Een Zambiaans museum op het niveau van de stamkroeg

'Het museum' is een vreemd concept in de Afrikaanse cultuur. Kunstnijverheid werd van generatie op generatie overgedragen. Aan het museum van Choma in Zambia is daarom een een kunstnijverheidscentrum verbonden.

CHOMA, 13 JULI. In het museum van Choma worden de op traditionele wijze gevlochten manden tentoongesteld in glazen vitrines maar ook te koop aangeboden. “Afrikanen vragen zich af wat ze eigenlijk moeten met hun traditionele kunstnijverheid”, vertelt de museum-conservator in Choma, Grazyna Zaucha. “Afrikaanse intellectuelen willen de oude culturen conserveren om zo hun identiteit te bewaren. Maar de man in het dorp zegt: 'waarom zou ik een mooie pot van klei maken als ik een handige metalen pan kan kopen?' Dit dilemma lossen we in Choma op door het museum samen te voegen met het kunstnijverheidscentrum.”

Driehonderd kilometer ten zuidwesten van de Zambiaanse hoofdstad Lusaka ligt langs de spoorweg naar Livingstone het stadje Choma. Hier leven de Tonga's, een volk dat veertig jaar geleden een groot deel van zijn geboortegrond verloor door de aanleg van de Kariba-dam. Het kunstmatige Kariba-meer verdreef 57.000 Tonga's naar onvruchtbare gronden, waar hun leven en cultuur verarmde. Maakten ze vroeger voor versieringen ruimschoots gebruik van kralen, nu hebben hebben de Tonga's daar geen geld meer voor. “Afrikaanse stamculturen vernieuwden zich altijd, zoals vorige eeuw toen handelaren schelpen en kralen introduceerden”, aldus Grazyna. “Maar de veranderingen gaan nu wel erg snel. De mensen raken de draad kwijt.”

'Het museum' is een vreemd concept in de Afrikaanse cultuur. Vroeger hadden musea geen nut, de generaties droegen de kunstzinnige nijverheidsambachten aan elkaar over. In de duurzame objecten huisden geesten die als erfenis meegingen. Die overdracht van kennis en kunst vindt niet meer plaats. “Je moet gaan nadenken hoe je een cultuur levend houden kunt”, betoogt de conservator. “Een voorwaarde is de musea klein en menselijk te houden, een museum op het niveau van de stamkroeg.”

Afrikaanse musea wachten nog op de dekolonisatie, vindt Grazyna. Van museum tot cultureel centrum, waar kunst niet alleen bekeken wordt maar vooral beleefd. Schoolkinderen maakten tekeningen op de muren rond het Choma-museum. Muziek, drama en dans gaan eveneens een plaats krijgen in het museum. En door het kunstnijverheidproject in het museum blijft de Tonga-cultuur zich vernieuwen. Oudere vrouwen leren er jongeren de oude stijlen met kralen, terwijl jongeren nieuwe genres introduceren. De produkten vinden hun weg naar zowel buitenlandse toeristen als de plaatselijke markt. De kunstnijverheid heeft zo ook weer materiële zin gekregen. 'We hebben de relatie met de werkelijkheid weten te behouden', meent Grazyna.

In de glazen kasten van het museum staan antieke potten, pijpen, manden, speelgoed, ceremoniële objecten en historische foto's. Er is als in de samenleving een scheiding aangebracht tussen mannelijke en vrouwelijke zaken. De Tonga-vrouwen dienden zich aantrekkelijk te maken en kinderen en voedsel te produceren. De man streefde seksuele kracht, rijkdom en prestige na. Hij smeedde ijzer en maakte stoeltjes en percussie-instrumenten. Vrouwen regen met kleurrijke kralen een slipje en van riet maakten zij rokjes.

In een speciale expositieruimte van het museum hangt werk van de Zambiaanse prentenkunstenaar Esnart Mweemba. Waarin onderscheidt zich volgens hem het Choma-museum van andere in het land? “Omdat het schoon is, met een net gazon rond de gebouwen”, is zijn eerste gedachte. Musea in Zambia raakten in verval door gebrek aan fondsen. Unieke collecties in het nationaal cultureel/historisch museum in Livingstone rotten weg onder lekkende daken. Voor kunst blijft weinig geld over bij rigoureuze economische saneringsprogramma's. Het dagelijks geopende en gratis toegankelijke museum in Choma werd deels bekostigd door Nederlandse ontwikkelingshulp.

    • Koert Lindijer