Vrouwen van Srebrenica demonstreren

SREBRENICA, 12 JULI. In Tuzla hebben zesduizend uit Srebrenica afkomstige vrouwen gisteren de val van de enclave herdacht, in aanwezigheid van de Jordaanse koningin Noor en EU-commissaris Emma Bonino.

Zij hadden acht miljoen dollar aan hulpgeld en vier ton geneesmiddelen meegebracht.

Bij de herdenking stond de roep om rechtvaardigheid en opheldering over het lot van de duizenden vermiste mannen van Srebrenica centraal.

De sporthal van Tuzla was versierd met achtduizend kussentjes; op elk kussentje stond de naam van één vermiste uit Srebrenica geborduurd, met het geboortejaar.

Tijdens de plechtigheid riep Emma Bonino de vrouwen van Srebrenica op “niet te vergeten, maar ook naar de toekomst te kijken”.

Er werden video-films vertoond van de enclave, opgenomen tijdens de drie jaar durende belegering van Srebrenica en tijdens de inname van de stad op 11 juli vorig jaar.

De sfeer van de bijeenkomst van de vrouwen van Srebrenica was zeer emotioneel. Meer dan tien vrouwen vielen flauw en moesten worden weggebracht.

Het Internationale Rode Kruis heeft gistreen een lijst met veertienduizend namen gepubliceerd van Bosniërs die nog steeds worden vermist.

Het werkelijke aantal vermisten wordt op 27.000 geschat. Van de namen op de Rode Kruis-lijst zijn er zesduizend van moslim-mannen uit Srebrenica.

Na het vredesakkoord van Dayton in december vorig jaar is het Rode Kruis zowel in Bosnië als in dertig landen daarbuiten, waar zich vluchtelingen uit Bosnië bevinden, een grote campagne begonnen om vermisten op te sporen.

In zes maanden zijn slechts 299 vermisten van de lijst geschrapt nadat hun lot was vastgesteld.

Van hen bleken er 270 in Bosnië te zijn gedood; de 29 anderen overleefden de oorlog. (AFP, Reuter)