De verpaupering van West-Mongolië; Niets dan meel en schapenmest

In Mongolië leeft een kwart van de bevolking onder de armoedegrens. Het merendeel van hen woont in de provincie Bayan-Olgii. Daar zit goud en zilver in de grond, maar er is geen geld om het er ook uit te halen. Ruim een derde van de inwoners vertrok al naar buurland Kazachstan. Nu de democraten de recente verkiezingen hebben gewonnen, wacht de rest in verlammende lusteloosheid op verbetering.

Meel en thee

Aan elke zin van Aldabirgin gaan lange momenten van stilte vooraf. Hij praat langzaam en zonder energie. Aldabirgin, een 24-jarige werkloze vader van een uitgemergelde baby, deelt met zijn zes Mongoolse familieleden het pensioentje van zijn vader. Dat is net voldoende voor een zak meel en een doos Chinese thee. Iedereen in de familie is werkloos. Aldabirgins vrouw ligt met ontstoken borsten in het ziekenhuis, het kind krijgt geen melk, zijn broer hangt rond op de binnenplaats van de stenen woning en Aldabirgin zelf zit uren achtereen aan de tafel in de bedompte woonkamer voor zich uit te staren. Hij wacht op het moment dat hij samen met zijn vrouw en kind naar Kazachstan kan vertrekken, op zoek naar werk en beterschap.

Toen in 1991 de Sovjet-Unie ophield te bestaan, duurde het enkele weken voordat het nieuws de uitgestrekte grashellingen van de Westmongoolse provincie Bayan-Olgii bereikte. Maar toen eenmaal bekend werd dat Kazachstan, aan de westgrens van Mongolië, een zelfstandige republiek zou worden, was de beroering groot. Dit was het moment waarop de grotendeels Kazachse bevolking in Bayan-Olgii had gewacht vanaf 1921, toen het gebied bij Mongolië werd ingelijfd. Zij hoopten dat Bayan-Olgii weer een deel van Kazachstan zou worden, maar daar is het nog niet van gekomen.

Een groot deel van de toen nog 120 duizend inwoners van Bayan-Olgii, dat 'het rijke land' betekent, raakte met het wegvallen van de financiële steun uit de Sovjetunie na 1991 in absolute armoede. Sindsdien vertrokken er 45 duizend richting Kazachstan, waar het enigszins beter met de economie was gesteld. Maar inmiddels zijn er alweer families teleurgesteld teruggekeerd. Nog altijd verkeert Bayan-Olgii, en in het bijzonder de troosteloze hoofdstad Olgii, in een diepe economische crisis. Een kwart van de Mongolen leeft onder de armoedegrens van tien dollar per maand; het merendeel van hen woont in Bayan-Olgii. Ruim dertig procent van de bevolking, het hoogste percentage in Mongolië, is werkloos. In de lege en stoffige straten van Olgii hangt een verlammende lusteloosheid.

Overwinning

Mizamkam, gouverneur van Bayan-Olgii, is de rust zelve. Hij kan ook weinig anders, zegt hij, want hij is met handen en voeten gebonden aan het krappe budget dat hij jaarlijks van de centrale overheid in de hoofdstad Ulan Bator krijgt toegewezen. Het hoge werkloosheidscijfer in zijn provincie heeft alles te maken met de Kazachen zelf, vindt gouverneur Mizamkam (Mongolen gebruiken doorgaans maar één naam). Negentig procent van de inwoners van Bayan-Olgii is Kazach, en één van de eigenschappen van Kazachenfamilies is dat ze zich zelden verspreiden. Mizamkam wijt de werkloosheid vooral aan de overgangsperiode waarin Mongolië zich bevindt. De afgelopen jaren zijn met name de overheidssector en het leger aanzienlijk ingekrompen. Maar, zegt de gouverneur, de overheid doet alles wat in haar macht ligt om de armoede in Bayan-Olgii aan te pakken.

Maar Baglatiin, de leider van de Mongoolse Nationaal Democratische Partij (MNDP) van Bayan-Olgii, is het daar niet mee eens. Bij de recente Mongoolse parlementsverkiezingen boekten de democraten een overdonderende overwinning. Baglatiin blaakt van zelfvertrouwen, en wijt alle problemen in zijn provincie aan de erfenis die de Revolutionaire Partij (MPRP) van de communisten heeft achtergelaten. “Vijfenzeventig jaar lang hebben de communisten het land geregeerd en diezelfde mensen zitten nog altijd in het bestuur van de provincie.” Dat Bayan-Olgii koos voor drie kandidaten van de Revolutionaire Partij is volgens Baglatiin dan ook niet zo wonderlijk: “Al het nieuws en de informatie in Bayan-Olgii wordt gecontroleerd door de communisten.” Maar, belooft hij, nu de democraten de belangrijkste regeringspartij zijn geworden, zijn er veranderingen op komst.

Bayan-Olgii is rijk aan mineralen en van veel plaatsen is bekend dat de bodem beschikt over goud en zilver. “Als de plaatselijke overheid daarin zou investeren, is Bayan-Olgii geholpen”, zegt voormalig democratisch parlementskandidaat Kulanda. Zij groeide op in Bayan-Olgii, maar werkte de afgelopen jaren in Japan. Ze had graag geholpen bij het aantrekken van investeerders voor de exploitatie van een goudmijn in Bayan-Olgii. Maar wegens vermeende stemfraude werd ze een paar dagen voor de parlementsverkiezingen gediskwalificeerd. Voorlopig moet de verpauperde bevolking het stellen met gedroogde schapenmest en meel, als de twee essentiële bestanddelen voor respectievelijk het stoken van vuur en het vullen van de maag.

