Gelijkstaat

In haar bespreking van de tentoonstelling 'De Gelijkstaat der joden', die onlangs in het Joods Historisch Museum is geopend, maakt Anneke Visser op 28 juni melding van de langdurige debatten die aan het besluit van de Nationale Vergadering van de Bataafsche Republiek om de joden aldaar burgerrechten te verlenen voorafgingen.

Volgens Visser stond de uitkomst van deze debatten voor de aanvang ervan reeds vast. Dit was echter geenszins het geval. De doorslag gaf de Franse consul Noël, die hierop zeer sterk aandrong en wiens invloed in de Bataafsche Republiek, die feitelijk een vazalstaat van Frankrijk was, groot was.

Verder neemt Anneke Visser zonder kritiek het standpunt van het JHM over dat de emancipatie der joden in Nederland pas voltooid was in 1919, toen het algemeen kiesrecht en ook het vrouwenkiesrecht werd ingevoerd, waardoor dus ook arme joden en joodse vrouwen aan de verkiezingen konden deelnemen.

Naar mijn mening heeft dit echter niets met de joden als joden te maken, en had het museum deze datum als einddatum beter weg kunnen laten.

Ook op de oprichting van de ANDB, de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond, waarin de meestal joodse diamantwerkers tegen de meeste joodse diamantwerkgevers streden voor betere arbeidsvoorwaarden, heeft weinig met joodse emancipatie te maken.

Ten slotte heeft het leesplankje met een Hebreeuwse versie van het 'aap, noot, mies' niets te maken met het overgaan van het jiddisj op het Nederlands op joodse scholen in het midden van de 19de eeuw, maar dateert het uit ca. 1920 en was het juist bedoeld om joodse Nederlands sprekende kinderen met het Hebreeuwse alfabet vertrouwd te maken.

    • Henriëtte Boas