'In wijken met zeer grote problemen heeft justitiebureau geen kans'; Buurtjustitie Groningen werkt al

Minister Sorgdrager pleitte deze week voor de oprichting van 'justitie- bureaus' in wijken. In de provincie Groningen wordt al twee jaar naar tevreden- heid van justitie met zo'n project geëxperimenteerd. “Het bureau in de buurt kennen ze, het parket in Groningen is iets vaags en ver weg.”

GRONINGEN, 13 JULI. Minister Sorgdrager (Justitie) moet het experiment met justitiebureaus niet beginnen in wijken waar de problemen erg groot zijn. Daar krijgt justitie volgens de Groningse officier van justitie J. de Valk veel te moeilijk een voet aan de grond. “Je moet je eigen succes goed organiseren. Als het experiment bijvoorbeeld in het Spijkerkwartier in Arnhem begint organiseer je je eigen ondergang. Ze moet een betere binnenkomer uitzoeken.”

Het arrondissement Groningen vraagt Sorgdrager om de derde lokatie te worden van het experiment 'Justitie in de Buurt', waarmee de D66-minister justitie zichtbaarder wil maken in de wijken. Ze heeft Amsterdam en Arnhem al aangewezen voor het experiment. Binnenkort beslist ze over een derde locatie. Justitie in Groningen vindt dat het experiment aansluit bij een werkwijze die in de eigen provincie al twee jaar wordt toegepast.

Parketsecretarissen en rechterlijke ambtenaren-in-opleiding (raio's) bezoeken sinds augustus 1994 minimaal een dagdeel in de week tien politiebureaus: vijf in de stad Groningen en vijf in rest van de provincie. Ze hebben vooral tot taak te kijken of zaken juridisch haalbaar zijn en of er in processen verbaal van politie onvolkomenheden zitten. Verder doen ze zaken ter plaatse af door bijvoorbeeld boetes op te leggen of met verdachten schadevergoedingen overeen te komen. Ook voeren ze slachtoffer- en bemiddelingsgesprekken.

Volgens De Valk is het in de grootste probleemwijken van het land voor justitie-ambtenaren moeilijk met de politie een vertrouwensrelatie op te bouwen en zijn er minder snel voor burgers zichtbare resultaten te boeken. Als Sorgdrager het experiment tot een succes wil maken, kan ze beter rustig beginnen, vindt De Valk. Bijvoorbeeld in Groningen. “Wij hebben al het netwerk. Voor ons is het een kwestie van verder uitbouwen.” Groningen zou bijvoorbeeld willen beginnen met een justitieel spreekuur.

Het Groningse parket is enthousiast over de werkwijze. De Valk: “Er zit voor justitie nog een kans tussen het seponeren van een zaak of het uitreiken van een dagvaarding. In de informele sfeer.” Parketsecretaris H. Jager beaamt dit. Afgelopen week heeft hij nog bemiddeld in een burenruzie in Musselkanaal. Een ruzie waar de politie al twintig jaar weinig mee aankan. Eén van de buren had weer eens aangifte gedaan van mishandeling, maar zoals zo vaak was er geen bewijs te leveren. “Toch voer je gesprekken met beide partijen. Het slachtoffer had nu echt het gevoel dat justitie er iets aan heeft gedaan, ondanks dat zijn aangifte niet tot vervolging leidt.”

Verdachten in zo'n geval oproepen voor een gesprek heeft een positief effect, zegt Jager, want gewoonlijk hoort een verdachte vaak nooit meer iets van een zaak. Terwijl de politieman hem vlak na het misdrijf nog had gezegd: “Hier hoor jij nog wel iets van”. Jager: “En hij hoort dus niets. Dan wordt de politieman uitgelachen. Nu is er toch iets gedaan. De politie krijgt zo ook weer meer vertrouwen van burgers.”

Volgens rechterlijk ambtenaar-in-opleiding M. Nieuwenhuis hebben betrokkenen het gevoel dat hun zaak naar een ander niveau wordt getild als naast de politie een hogere instantie naar hun zaak kijkt. “Als het op de gewone manier bij justitie terechtkomt, hebben mensen het idee dat het in een bureaucratische molen verdwijnt.” Vooral bij zedenzaken, waar het vaak moeilijk is het bewijs rond te krijgen, is het voor slachtoffers van groot belang dat de zaak goed wordt besproken en zij niet het gevoel krijgen dat justitie niets doet.

Nieuwenhuis en Jager hebben gemerkt dat voor burgers de drempel tot justitie lager is geworden. Jager: “Het bureau in de buurt kennen ze, het parket in Groningen is iets vaags en ver weg.”

Officier van justitie De Valk vindt dat de justitiebureaus moeten aanhaken bij politiebureaus, zoals in Groningen gebeurt. De justitiemedewerkers kunnen zaken in een vroeg stadium filteren op juridische haalbaarheid en fouten, ze zijn een juridische vraagbaak voor agenten en ze zijn vroeg op de hoogte van onderzoeken die ze later op hun bureau krijgen. Volgens hem is aan deze werkwijze te danken te danken dat Groningen het enige arrondissement is waar in 1995 de doelstellingen van het beleidsplan Strafrecht met Beleid werden gehaald. Er werden weinig zaken wegens fouten geseponeerd en de gemiddelde snelheid waarin zaken werden afgedaan was hoog. Procureur-generaal Steenhuis beloonde dit onlangs met 50.000 gulden. Het werk dat met het filteren wordt bespaard, kan volgens De Valk worden besteed aan meer en beter contact met burgers.

    • Herman Staal