In Ulster heerst nog het recht van de sterkste

BELFAST, 13 JULI. Noord-Ierland marcheert weer op het ritme van de Lambeg-oorlogstrom. Katholieke buurtbewoners aan de Lower Ormeau Road in Belfast werden gisteren door de politie in hun huizen teruggedreven om een protestantse Oranje-orde door hun wijk te laten paraderen. Bijna honderdduizend Orangisten trokken gisteren niet alleen de straat op om de overwinning van de protestantse koning Willem III op de katholiek Jacobus II, 306 jaar geleden, te herdenken.

Ook vierden ze dat ze hun recht om te marcheren met succes hadden verdedigd. Ze hadden weer eens laten zien wie er de baas is in Ulster.

Eerder deze week hadden protestantse unionisten in het politieke forum dat vorige maand is gekozen, geweeklaagd dat hun recht op het uiten van hun cultuur en traditie op het spel stond. Seamus Mallon, het parlementslid voor de nationalistische Social Democratic and Labour Partij (SDLP), had er echter fijntjes op gewezen dat geen enkele groepering aanspraak op een voorrecht kan maken en dat sprake was van verschillende rechten die met elkaar in aanvaring kwamen. Het recht om vrijelijk te marcheren was niet te verenigen met het recht van buurtbewoners om verschoond te blijven van een vijandige invasie. In zo'n geval kon alleen een vergelijk maar uitkomst brengen, betoogde Mallon. Dat was volgens Mallon ook het Noordierse vredesproces in een notendop: dat de katholieke voorstanders van een verenigd Ierland en de protestantse aanhangers van de Britse Unie eindelijk eens stoppen met elkaar de wil proberen op te leggen. Dat ze onderkennen dat ze de provincie moeten delen en tot elkaar veroordeeld zijn.

Maar John Alderdice, leider van de Alliance Party die als enige politieke groepering in Noord-Ierland zowel protestantse als katholieke leden telt, zei dat het de haviken in beide kampen helemaal niet gaat om rechten. Anders hadden ze wel geprobeerd om de confrontatie te vermijden die ze al maandenlang konden zien aankomen. “Het Noordierse conflict draait alleen om de macht.”

De unionisten zijn oprecht bevreesd dat de macht hun uit handen wordt geslagen. Sinds de tweedeling van Ierland heeft de protestantse meerderheid in Ulster de dienst uitgemaakt en de katholieke minderheid behandeld als tweederangsburgers. Pas sinds eind jaren zestig, begin jaren zeventig is hun surprematie doorbroken. Sinds Noord-Ierland onder druk van het terrorisme vanuit Londen wordt bestuurd.

De unionisten hebben wat zij consequent 'het zogenaamde vredesproces' noemen, steeds met wantrouwen bejegend. Ze hebben het proces van meet af aan gezien als een paard van Troje dat hun protestantse thuisland bedreigde. Ze weten zeker dat Groot-Brittannië zich via het vredesproces even geleidelijk als onontkoombaar van het lastige Noord-Ierland wil ontdoen.

Hun vrees is niet volledig ongegrond. Sinds de Anglo-Ierse overeenkomst van 1985 zijn de banden tussen Ierland en Noord-Ierland aangetrokken en heeft de Ierse regering meer inbreng gekregen in het Noordierse vredesbeleid. En sinds het verboden Ierse Republikeinse Leger bijna twee jaar geleden overging tot een staakt-het-vuren hebben de nationalisten op veel punten hun zin gekregen terwijl de unionisten steeds weer concessies moesten doen. Met hun 'beleg van Drumcree' dat sinds zondag tot een geweldsexplosie leidde, lieten ze zien dat voor hen de grens was bereikt.

Het is symptomatisch voor een bevolkingsgroep die van oudsher sterk naar binnen is gericht, dat ze niet heeft gezien hoe de politieke buitenwereld de laatste maanden in haar voordeel is veranderd. De beëindiging van het staakt-het-vuren door de IRA begin februari heeft de politieke positie van Sinn Fein, de politieke vleugel van de IRA, zwaar beschadigd. Sinn Fein-president Gerry Adams die de afgelopen twee jaar tot afschuw van de unionisten een bliksemcarrière had gemaakt van paria tot staatsman, is weer tot de status van terroristenmaatje gedegradeerd. Het pan-nationalistische front van Sinn Fein, de SDLP, de Ierse regering en de Iers-Amerikaanse lobby dat de unionisten zo'n grote vrees bezorgde, viel met veel kabaal uiteen.

Voor het eerst in twee jaar leken de stereotypen van de nationalistische katholieken die oprecht een vredesregeling willen en de unionistische protestanten die elke vooruitgang blokkeren, doorbroken. Juist dat moment kozen de unionisten uit om hun vuisten te laten zien. Daarbij bedienden ze zich van methodes die ze bij hun tegenstanders steeds hebben verworpen als intimidatie en terreur.

Het vertrouwen en de voorzichtige toenadering die in twee jaar van relatieve rust zo moeizaam gegroeid waren tussen de rivaliserende groepen, is in één week weggevaagd. Eeuwenoude sentimenten van pijn en haat steken hun vuurspuwende kop weer op. Als deze week de rivaliserende partijen één les heeft geleerd dan is het dat geweld nog altijd werkt en dat in Noord-Ierland het recht van de sterkste heerst.

Grote vraag blijft waarom de Britse regering zich te midden van anarchie en chaos zo afzijdig heeft gehouden. Londen liet het aan de Noordierse politiemacht over om een crisis te bedwingen die een einde aan het wankele vredesproces dreigde te maken. De politiemacht was op die taak niet berekend en raakte tussen de partijen bekneld. Mogelijk bleef de Conservatieve regering alleen maar afwachtend omdat ze niet de gramschap van de unionistische partijen wilde riskeren waarvan ze binnenkort in het Lagerhuis voor een meerderheid afhankelijk is.

Als de overwinningsroes bij de unionisten volgende week is vervlogen, dringt misschien door wat Noord-Ierland afgelopen dagen heeft verloren. Ulster heeft de kans op verzoening en vrede waaraan de laatste jaren zo hard is gewerkt, voor lange tijd verspeeld.

    • Dick Wittenberg