Hollands Dagboek

Rogier van der Ploeg (1961) volgde de opleiding camera en montage aan de Amsterdamse Filmacademie. Hij speelde in de bands Blue Murder, Astral Bodies en Soviet Sex en regisseerde videoclips. In 1991 richtte Van der Ploeg samen met Rene Eller en Geraldo Vallen Czar Film Company op. Het bedrijf kreeg onlangs meerdere onderscheidingen tijdens het 43e internationale festival voor reclamespots in Cannes. Zelf won Van der Ploeg er de hoofdprijs, met een commercial voor het chocolaatje Rolo.

Donderdag 4 juli

Felicitaties in de vorm van bloemen, faxen en taarten stromen nog binnen. Het blijft ook wel een beetje onwerkelijk. Je gaat naar Cannes in de hoop dat je Rolo-films een eervolle vermelding halen, en komt terug met een Zilveren Leeuw (voor Rene Ellers Centraal Beheer film), een Gouden Leeuw (voor Rolo bioscoop), de Grand Prix (voor Rolo olifant) en de Palme d'Or. Vooral die laatste prijs, voor heel Czar Films, als beste produktiemaatschappij ter wereld, was een grote verrassing. Deze trofee was tot dan toe slechts voorbehouden aan grote Amerikaanse en Engelse bedrijven.

Maar het werk gaat weer door. Zaterdag beginnen de opnames voor een commercial van een grote bank. Het is een serieuze film met heel veel verschillende scenes, mensen en lokaties. Er zijn al diverse besprekingen met de bank geweest waarin we alle acteurs hebben laten zien en foto's van de plekken waar we willen filmen. Ik moet echter vandaag met opnameleider Huub en belichter Menno nog alle lokaties zelf bekijken, om te beslissen waar de camera komt te staan, waar we de lampen neerzetten, en wat de acteurs precies gaan doen.

Na een lange tocht ga ik nog even bij het kantoor van Czar aan de Keizersgracht langs waar Stefanie, mijn producer, mij een paar vers gefaxte scripts laat zien uit Italië en België: een jongetje zit op een olifant en eet een chocolaatje. Ik sla de pagina om, om te kijken of er nog meer volgt, maar dit is het, dit is het hele script. Daar is waarschijnlijk heel lang over nagedacht en vergaderd denk ik, terwijl het papier in de prullenbak verdwijnt. 's Avonds naar de VPRO-radio waar ik te gast ben bij Fons Dellen. Ik verwacht kritische vragen als 'ben je niet veel te commercieel bezig' en 'iedereen ergert zich toch aan die reclames'. Ik heb mijn verdediging klaar liggen, maar het gesprek verloopt zeer gemoedelijk.

Vrijdag

's Ochtends op zoek naar een laatste locatie voor de bankcommercial. We vinden een rustig plekje in het Amsterdamse bos. Hier zal dus woensdag een invasie plaatsvinden van vrachtwagens, filmlampen, camerakoffers en crewleden.'s Middags op kantoor komt er telefoon uit Stockholm: de makers van de Diesel-campagne komen maandag naar Amsterdam om met me te praten over toekomstig werk. Door dat nieuws verdwijnt alle vermoeidheid van de laatste dagen uit mijn lichaam, om plaats te maken voor een verse adrenalinestoot.

's Avonds rij ik naar Beilen om met de Golden Earring te praten over een film. Het is moeilijk om de bandleden serieus te krijgen. Uiteindelijk lukt het toch om vijftien minuten te praten: de meningen zijn nog een beetje verdeeld; wordt het een lange speelfilm of een documentaire, of iets daar tussenin? We praten verder, na half augustus, als we meer weten over de subsidie-aanvraag.

Terwijl de Earring het podium opgaat van de feesttent in Beilen, scheur ik terug naar Amsterdam om met mijn eigen band, Soviet Sex, te repeteren. Anderhalf uur te laat kom ik bij de oefenruimte. Ik ram op de deur, maar de elektrische herrie die Peter Klashorst en mijn broer Maarten produceren is zo hard dat ze mij niet horen.

Zaterdag

Ik heb een commercial gemaakt die zo slecht is dat besloten wordt om hem helemaal opnieuw te filmen met een andere regisseur. Ik protesteer nog en zeg dat de film zo bedoeld was. Dan schrik ik wakker en kijk op de wekker. Het is halfzeven en tijd om op te staan. Dat was weer typisch zo'n droom vlak voor een film-shoot.

Om acht uur ben ik op de set in een villa in Bloemendaal. De hele straat staat al vol. Een bus met lampen, een bus met catering, een bus met kleedruimtes en zitgelegenheid, een bus met camera-apparatuur, een bus met decormaterialen, een hoogwerker om lampen in te hijsen, een grote generator en nog een stuk of twaalf auto's van crewleden, acteurs en het reclamebureau. Waarschijnlijk kan het ook met minder, maar met commercials mag je geen risico nemen, alles moet aanwezig zijn. Ik doe zelf het camerawerk voor deze commercial. Om een beetje 'echt' karakter erin te krijgen film ik alles uit de hand met zo veel mogelijk bestaand licht. Alles gaat goed, totdat we 's middags een scene moeten filmen met twee zesjarige meisjes die schoenen passen voor een spiegel. De kids willen na twee takes liever op het bed springen, en zo staan we met veertig man te wachten totdat de dames zijn uitgesprongen. Ik leg ze uit dat we net doen of zij filmactrices zijn, en dat wij net doen of we een filmcrew zijn. De truc werkt en vóór zes uur staat alles erop.

