AOW-premie (2)

Het thans in de boezem van het kabinet ontwikkelde AOW-plan combineert de charmes van eenvoud en rechtvaardigheid. Eenvoud omdat alles zo kan blijven zoals het is. Rechtvaardigheid omdat de extra lasten van de vergrijzingshausse, als natuurlijk gebeuren, via de belasting eerlijk worden verdeeld over de gehele samenleving, de senioren inbegrepen.

Met één slag wordt aan alle discussies en onzekerheid een einde gemaakt en de senioren bevrijd van het al tien jaar boven hun hoofd hangende zwaard van Damocles in de vorm van 15,4 procent premieheffing AOW over hun pensioen. Een oplossing waarmee, zo zou men denken, iedereen gelukkig zou moeten zijn.

Zo niet de VVD, die heeft verklaard het plan te verwerpen en krampachtig vast te houden aan haar oplossing: verhoging van de AOW-pensioenleeftijd tot 67 jaar. Een zowel feitelijk als politiek onrealistisch standpunt. Feitelijk omdat hiervoor nauwelijks steun vanuit werkend Nederland is te vinden, zoals enquêtes, onder andere van het ABP, aantonen. Bovendien zullen dan andere sociale verzekeringen hun eindleeftijd overeenkomstig moeten verhogen met als gevolg een aanzienlijke verzwaring van premielast.

Politiek onrealistisch omdat, als zou blijken dat door deze halsstarrigheid van een coalitiepartner het kabinetsvoorstel niet haalbaar is, de levensgrote kans bestaat dat dan wordt teruggevallen op de vooral bij links nog steeds levende wens tot extra belasting voor de 'rijke' gepensioneerden. En die zijn nu juist in groten getale te vinden onder de aanhang van de VVD.