Het plaatselijke Rode Kruis voorziet in minimale hulp aan de allerarmsten in Olgii. Het driemanssteunpunt onder leiding van Farida heeft handen vol werk aan de verdeling van kleine geldbedragen aan werkloze families. Maar, zegt Farida, het is een gevecht zonder einde. “Het aantal werklozen neemt nog dagelijks toe, we zijn onderbezet en afhankelijk van een heel krap budget.”

Het Rode Kruis is de enige instelling in Bayan-Olgii die concrete stappen onderneemt. Met subsidies uit de Verenigde Staten is de organisatie een stoffenfabriek aan het opzetten. Het project zou werk aan 25 mensen bieden. “Dat is een begin”, zegt Farida. “Later hebben we beslist meer mensen nodig.”

Leven naar het boek

Met het verdwijnen van de communistische repressie en de invoering van de democratie in 1990 is het aantal islamieten in Bayan-Olgii in rap tempo toegenomen. Vrijwel alle Kazachen in Mongolië beschouwen zichzelf als moslim, al weten de meesten in Bayan-Olgii niet precies wat het inhoudt. De Kazachse vrouw Almagul bijvoorbeeld ontvluchtte enkele jaren geleden met haar familie de armoede van Olgii en zocht een heenkomen in Kazachstan, waar het leven “met twee oogsten per jaar en de constante beschikbaarheid van elektriciteit veel aantrekkelijker is dan in Mongolië.” Via de moslims van Kazachstan kreeg zij te maken met de islam. Echt begrijpen doet ze het niet en ze is, evenals haar familieleden, niet strikt in de leer. “Ik denk dat ik een moslim ben, maar mijn kinderen weten het zeker, zij zijn ermee opgegroeid.”

Zes jaar nadat de islam in het land weer is toegestaan, telt de provincie zeventien moskeeën. Tattekei, een 62 jarige imam, heeft zijn huis in een tentenwijk even buiten het kleine centrum van Olgii, omgebouwd tot een moskee. Tattekei gelooft dat de islam Bayan-Olgii kan redden van een verdere ondergang: “Ik leer mijn familie te leven naar het boek. Op die manier is geen sprake van alcoholisme en geweld. De islam leert mensen discipline.”

Zijn vader, eveneens een imam, werd onder Stalin met talloze anderen gevangen genomen en keerde nooit meer terug. Ruim vijftig jaar later kocht Tattekei de Koran en leerde hij zichzelf Arabisch. “Ik kan nu alle heilige boeken lezen en sinds ik imam ben komen hier dagelijks zo'n tien mensen bidden”, zegt de doe-het-zelf-imam.

De regering van Kazachstan doet er alles aan om de moslims in Mongolië met economische hulp aan zich te binden. Mongoolse Kazachen wordt hulp en een huis in het vooruitzicht gesteld wanneer zij naar het buurland verhuizen, en er bestaat een directe vliegverbinding tussen de Kazachse hoofdstad Alma Aty en de grasbaan van Olgii. Op initiatief van Kazachstan is ook een rechtstreekse telefoonverbinding opgezet met Bayan-Olgii, terwijl voor gesprekken van Olgii naar de eigen hoofdstad Ulan Bator nog de tussenkomst van een telefonist nodig is.

Ook Turkije heeft zich het lot van de Kazachen van Bayan-Olgii aangetrokken, en richtte er een Turks-Mongoolse school op. Religieus onderwijs is in Mongolië verboden. Ali Gul, de blauw-ogige Turkse directeur, benadrukt dan ook dat de school niets anders is dan een ontwikkelingsproject naar Westers recept. Wel wil de Turkse stichting waarvoor hij werkt de Turkse volken op de grens van Europa en Azië met elkaar verenigen. Met dat doel heeft de stichting al veel onderwijsprojecten opgezet in centraal-Aziatische soennitische landen.

Onderwijzer Kanat, een sterk naar schaap riekende Kazach, haast zich eveneens om iedere relatie tussen de aanwezigheid van de Turken en een vorm van islam-religieuze expansiedrang van de hand te wijzen. Toch studeert zijn zoon in Turkije, op kosten van de stichting. Een belangrijke doelstelling van de school, die geheel in de Engelse taal onderricht is: jonge Kazachen naar Turkije sturen voor hoger onderwijs.

“Er zijn veel islamitische landen die Bayan-Olgii helpen”, zegt imam Tattekei. “Pakistan, Koeweit, Saudi-Arabië, ze stuurden allemaal geld. Maar Turkije helpt van al die landen het meeste op het gebied van islamitisch onderwijs.” Volgens Tattekei is zijn zoon, die ook in Turkije studeert, dan ook 'gered' van de armoede in Bayan-Olgii. De toekomst van hemzelf en zijn gezin is onzeker. “Of we naar Turkije of Kazachstan verhuizen bepaalt Allah. En als hij wil dat we blijven, dan blijven we.”