President Haags tribunaal vraagt internationale steun

DEN HAAG, 13 JULI. President Antonio Cassese van het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië heeft gisteren de internationale gemeenschap opgeroepen het tribunaal te steunen en mee te werken aan de arrestatie van oorlogsmisdadigers.

“Als aangeklaagden de kans houden om de rechtsgang te blokkeren, is dat een signaal aan alle dictators en alle staten die het niet zo nauw nemen met mensenrechten, om te doden en te martelen”, zei Cassese gisteren op een persconferentie, in antwoord op een vraag welke maatregelen volgens hem de VN-Veiligheidsraad moet nemen om de Bosnisch-Servische leiders Karadzic en Mladic te arresteren. “De Veiligheidsraad mag het tribunaal niet machteloos laten. Dat zou het totaal verkeerde signaal zijn.”

Cassese probeerde ook de schade te beperken die was ontstaan donderdag door een verkeerd persbericht. De Franse rechter Jorda was gisteren woedend uitgevallen naar de persafdeling van het tribunaal, over een zinsnede in het persbericht waarin de Servische president Milosevic werd gekoppeld aan de misdaden die door de Bosnische Serviërs zijn begaan.

Die zin was de persafdeling opgevallen in een van de laatste versies van een rechterlijk besluit over de aanklachten tegen Radovan Karadzic en generaal Ratko Mladic, dat donderdagmiddag zou worden voorgelezen door Jorda na de hoorzittingen van de afgelopen twee weken over de Bosnisch-Servische leiders. Vlak voor de voorlezing was de zin er echter uit gegaan en vervangen door een veel neutralere observatie over de mogelijke betrokkenheid van Servië bij de oorlog in Bosnië. De persafdeling, die het ook bij de voorlezing - in sneltreinvaart - niet was opgevallen dat de zinsneden onuitgesproken bleven, trok het gewraakte persbericht in zijn geheel in, maar het kwaad was al geschied.

Cassese maakte duidelijk dat de rechters in het besluit de aanklager wezen op een aantal kwesties die verder onderzoek verdienden. Zo waren de plekken waar de Bosnische Kroaat Drazen Erdemovic volgens zijn eigen verklaring honderden mensen heeft geëxecuteerd, niet in de aanklachten tegen Karadzic en Mladic opgenomen.

Verder werd Karadzic in de eerste, algemene aanklacht (met onder meer de etnische zuiveringen en de sluipschutters in Sarajevo, de tweede aanklacht behandelt uitsluitend de val van Srebrenica) nergens direct verantwoordelijk geacht voor moord en mishandeling. Hem werd als leider van de Bosnische Serviërs alleen verweten geen einde te hebben gemaakt aan het geweld.

De rechters vonden dat de aanklacht met zijn persoonlijke verantwoordelijkheid moest worden aangevuld. In een derde paragraaf over aanvullend onderzoek adviseerden de rechters de aanklager om te onderzoeken of behalve door Karadzic of Mladic ook elders “besluitvorming op hetzelfde of een hoger niveau” heeft plaatsgehad.

“Dit impliceert”, aldus Cassese, “dat een minister van defensie of een leidende politicus mogelijk de hand in bepaalde acties van de Bosnische Serviërs heeft gehad.” Net zo min als rechter Jorda noemde Cassese gisteren de naam van de Servische president Slobodan Milosevic. Niet uitgesproken door Jorda was een zinsnede dat er communicatielijnen bestonden tussen Karadzic en Milosevic en evenmin - zoals gisteren ten onrechte in deze krant stond - dat er een “plan was een nieuwe staat te bouwen via de weg van geweld, dat op het hoogste Servische politieke en militaire niveau was bedacht.”

De reden om - direct of indirect - Servië te noemen geeft aan dat het tribunaal ervan overtuigd lijkt dat alleen de Servische regering in staat is Karadzic en Mladic in Den Haag te bezorgen. Door te dreigen Servië te betrekken bij de misdaden van Karadzic en Mladic, verwacht het tribunaal dat er actie wordt ondernomen tegen de Bosnisch-Servische leiders.

Cassese maakte duidelijk dat het net om Servië ook op andere manieren wordt aangetrokken. Meteen na de voorlezing van het besluit had hij een brief gestuurd aan de voorzitter van de Veiligheidsraad van de VN, met het verzoek maatregelen te nemen tegen Joegoslavië. “Vier keer heb ik Milosevic erop gewezen dat Karadzic en Mladic in zijn land waren”, aldus Cassese. “Slechts een keer heb ik een brief teruggehad, met de mededeling dat betrokkene het land weer verlaten had.”

De maat is vol, vindt Cassese, nu moet er maar eens actie worden ondernomen tegen Servië. Hoe eventuele maatregelen eruit moeten zien laat hij graag over aan de landen in de Veiligheidsraad. “Wij kunnen slechts melden dat op geen enkele manier gehoor wordt gegeven aan onze aanhoudingsverzoeken.”