North Sea Jazz brengt veel hommages

Concert: North Sea Jazz Festival 1996, met George Benson, Santana, Yusef Lateef/Adam Rudolph, Harald Haerter/Dewey Redman Quintet, Wayne Shorter en vele anderen. Gehoord: 12/7 Congresgebouw Den Haag. Vervolg 13/7 (uitverkocht) en 14/7.

Het North Sea Jazz festival, de jaarlijkse grote jazzmarkt, is van start gegaan, met een dit keer enigszins voorspelbare programmering. Zelfs het afgezegde optreden van de stokoude Lionel Hampton begint traditie te worden. Minder popziek dan vorig jaar, maar wel weer een handjevol oude bekenden, veel hommages aan oude grootheden en een aantal primeurs.

De eerste avond werd vrijdag geopend met een concert van gitartist George Benson. Terwijl buiten de zomer aanbrak, zorgde Benson binnen met zijn zorgeloze jazz-disco voor een aardige opwarmer. Het meest jazzy element van zijn optreden bestond uit een solo-vertolking van de klassieker 'Tenderly', voor de rest liet hij vooral veel werk horen van zijn laatste cd That's Right. Opzienbarender dan Bensons muziek was een in het zwart geklede dame rechts op het podium, die diens teksten simultaan vertaalde in gebaren-Engels. Voor de dove bezoeker onmisbaar, voor de horende een extra bezienswaardigheid.

In de grootste zaal van het festival, de Statenhal, stroomde ondertussen het publiek binnen voor een andere gitaarheld, Carlos Santana. Hier ging het iets heviger toe. Santana kon het, in vergelijking met Benson, minder goed laten om terug te vallen op zijn hits uit lang vervlogen tijden, maar daar vraagt het publiek ook om. Santana maakte er voor het gemak een medley van, waarin zijn grootste hits aan elkaar werden geplakt. Waar het publiek niet om vraagt is een toespraak van Santana over de hogere goddelijke wereld, waar wij elkaar allen vroeg of laat zullen treffen. Geld kan hem ook niks meer schelen, zei hij. Dat wilde iedereen best van hem aannemen - als hij maar weer ging spelen, wat hij gelukkig deed.

Van de grote show-optredens is het een onvoorspelbare overgang naar een concert voor ingewijden, zoals van jazz-professor Yusef Lateef. Deze gaf in een klein zaaltje, alleen begeleid door percussionist Adam Rudolph, een uiterst merkwaardig concert. Allereerst liet hij vooraf overal postertjes ophangen waarop hij verklaarde dat zijn aanwezigheid niet betekende dat hij zich afficheerde met producenten van alcoholische dranken of van varkensvlees. Vervolgens kwam de kennelijk vegetarische geheelonthouder Lateef met een vrijwel geheel geïmproviseerde performance van een uur lang, zonder pauze, waarin hij afwisselend (houten) fluit, saxofoon en piano speelde en zong. Alles meditatief. Ook bediende hij vooropgenomen tapes met synthesizergeluiden. Het resultaat was een verzameling New Age-achtige soundscapes, of zo men wil, een uit de hand gelopen Indiase raga, die je eerder liggend dan staand zou willen aanhoren. Maar dan slaap je in. Eén moment was bijzonder memorabel, namelijk toen hij zeer langzame blues speelde op de piano en er een onbegrijpelijke tekst bij zong, waarin de regel 'When the saints go marching in' woorkwam. Zulke ongegeneerde concerten 'om alle andere concerten overbodig te maken' maak je niet vaak mee.

Wie bleef zitten kreeg daarna 'echte' jazz, van de opkomende gitarist Harold Haerter, met Dewey Redman op sax. De eerste paar stukken van Monk en Redman zelf, zetten meteen hoog in. Haerter kan inderdaad vlug spelen, al schortte het wat aan zijn frasering. Redman's spel is nog even zacht en vloeibaar als altijd.

Het Tuinpalviljoen tenslotte, voorheen een van de gezelligste festivalpodia, bestaat niet meer. Wel in naam, maar nu is het in plaats van een tent met een houten vloer een betonnen badkuip die aan het Concertgebouw vastzit. Een gloedvol concert van saxofonist Wayne Shorter weerkaatste hierin zo hard dat er van diens nieuwe elektrische jazzconcept weinig viel te genieten.