Een bekende onbekende kerk

Van de kruiswegstatie in de Amsterdamse Sint-Nicolaaskerk is de voorstelling van de 'Ontkleeding van Christus' er het meest erbarmelijk aan toe. Het lijkt wel alsof iemand er met een scherp voorwerp twee vierkante lappen uit heeft willen snijden.

Het pijnlijkste kruispunt van de kerven bevindt zich ongeveer ter hoogte van de linkerknie van de hoofdfiguur uit het lijdensverhaal. De vandalen zullen voor dit staaltje beschadigingswerk op z'n minst een hoge ladder of steiger nodig hebben gehad, opper ik. Daan Bakker kijkt mij meewarig aan. “Zo'n stok waarmee je ramen openklapt is heel lang en aan het eind zit een scherpe, ijzeren punt. Ik denk dat ze het daarmee hebben gedaan. Gewoon om te pesten.”

Daan Bakker is een van de vrijwilligers die de Sint-Nicolaaskerk helpt terugkeren naar de geciviliseerde wereld. En die 'ze' die zich van een helmstok zouden hebben bediend om een van de talloze schilderingen van Jan Dunselman te kwetsen, zijn het 'schorriemorrie' dat jarenlang in het gebouw bivakkeerde toen de kerk aan lager wal was geraakt.

Het is vreemd gesteld met deze door haar silhouet overbekende kerk tegenover het Centraal Station. Ik woon ruim dertig jaar in Amsterdam, loop overal ter wereld gretig kerken binnen, maar in de Sint-Nicolaaskerk was ik tot gisteren nog nooit geweest. En ik ben blijkbaar niet de enige. Een bescheiden onderzoek in mijn omgeving bracht aan het licht dat slechts een enkeling wist te vertellen hoe mooi het interieur van de Sint-Nicolaaskerk wel niet is. Van top tot teen gedecoreerd, maar toch ingetogen en niet verguld katholiek.

Waarom hebben wij dit wonderlijke bouwsel uit de jaren tachtig van de vorige eeuw - ontworpen door A.C. Bleys, een eigenwijze leerling van P.J.H. Cuypers - altijd links laten liggen? Om te beginnen omdat het decennia lang de mode was om de kerk uiterlijk een draak te vinden. Het gebouw was proportioneel onbeholpen, een platgedrukt gevaarte, veel te hoog voor de beperkte breedte. Door de ondefinieerbare bouwstijl, neobarok met vleugjes neorenaissance, ging men er ongezien van uit dat het interieur eveneens een stilistisch ratjetoe zou zijn. Vluchtige beschouwing uit de verte van het curieuze uiterlijk, met de twee Portugees aandoende torens en de onevenredig hoog uitgeschoten koepel, was voldoende.

Onze gebrekkige attentie voor de Nicolaaskerk kent nog een paar redenen. Zeker in de eigen woonplaats raak je pas in de verleiding om een kerk binnen te stappen wanneer je er rakelings langsloopt en een deur open ziet staan. Maar dit stuk van de Prins Hendrikkade maakt geen deel uit van enig parcours. Met andere woorden: een normaal mens komt hier niet. En ten slotte het obstakel van het imago. De grauwe, hier en daar zwarte kerk werd gezien als uitgediend. Als je er onverhoopt eens langs liep of, wat vaker gebeurde, in de auto of tram ervoor even stil kwam te staan, dan waren de deuren altijd hermetisch gesloten. En in de hoeken van het portiek lag opgewaaid vuil, alsof de kerktrappen nooit meer betreden werden. Zo'n beeld is een lang leven beschoren.

Aangemoedigd door stukjes in de kranten over een grootscheepse restauratie-actie, ben ik eindelijk eens naar binnen gegaan. En ik kan iedereen aanraden hetzelfde te doen. Het interieur, geheel onder decoratieve schilderingen beladen, is een ongewone belevenis - de kerk is dagelijks open van 11.00 tot 16.00 uur. En koop voor 25 gulden een boekje van de Stichting Restauratie Sint Nicolaas Kerk, dan heeft u tevens een meter voegwerk geadopteerd. Mij gaf dat een rijk gevoel.