Erfgoed

J.E.J.M. BURGER (red.): Langs het industrieel erfgoed van Nederland. 50 Wandelingen met museumbezoek

208 blz., geïll., Op Lemen Voeten 1996, ƒ 29,95

Het Jaar van het Industrieel Erfgoed was nog maar nauwelijks van start of er zagen tal van publicaties het licht onder de vlag van de gelijknamige stichting. Het logo van het jaar, een gele cirkel met de naam in gekruiste diagonalen, moet inmiddels bij vele geïnteresseerden een signaal zijn. Onder de uitgaven zijn boeken die toch wel verschenen zouden zijn, maar ook typische gelegenheidsprodukties. Langs het industrieel erfgoed van Nederland valt in de tweede categorie en is in korte tijd tot stand gekomen. Het is niet voor het eerst dat een boek met tochten langs monumenten van bedrijf en techniek op de markt komt en in een aantal gevallen zijn zulke werkjes al snel in de ramsj terechtgekomen.

Langs het industrieel erfgoed van Nederland is anders van karakter dan verschillende eerder verschenen boekjes op dit terrein. De nadruk ligt meer op het wandelen dan op de geschiedenis van de bedrijvigheid en ook zijn de musea duidelijker voor het voetlicht gebracht. Ieder hoofdstuk begint met een halve pagina informatie over een of meer plaatselijke musea op het gebied van de economische, sociale of techniekgeschiedenis. En je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een expositie aan gewijd. Nederland blijkt een Culinair Museum te kennen (Amersfoort), een Zoutmuseum (Delden), een gedistilleerdmuseum (De Gekroonde Brandersketel, Schiedam) en natuurlijk een fietsmuseum (Velorama, Nijmegen).

De wandelingen zijn veelzijdig van karakter en richten zich op uiteenlopende onderwerpen als mijnbouw, verkeer, visserij en textielindustrie. Exemplarisch is Dordrecht, dat in de schaduw van de grote zeehavens in het Rijnmondgebied een snelle ontwikkeling doormaakte van geïsoleerde stapel- of marktplaats en rivierhaven naar industrie- en cultuurcentrum. Pas in de jaren 1870 werd de stad via vaste (spoor-)bruggen bereikbaar en was Dordrecht uit een eeuwenlange eilandenpositie bevrijd. De grote verkeersbruggen van Moerdijk en Zwijndrecht dateren zelfs pas van de tweede helft van de jaren dertig!

Een wandeling door Dordrecht voert onder andere langs enkele bruggen uit de vorige eeuw, waarvan de dubbele ijzeren draaibrug aan de Draai en de Lange IJzerenbrug over de Nieuwe Haven (een dubbele basculebrug) typologisch wel de belangrijkste zijn. Op vele plaatsen herinneren gebouwen aan (voormalige) bedrijven, zoals de Eerste Nederlandsche Dogcakes Fabriek, in 1904 gevestigd in een pand dat eerder een stoommeelfabriek was, de Korenbeurs (1834) en de machinefabriek van Straatman (1902) met de unieke scheepsinstallatie. Vermeldenswaard is nog het uit 1872 daterende stationsgebouw eerste klasse der Staatsspoorwegen. Een puntje van kritiek betreft de auteur, die niet alleen de route, maar ook een deel van zijn eigen tekst uit deel 2 van Op zoek naar ons industrieel verleden hergebruikte. Dit brengt ons tevens op de beperking van deze uitgave. De tekst is dermate kort dat veel informatie moest worden weggepoetst: Dordt is sinds 1987 ingekort van veertien naar vier bladzijden.

Op detailniveau zijn wel meer kritische opmerkingen te maken, maar wat er in de bijdrage over Haarlem is misgegaan zal wel een raadsel blijven. Ondanks een reservoir aan lokaal goed bekende (amateur-)historici en andere potentiële correctors rijgt de ene inhoudelijke fout zich aan de andere. Zo wordt de geklonken Catharijnebrug uit 1902 versleten voor een gietijzeren draaibrug en gaat de fantasiefiguur Laurens Janszoon Coster nog steeds door voor de uitvinder van de boekdrukkunst. Bovendien is de lengte van de wandeling bij lange na niet de in de gids opgegeven zeven kilometer, maar op zijn hoogst de helft hiervan.

Ondanks de tekortkomingen is Langs het industrieel erfgoed van Nederland een handzame wandelgids voor wie eens wat anders wil dan bos, hei of agrarisch getinte vergezichten en voor degene die iets wil zien onderweg. Gelderland, Limburg en vooral de drie noordelijke provincies zijn wat karig bedeeld met samen slechts negen wandelingen, maar hier staat tegenover dat de beide eerste in vele andere gidsen zijn oververtegenwoordigd.

    • A.F.J. Niemeijer