Russen

IGNOTUS: Russische toestanden

218 blz., M Bondi 1996, ƒ 44,50

Het Russische volk krijgt niet de regering die het verdient. Zo kunnen we de strekking van het boek Russische toestanden, in 1904 geschreven door een zekere Ignotus, samenvatten. Achter dit Latijnse pseudoniem, dat staat voor de onbekende, gaat de vooraanstaande Nederlandse predikant Pieter Johannes Kromsigt schuil. Hij was een theocraat die er verlichte denkbeelden op na hield. Was dat de reden dat hij dit boek publiceerde onder een pseudoniem, waarachter hij zijn ware identiteit lange tijd wist te verbergen? Met welk doel trouwens was hij naar Rusland getogen, naar Odessa, waar hij zijn manuscript dagtekende? Woonde hij daar? Verrichte hij zendingswerk? Het voorwoord bij deze heruitgave geeft er niet afdoende antwoord op.

Kromsigt was uitermate goed geïnformeerd, zoals blijkt uit zijn kennis van 's lands wetten en financiën, de censuur, de gevangenissen en de bureaucratie. Die informatie kreeg hij van de redacteur van het liberale tijdschrift Osvobozjdenie (Bevrijding) Pjotr Struve, een econooom en historicus, door wiens verlichte denkbeelden hij zich schijnt te hebben laten inspireren.

De slavernij, die in 1861 formeel was afgeschaft had volgens Kromsigt diepe sporen in het volkskarakter achtergelaten, vooral in de onderste lagen van het volk, die geen kans hadden met de westerse beschaving in contact te komen. Successievelijk bekritiseert hij de edelman als een kleine satraap, grenzeloos in zijn lusten, de Grieks-orthodoxe geestelijken als 'handlangers van het absolutisme' en de koopman - de koepets - als een 'curieus samenstel' van een Aziaat ('wegens zijn ruwe onbeschaafdheid'), een Harpagon ('wegens zijn gierigheid') en een Amerikaanse miljardair ('wegens zijn pronkzucht'). Allen waren corrupt tot op het bot.

Voor de Russische regering heeft hij geen goed woord over. Ze 'loog en liegt voor haar onderdanen, zij loog en liegt voor het buitenland, de haar onderdanige bladen liegen, de ministers liegen'. Een 'zwelgpartij van leugens', die wordt gesymboliseerd door het rijkswapen, de tweekoppige adelaar - dezelfde roofvogel die nu voor menige Rus de verpersoonlijking is van twee werelden: oost en west. Geen wonder dat de gewone Rus, de moezjiek (boer) een fatalist is, constateert Kromsigt. 'Hij gelooft vast en zeker aan een noodlot' en toont een 'grote berusting', die zich kenmerkt door de uitspraak 'Nitsjevo' - dat is niets!

De berusting van het Russische volk, de versuffing, leidt tot lijdzaamheid, maar vormt ook haar 'grote innerlijke kracht'. Die kracht bestaat in het 'benijdenswaardige, diepe christelijke geloof van het Russische volk'.

Slechts de intellectuelen zouden in staat zijn een bres te slaan in het feodalisme, zij zouden de sociale evolutie in gang moeten zetten, meende Kromsigt aan de vooravond van de mislukte burgerlijke revolutie van 1905. In 1917 zou een andere intellectueel - Lenin - wel slagen. Maar veranderde daarmee het regime wezenlijk van karakter? Leek hij niet meer op zijn voorgangers dan wij wilden geloven?

Terecht constateert Hubert Smeets in zijn voorwoord dat het in het westen 'wel gepast [was] om Lenin als marxist weg te zetten, maar niet om hem als Russische politicus af te schilderen'. De ideologie die hij uitdroeg was van minder betekenis dan het systeem-denken ten tijde van de Koude Oorlog toestond. Zijn pogingen, en ook die van zijn opvolgers, tot modernisering van de maatschappij strandden hopeloos.

Negentig jaar later vertoont Kromsigts politieke pamflet een hoge mate van actualiteit, omdat hij de onderstroom van de Russische maatschappij, de traditionele Volksgeist, goed doorzag. Een onderstroom van traditionalisme, die ook na de val van het Sovjet-imperium, zoals Smeets beweert, de 'consumptiemaatschappij' parodieert. Kromsigt weet in ieder geval zeker hoe het Russische volk zich in geval van nood weer zal gedragen. Het zal de 'gordelriem een paar gaten nauwer om zijn vermagerd lichaam aanhalen en, het oog op de toekomst gevestigd, in het bewustzijn van zijn grote innerlijke kracht', zeggen: 'NITSJEVO'.

    • Hans Olink