Zondag

Vandaag filmen we de hele dag in de bank, waar ook de commercial voor is. Alle details krijgen hier extra aandacht. Naast het reclamebureau is nu ook een vertegenwoordiger van de bank aanwezig. De stropdas van de acteur is niet in orde, hoor ik vanuit de hoek. Het jasje moet anders, zegt een ander. Schaduwen, er lopen schaduwen over de muur. Het tegenlicht is wel erg fel. Het banklogo overstraalt. Ik moet overal rekening mee houden, maar vraag me wel weer even af waarom ik dit vak zo leuk vind. Ondertussen loopt een vreemd type de bank binnen om te pinnen. Waarschijnlijk is zijn pas niet geldig, want al snel begint hij tegen het apparaat te slaan en ruzie te maken met de crewleden. De politie moet erbij komen om deze ongewenste figurant van de set te verwijderen. Verder is de sfeer op de set uiterst rustig. Op de filmacademie werd er altijd geschreeuwd en tot diep in de nacht doorgefilmd. Dat zijn dus twee dingen waar ik sindsdien een hekel aan heb gekregen.

's Avonds ga ik met Maartje, mijn vriendin, uit eten bij mijn favoriete Japanner en praat ik over veel dingen, maar niet over commercials.

Maandag

Half negen 's ochtends. We hebben weer geluk. Net als de camera klaar staat om een fietser te filmen die een heuvel op wordt geduwd, breekt het zonnetje door. Natuurlijk doen we het nog zo'n twintig keer over, met kleine variaties. Mijn record staat op 47 takes, maar dat halen we nu niet. We rijden naar de volgende locatie, een klein straatje in Haarlem. Het reclamebureau vindt de straat echter iets te scharrig, en we moeten op zoek naar een andere plek. De karavaan trekt door Haarlem Noord en strijkt neer voor de deur van een paar nietsvermoedende bejaarden.

Sommigen komen naar buiten, anderen kijken vanachter hun gordijntjes en zien hoe we een scene filmen waarin twee kindertjes op de voorbank van een auto net moeten doen of ze op reis zijn. Het meisje wil echter per se op de achterbank zitten, daar hebben we dus niks aan. Ik heb even geen geduld voor kinderen en vraag aan de styliste om met het kind te onderhandelen.

Om zeven uur ontmoet ik de jongens van Diesel, uit Zweden. Zoals het echte Scandinaviërs betaamt zijn ze al enigszins aangeschoten. We filosoferen wat over reclame. Ik zeg: zo'n filmpje vliegt voorbij, dus er kan maar beter iets leuks of moois in gebeuren zodat mensen er even bij stilstaan. Zij filosoferen: als miljoenen mensen één minuut naar zo'n commercial kijken, is er in totaal weer een heel mensenleven voorbijgegaan. Kortom: reclame is spelen met mensenlevens, een wel erg zware gedachte, denk ik. Over een maand zijn ze weer nuchter en komen ze terug met een script, beloven ze.

Dinsdag

De vierde draaidag. We beginnen in een autoshowroom in Aalsmeer. De crew raakt steeds beter op elkaar ingespeeld, en we zijn zo snel klaar dat de acteurs voor de volgende scène nog niet zijn gearriveerd. Later op de dag verliezen we weer een hoop tijd als we met kinderen in een portiekje filmen. Terwijl de camera's draaien parkeert een buurtbewoner zijn auto pal voor de lens. “Jij wilde toch documentair, Rogier”, zegt Ron van het reclamebureau. Op weg naar huis bel ik met Diederik Koopal, de copywriter met wie ik de Rolo films heb gemaakt. In HP/De Tijd staat een vreemd stukje van Jan Kuitenbrouwer, waarin ik 'geciteerd' word alsof ik alle eer naar mezelf toetrek. Dat moet ik dus even uitleggen.

's Avonds heb ik een conference call met een reclamebureau uit New York, over twee commercials voor een anti-diarreemiddel. De filmpjes zijn grappig bedoeld maar er wordt erg serieus over gepraat. Ik beloof dat ik morgen iets voor ze op papier zal zetten, maar weet dan eigenlijk al dat ik daar geen tijd voor heb. Dan moet Amerika maar even wachten, denk ik.

Woensdag, 10 juli

De laatste draaidag en tevens de langste. We beginnen met een scène waarin een gitaarbandje zich in het zweet werkt op het podium van Odeon in Amsterdam. Twintig man figuratie staat toe te kijken zonder een spier te bewegen. Ze houden waarschijnlijk meer van house.

Dan naar het Amsterdamse bos om twee kleuters in kinderzitjes te filmen, die met elkaar communiceren. Al snel begint de ene junior-acteur aan het haar van de ander te trekken en wordt het tijd voor een paar regie-aanwijzingen. Drie seconden positieve interactie tussen de twee kids is alles wat ik nodig heb, drie seconden. We filmen in totaal zo'n drie uur, maar die drie seconden zitten ertussen, dat weet ik zeker. Uiteindelijk naar Sportpark Sloten waar we een voetbaltraining bij de avondschemering filmen. Om half twaalf zijn we klaar en kan ik iedereen bedanken. De film gaat naar Engeland om ontwikkeld te worden, en ik vertrek naar de oefenruimte om alsnog wat herrie te maken met de band. Geen camera's, acteurs of reclamebureau, maar gewoon zes snaren en een overstuurde versterker. Dat lucht even op.