toch moeilijk zeggen: het is te groot, te complex, we beginnen er niet aan. Tegelijk wilden we voorkomen dat we twaalf dagen lang steeds weer dezelfde overwegingen zouden horen. Vandaar dat we de algemene zaken naar voren hebben gehaald”, aldus Veenman.

Hij bevestigt dat sommige advocaten voorafgaand aan de openbare behandeling kritische vragen hebben gesteld over de gekozen aanpak. Maar geen van hen wil onder eigen naam of die van het kantoor een toelichting geven: “Het is nu eenmaal niet zo handig om kritiek op de rechters te spuien, wanneer je volop in een procedure zit.” De kritiek betreft in de eerste plaats de periode: “Precies in de vakantietijd, als veel mensen het land uit zijn.” Een advocaat van een groot kantoor in Rotterdam zegt: “Bij deze behandeling blijkt dat de gewone burger of de kleine actiegroep het niet meer op kan nemen tegen de staat. Het is een beleid van ontmoediging. De hier ingezette machtsmiddelen zijn te sterk en te talrijk.”

Op dit kantoor zijn twee advocaten goed ingevoerd in het “anderhalf meter hoge dossier” van de Betuwelijn. “Het betekent dat vervanging niet aan de orde is, je kunt je niet laten waarnemen door een collega”.

Zijn collega van een Amsterdams kantoor zegt: “Voor iedereen, maar zeker voor particulieren is het een enorme belasting”. Wie de Betuwelijn wil tegenhouden moet er veel tijd en geld voor over hebben, zeker als hij juridische hulp nodig heeft. “De boer wiens land doorsneden zal worden, de zwakkere die vecht voor behoud van een eigen stukje land, zij hebben juridische bijstand nodig. En het wrange is dat het op deze manier onbetaalbaar is geworden.” Bovendien: welke kleine zelfstandige kan vier of zes dagen vrij nemen om zijn beroepschrift te verdedigen?

De praktijk wijst uit dat in vrijwel ieder beroepschrift eerst een aantal algemene zaken aan de orde komt en daarna de kanttekeningen betreffende de streek of het eigen erf. “Bijna iedereen maakt bezwaar tegen de milieu-effectrapportage en de aanvaardbaar geachte geluidsoverlast. Met de behandeling van het traccé-deel dat op jou van toepassing is, ben je dus zo al drie of vier dagen kwijt. Dat is dan dertig of meer uren tegen een tarief van tussen vier- en zeshonderd gulden per uur, exclusief btw”, rekent een van de raadslieden voor. Hij heeft zijn cliënt - een middelgrote onderneming - het advies gegeven enkele keren zelf te gaan, zonder advocaat.

Maar is het werkelijk nodig dat iemand een hele zittingsdag aanwezig is? “Dat is materieel zeker van belang. Vooral wanneer de 'verweerder' (de minister van verkeer en waterstaat, het kabinet) aan het woord komt. Als diens beweringen niet worden weersproken, zouden de staatsraden die voor waar kunnen aannemen”, aldus een advocaat die op de eerste zittingsdag 's avonds, toen de verweerder eindelijk aan de beurt was, vrijwel niemand meer in de zaal aantrof. Hij vindt dat dus niet verantwoord, maar wel begrijpelijk: “Stel dat je 's morgens aan de beurt bent geweest voor een toelichting op je beroepschrift. Daarna komen de anderen, dat duurt uren en uren. En vervolgens is de minister aan de beurt en stelt de Raad een aantal vragen. Daarna kun je reageren. Niet iedereen wil of kan zo lang wachten.”

Woltjer (GRIP) beaamt dat: “Het is heel moeilijk om de hele zitting lang te blijven. Afgelopen maandag lukte ons dat niet, iedereen had 's avonds weer een andere vergadering. En volgende week, wanneer de bezwaren tegen de bandbreedte van de lijn worden behandeld, moeten we 's avonds weer in Duiven zijn. Daar komen ambtenaren van het ministerie op bezoek bij de gemeente in een laatste poging B en W over de streep te trekken.”

Voor de verontuste raadslieden verdient de 'oude' aanpak veruit de voorkeur. “Gewoon elk beroep afzonderlijk in behandeling nemen. Dan weet iedereen precies waar ie aan toe is. Je kunt tevens een vrij nauwkeurig tijdschema maken, waardoor mensen niet een hele dag op hun beurt moeten wachten. En er is vast wel iets te verzinnen waardoor we kunnen voorkomen dat de verweerder tientallen keren hetzelfde verhaal moet houden.”

De woordvoerder van de Raad van State is het er na een snelle berekening mee eens dat de totale afhandeling op deze manier zeer waarschijnlijk nog enkele dagen korter had geduurd. Naar verwachting valt de beslissing op de beroepschriften eind dit jaar. Daarna breekt weer een onzekere periode aan. Want niemand weet welk effect die uitspraken op de uitwerking van de plannen hebben en wat de minister en het kabinet er precies mee doen.