In de kerk van Ruleville hebben vandalen vrij spel

Even leek het racisme uit de jaren vijftig en zestig teruggekeerd, toen de afgelopen weken in het zuiden van de Verenigde Staten een reeks kerken van zwarte gemeentes door brandstichting werd verwoest. Allerwegen werd 'de racistische haat' die tot deze 'epidemie van terreur' had geleid, veroordeeld. Maar de vergelijking met de donkere dagen van de Ku Klux Klan gaat niet op.

RULEVILLE (Mississippi), 13 JULI. Er ligt een handvol patroonhulzen op het stoffige landweggetje dat naar zijn kerkje leidt. Maar dominee Dexter D. Brown kijkt er niet van op. Terwijl hij het hangslotje van de voordeur loswurmt wijst hij naar de lamp die op een hoge paal voor het kleine, witte gebouwtje staat. Het glas is kapot, er zit een mooi rond gaatje in. “Gemiddeld iedere twee weken schieten ze de verlichting kapot”, zegt hij. “We weten niet wie het zijn, waarschijnlijk blanken, waarschijnlijk dezelfden die op de brug hier vlakbij hakenkruizen schilderen en de letters KKK.”

Brown is 23 jaar en behalve predikant van deze gemeente van zo'n 125 leden, ook onderwijzer op de plaatselijke school en chauffeur van de schoolbus. Hij spreekt zacht, en gebruikt niet de woorden blacks en whites, maar African Americans en Caucasians. Zijn kerkje, de New Mount Zion Missionary Baptist Church, ligt weggedoken tussen de katoenvelden. Ook het torentje, dat nauwelijks groter is dan een duiventil, steekt amper boven het groen uit. In de wijde omtrek is geen mens te bekennen. Het dichtstbijzijnde plaatsje, Ruleville, ligt op zeven kilometer afstand. Vandalen hebben hier vrij spel.

“Vorig jaar zijn alle ruiten ingegooid, een andere keer hebben ze geprobeerd met een auto de muur te rammen en regelmatig wordt er ingebroken. Op 20 maart zijn ze door een raam naar binnen geklommen en hebben ze met een bijbel en andere papieren brand gesticht.”

Twee verkoolde kerkbanken staan nog onder een boom. Maar binnen is van de brand niets meer te zien. De stenen muren hebben het gehouden, en het interieur is weer helemaal opgeknapt: twaalf kerkbanken, een Amerikaanse vlag, een stapel bijbels en een glanzend nieuwe piano. Voor de ramen zijn inmiddels tralies aangebracht.

Hier in het straatarme westen van de staat Mississippi bestaat meer dan de helft van de bevolking uit zwarten. De kerken zijn vrijwel niet geïntegreerd. Slechts een heel enkele keer komt er een blanke naar Browns dienst. “Blank en zwart hebben hier niet veel met elkaar te maken”, zegt hij. “Er is een klimaat van vijandigheid. Maar of blanken deze brand hebben gesticht weten we niet.” “Van een samenzwering is niets gebleken”, zegt Veronica Coleman, de officier van justitie die belast is met het onderzoek. “Mensen stichten brand om allerlei redenen.”

Pagina 4: Racisme maar zeer zelden het motief

Officier van justitie Veronica Coleman ziet niet één oorzaak voor de kerkbranden. “Racisme is een oorzaak, maar ook openbare dronkenschap, jeugdig vandalisme, verzekeringsfraude. Ons onderzoek wijst in verschillende richtingen”, zegt ze in een zaaltje in Memphis in de staat Tennessee bij een voordracht over wat het politie-onderzoek naar de recente brandstichtingen tot nu toe heeft opgeleverd.

Sinds de politiek en de media de brandstichtingen vorige maand opeens hebben opgemerkt, zijn tweehonderd agenten van de federale politiedienst FBI en het bureau voor controle op alcohol, tabak en vuurwapens ATF over de zuidelijke staten uitgezwermd. Tot nu toe zijn hun conclusies overal dezelfde als die van Coleman: in enkele gevallen kan racisme als motief worden aangetoond, maar zeker zo vaak is er alleen maar een vermoeden of hebben de branden een compleet andere achtergrond. En van een systematische poging tot intimidatie van de zwarte gemeenschap, zoals dertig, veertig jaar geleden, is geen sprake.

Het wil er bij Colemans gehoor niet goed in. De bijeenkomst is belegd door de Commissie voor Burgerrechten, een onafhankelijk adviesorgaan van het Congres dat dezer dagen in alle getroffen zuidelijke staten hoorzittingen houdt over de branden. De onderafdeling-Tennessee heeft de afgelopen maand juist een onderzoek afgerond naar de verhoudingen tussen blank en zwart in de staat. De conclusie is dat er in de praktijk nog steeds allerlei vormen van rassenscheiding bestaan en dat de raciale spanningen toenemen. Het verband met de brandstichtingen in de zwarte kerken lijkt zo voor de hand te liggen.

Ook de politiek en de media meenden in de branden en masse een nieuw en schokkend bewijs te herkennen voor de slechte raciale betrekkingen in het land. Deze week nog trok president Clinton de vergelijking met het geweld in Bosnië, Rwanda en Noord-Ierland.

