Boete voor immigrant bij weigeren inburgering

DEN HAAG, 13 JULI. Immigranten die zich onttrekken aan de plicht tot inburgering in de Nederlandse samenleving kunnen daarvoor in de toekomst worden bestraft met een boete van maximaal vijfduizend gulden. Dit is de strekking van het Wetsvoorstel inburgering nieuwkomers, waarover het kabinet gisteren overeenstemming heeft bereikt.

De inburgeringsplicht geldt ook voor mensen met de Nederlandse nationaliteit die in het buitenland zijn geboren en die zich voor de eerste keer in Nederland willen vestigen. Dat betreft vooral Arubanen en Antillianen.Met het wetsvoorstel wil het kabinet ook vrouwen bereiken die naar Nederland komen om bij hun familie te gaan wonen of om te trouwen.

Het doel van het wetsvoorstel is om allochtonen zo snel mogelijk in staat te stellen zelfstandig aan de samenleving deel te nemen. Hiervoor dienen zij een educatief programma te volgen van ten hoogste vijfhonderd uren. Het programma omvat onder meer lessen Nederlandse taal, maatschappijleer en beroepsoriëntatie. De inburgeringscursus wordt afgesloten met een toets. Zo'n eerste stap in het integratieproces vergroot de kans op verdere scholing en werk, zo meent het kabinet.

De inburgeringsplicht geldt in principe voor alle buitenlanders van achttien jaar en ouder die permanent in Nederland zijn toegelaten. Een uitzondering hierop vormen vreemdelingen aan wie die plicht op grond van internationale afspraken niet kan worden opgelegd. Dat is bijvoorbeeld het geval met burgers uit landen van de Europese Unie die zich in Nederland willen vestigen.

De inburgeringsplicht bestaat sinds 1 januari 1996 al voor immigranten die leven van een uitkering. Deze groep kan als sanctiemaatregel worden gekort op hun uitkering als ze weigeren deel te nemen aan de inburgeringscursus.

Op aandringen van de Tweede Kamer besloot het kabinet vorig jaar de inburgeringsplicht uit te breiden. Het wetsvoorstel is voor advies naar de Raad van State gestuurd.