Voorhoeve

DE MINISTER WEET HET. Hij vecht tegen de bierkaai. In een rede naar aanleiding van de herdenking van de val van Srebrenica en de massamoord die daarop volgde zei Voorhoeve gisteren: “Nog steeds verschijnen er nieuwe berichten, die het beeld van de catastrofe vollediger maken.”

Dit thema keert steeds weer terug in verklaringen van regeringszijde over het drama van de verdwijning van duizenden moslimmannen uit de zogenoemd veilige enclave. Het is de reactie van de passieve toeschouwer, niet van de tragische speler die de regering, in de persoon van de bewindsman van defensie, is geweest. Is hier sprake van naïveteit of van verdringing?

De Bosnisch-Servische leiding, en niemand anders, is verantwoordelijk voor de begane misdaden, meent Voorhoeve. Maar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gaat bij hem evenmin vrijuit: “De grondfout ligt in de halfslachtige besluiten van de Veiligheidsraad.” En verder: “De Veiligheidsraad had in de tweede helft van 1992 of 1993 èchte veilige gebieden moeten instellen, die krachtig beveiligd werden met adequate middelen.” De veilige enclave Srebrenica was “een illusie” van de raad. Voorhoeve spreekt van “een nobele taak (voor Dutchbat), die niet in een ramp had hoeven eindigen”.

Het Duitse dagblad Frankfurter Allgemeine Zeitung begint zijn herdenkingsartikel aldus: “Het verdringen van roemloze tijden, daden of gedragingen is een traditie in de Nederlandse politiek.” En de Parijse Le Monde meent dat althans de superieuren van overste Karremans op de hoogte moeten zij geweest van wat er komen ging. Aan het nabije buitenland zijn Voorhoeve's inspanningen om de verantwoordelijkheid voor wat er is voorgevallen buiten Nederland te deponeren dus niet besteed.

ER VALT TOCH AL wat aan te merken op Voorhoeve's verhaal. Meewerken aan het instandhouden van een illusie die tot zulke verschrikkelijke gevolgen leidt, kan onmogelijk nobel worden genoemd. En een catastrofe, een ramp (een groot, massaal ongeluk volgens Van Dale), een woord dat de minister in de mond bestorven ligt? De minister zegt zelf dat de gebeurtenissen hadden kunnen worden voorkomen. De slachtoffers ondergingen die gebeurtenissen als een ramp, maar zij waren het gevolg van nalatigheid, gebrek aan moed en aan inzicht bij de verantwoordelijken. Onder wie de minister - die nu zo helder de fouten van anderen weet te typeren.

Voorhoeve spreekt als zijn overtuiging uit dat zonder de aanwezigheid van de blauwhelmen ook vrouwen en kinderen in groten getale zouden zijn afgeslacht. De Serviërs in Srebrenica waren daartoe waarschijnlijk wel in staat geweest. Maar met dit 'het had nog erger gekund' kan het eigen falen niet worden uitgewist. Zei de minister niet zelf even later: “Wij wisten en weten niet alles”?

MEN KAN BEGRIP hebben voor de worsteling met zichzelf die Voorhoeve in en na die juli-dagen van 1995 moet hebben doorgemaakt. Toen het eenmaal zover was dat de Serviërs de enclave overstroomden heeft hij zich ingespannen voor het enige wat nog te redden was - het leven van zijn manschappen. Maar dat was aanzienlijk minder dan menselijkerwijs mogelijk was geweest. De bewindsman, en met hem de Nederlandse regering en het parlement, hebben zich daarbij neergelegd. Dat is niet nobel, maar er is geen reden om de eigen verantwoordelijkheid te verdoezelen of te verdringen.