Over het hele land bezien neemt het aantal kerkbranden de afgelopen jaren af, van 1.400 in 1980 tot zo'n 600 het afgelopen jaar. Kerken met zwarte en witte gemeentes zijn daarvan in ongeveer even veel gevallen het slachtoffer - maar omdat er in totaal meer blanke kerken bestaan, zijn de zwarte gemeentes verhoudingsgewijs vaker de dupe. Omdat zwarte kerken vaak op afgelegen plekken staan en dikwijls nog van hout zijn, vormen ze bovendien een kwetsbaarder doelwit.

Van een dramatische toename van brandstichtingen met vermoedelijk racistisch motief in zwarte kerken is alleen sprake in twee delen in het zuiden van het land. Over heel 1995 waren daar 27 gevallen, in de eerste helft van dit jaar al bijna veertig. Het is dus niet iets van de laatste maanden, het was daar al veel langer aan de gang. En het is ook geen landelijke trend. Het gaat vooral om een gebied in North- en South-Carolina, en een gebied dat zich uitstrekt over de staten Louisiana, Mississippi en Alabama.

Voor die streken is het een dramatische en zorgwekkende ontwikkeling. De slavernij en de bittere strijd van de burgerrechtenbeweging hebben daar diepe sporen nagelaten. De kerken zijn vanouds symbolen van kracht en inspiratie voor de zwarte gemeenschap. Aantasting van die symbolen komt extra hard aan.

Maar de situatie te vergelijken met de jaren zestig is overdreven: toen waren er in één zomer in Mississippi 34 brandstichtingen in zwarte kerken. En hoewel er toen wel degelijk aanwijzingen waren van een racistische samenzwering, werd er vrijwel nooit iemand gearresteerd. Nu is dat anders, al zijn de arrestanten niet altijd blanken met sympathieën voor de Ku Klux Klan. Onlangs bleek een blank dertienjarige meisje met emotionele problemen begin juni een brand gesticht te hebben in een van de kerken in North-Carolina. De politie sluit uit dat racistische overwegingen in dit geval een rol speelden, maar veel zwarten blijven sceptisch.

Dat de branden in een religieus land als de VS heftige reacties hebben losgemaakt is begrijpelijk. Allerlei blanke en zwarte individuen en organisaties hebben de getroffen kerken financiële hulp en mankracht aangeboden om hun godshuizen te herbouwen. De verklaringen van solidariteit met de getroffen kerken waren afkomstig uit het hele politieke spectrum en kunnen als bemoedigend worden opgevat - ook al speelt naast oprechte zorg en historisch schuldgevoel waarschijnlijk ook eigenbelang van de politici een rol.

In dit verkiezingsjaar geven de branden president Clinton een kans weer eens zijn favoriete rol van trooster van de natie te spelen. In zijn ijver zijn bezorgdheid over “de vuren van de haat” te benadrukken, ging hij zelfs zover te verwijzen naar zijn traumatische jeugdherinneringen aan brandstichtingen in zwarte kerken in zijn geboortestaat Arkansas - naar later bleek is in Arkansas in die jaren niet één kerk het slachtoffer van brandstichting geworden.

In het algemeen kunnen de Democraten nog eens hun solidariteit met de zwarte bevolking onderstrepen - in het voorbijgaan suggererend dat hun politieke tegenstanders verantwoordelijk zijn voor het klimaat van raciale vijandigheid, wegens hun bezwaren tegen positieve discriminatie en allerlei uitkeringen waar veel zwarten van afhankelijk zijn.

Voor de Republikeinen was een ondubbelzinnige veroordeling van deze “gruwelijke uitingen van haat” (Dole) een gelegenheid om laten zien dat ze wel degelijk hart hebben voor de zwarte bevolking - ook al blijkt in het dagelijkse politieke leven slechts zelden iets van hun bezorgdheid over de problemen van zwarte Amerikanen.

“Al die sympathiserende reacties van o zo meevoelende blanken en o zo meevoelende zwarten maken me ziek”, roept dominee Walter Thomas uit Nashville opeens uit op de bijeenkomst van de Burgerrechtencommissie in Memphis. Hij heeft urenlang zwijgend aangehoord hoe politiemensen, activisten, geestelijken en lokale politici uiteenzetten hoe erg de branden zijn, maar hoe weinig er eigenlijk over te zeggen valt. En nu barst hij uit zijn vel, met luide bijval van de zwarten in het publiek.

“Natuurlijk moeten die branden stoppen. Maar wat er ook de oorzaak van is, racisme is hier een enorm probleem. We kunnen geen leningen krijgen, geen verzekeringen, geen goede banen. Ik geloof langzamerhand niet meer dat de politiek zich daar werkelijk zorgen over maakt.” De zwarte voorzitter van de commissie, Mary F. Berry, is het met hem eens. “Iedereen wil wat doen aan die branden, maar niemand wil wat doen aan de betrekkingen tussen zwart en blank”, zegt ze bitter.

Dominee Brown gaat zijn kerkje in de velden buiten Ruleville binnenkort sluiten. Hij geeft het op. Tegen vandalisme, racistisch of niet, kan hij op zo'n afgelegen plek niets uitrichten. De kerk heeft een nieuw gebouw aangekocht - in de bebouwde kom van Ruleville.