Roofvogels

Naar aanleiding van het interessante verslag van mevrouw De Boo (Z 6 juli) over haar bezoek aan de roofvogelwerkgroep Drenthe is mij het volgende opgevallen: De heer Bijlsma en mevrouw Quist spreken over hetze en hypocrisie van de jagers met betrekking tot roofdieren en speciaal roofvogels. Deze vogels zijn door goede zorgen zeer in aantal toegenomen en bij de wet beschermd.

Net zoals er blijkbaar stropers onder politiemensen gevonden kunnen worden, zullen deze ook onder jagers voorkomen. Maar dat betekent niet dat het merendeel van de politiemensen en jagers stropers zouden zijn. Het aantal weidevogels is verminderd door allerlei oorzaken, waarvan de toename van het aantal buizerds er een zal zijn. Waarom is dat onruststokerij? Er is een aparte vogelwerkgroep die zich met weidevogels bezig houdt. Deze groep heeft niets met jagers te maken. We geven in Nederland subsidie voor padden-oversteekplaatsen, kikkerpoelen, cerviducten, dassentunnels. We importeren lieveheersbeestjes tegen bladluizen. Achter al deze projecten staan belangengroepen, op ideële dan wel financiële grondslag berustend.

Ik kan alleen concluderen dat 'de jagers' (wat zou er gebeuren als in plaats hiervan een allochtone bevolkingsgroep zou worden ingevuld!) kennelijk als bedreigend worden ervaren door de heer Bijlsma en mevrouw Quist, of moet ik zeggen als concurrent?

Eten of gegeten worden. Ook de mens behoort tot het dierenrijk.