'Van binnen is mijn lach kapot gemaakt'

ESTHER ROTH, geboren in 1943. Deelneemster aan de Spelen van München 1972. Kwalificeerde zich in München voor de finale van de 100 meter hordenlopen. Trok zich terug na de moord op haar coach. Eindigde in 1976 in Montreal op hetzelfde onderdeel als zesde. Is nog steeds Israelisch recordhouder op de 100 meter horden.

In Israel is de voormalige atlete Esther Roth- Shachamorov een beroemdheid. Ze was in 1972 voorbestemd als eerste Israelische sporter een olympische medaille te winnen. De zwarte dinsdag van september maakte een eind aan haar sportieve illusies. Amitzur Shapira, haar coach en vertrouweling, was een van de elf dodelijke slachtoffers bij de Palestijnse gijzeling. “Er stonden mensen foto's te maken toen de gijzelaars werden meegenomen. Ik kon mijn ogen niet geloven.”

Door JAAP BLOEMBERGEN Een kleine, donkere vrouw loopt lachend over het schoolplein in Rananna, een forenzenstad ten noorden van Tel Aviv. Haar ogen verraden een twinkeling die ze later in het gesprek zal tegenspreken. “De lach die je nu op mijn gezicht ziet is anders dan de lach van vroeger. Van binnen lach ik niet meer. Van binnen is mijn lach kapot gemaakt. Ik ben cynischer geworden.

Ik zie het leven door andere glazen.''

Esther Roth (43) praat met zachte stem, met hetzelfde Engelse accent waarmee Israelische politici naar buiten treden. De harde klanken van de Hebreeuwse taal verstommen als de lerares haar leerlingen toespreekt. De schooljuf past in het beeld dat de zingende vogels op deze zonnige wintermorgen oproepen. De melancholie straalt van haar zonverbrande huid. Ze heeft het leven leren relativeren.

Taxichauffeurs en banketbakkers glimmen van trots als haar naam valt, in talkshows en sportprogamma's op de televisie is ze een graag geziende gast. Al die aandacht past eigenlijk niet bij deze bescheiden persoonlijkheid. Maar haar optredens in het openbaar hebben een doel. Ze wil de jeugd leren dat ze sommige zaken niet mag vergeten. De schande van München mag nooit en te nimmer worden uitgewist.

“Het was een nationale tragedie, een complete shock. Vergelijk het met de moord op Rabin. Nog steeds worden elk jaar herdenkingsdiensten gehouden. Ik wil niet dat deze tragedie wordt vergeten, daarom praat ik er zo veel mogelijk over. Alle leerlingen weten wat ik heb meegemaakt.” Om haar mening kracht bij te zetten vraagt ze aan een scholier wat hij heeft geleerd van de kidnapping.

De jongen vertelt over de film die hij over München heeft gezien. Zijn ouders hebben hem het hele verhaal uit de doeken gedaan, toen ze hoorden welke beroemdheid in hun midden was.

Bijna 24 jaar na de besmette Spelen van München heeft ze het plezier in springen en hardlopen niet verloren. Geduldig legt ze uit op welke manier een bal in een netje moet worden gegooid. “Mijn leven bestaat uit sport, dat hebben de Palestijnen niet kunnen veranderen. Ik sport tot mijn dood.”

Basketbal is zeer in trek in Israel, met dank aan de Amerikaanse invloed. Op een vergelijkbare wijze heeft tennis wortel kunnen schieten dankzij de Zuid-Afrikaanse joden. Sinds de Russische migratie de laatste jaren op gang kwam, winnen de wintersporten aan populariteit in het land van melk en honing. Heel langzaam maakt Israel kennis met de sportverdwazing die de westerse wereld kenmerkt.

Alleen voor atletiek bestaat relatief weinig belangstelling. Hardlopen past niet bij het ranke postuur van de gemiddelde inwoner. Roth is klein van stuk maar had volgens oude krantenartikelen electric heels. Na 24 jaar is ze nog steeds nationaal recordhoudster op de 100 meter. Het is even tekenend voor haar uitzonderlijke talent als voor de malaise bij de huidige lichting atleten.

“Ik was drie maanden zwanger toen ik het record liep: 11,26 seconden. Het zegt veel over het huidige niveau dat niemand die tijd heeft verbeterd. De regering geeft weinig subsidie, de politici hebben andere prioriteiten. En vergeet niet dat weinig mensen full-time aan sport kunnen besteden. Bijna iedereen moet in het leger, bijna iedereen moet op herhaling. Ik heb geluk gehad. Doordat ik zwanger raakte en getrouwd ben, hebben ze mij nooit opgeroepen.”

Behalve defensie vormt de godsdienst voor veel joden een belemmering om aan sport te doen. EstherRoth had het geluk dat haar coach druk kon uitoefenen op haar gelovige ouders. Haar vader wilde niets van sport weten. Haar moeder liet de teugels langzaam vieren, toen bleek dat Esther over een buitengewoon talent beschikte.

Sabra over the hurdles, schreef de Jeruzalem Post in 1972. In de krant wordt haar Afrikaanse achtergrond benadrukt. In de koppen staat steevast Esther vermeld. Haar meisjesnaam Shachamorov was destijds overbodig. In 1976 werd ze uitgeroepen tot sportvrouw van het jaar. Bij de uitverkiezing sprak premier Rabin: “Je hebt expressie gegeven aan het belang van Israel, door te strijden op een positieve manier, je hebt het land vertegenwoordigd op de meest dankbare wijze.”

In Israel kent bijna elke inwoner wel een familielid dat op jonge leeftijd om het leven is gekomen. Het leger is het hart van de natie. “In Israel leef je met de doden. Als je hier een maand blijft, zul je het vanzelf merken.” Toch is er een verschil tussen de ene dode en de andere. Het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten is vrijwel geaccepteerd, de slachtoffers zijn het logisch gevolg van de gewapende strijd. Maar de moord op de elf sporters in 1972 hebben hun sporen achtergelaten.

“In die dagen keek bijna heel Israel naar de televisie. Ik voelde het hele volk op mijn schouders rusten. In de jaren daarvoor dacht iedereen alleen maar aan het olympische ideaal: meedoen. Aan winnen werd helemaal niet gedacht. Pas toen ik een paar grote wedstrijden had gewonnen in het buitenland besefte men dat Israel misschien wel eens een medaille zou kunnen winnen.”

“De eerste week in München was geweldig. Het leek zo mooi. Alle nationaliteiten, alle verschillende sporters, alle kleuren, lang en dik, klein en dun. Daarom waren de Spelen een droom voor mij. Eindelijk kon ik me meten met de wereldtop. Ik had me er jaren op voorbereid, trainde vier keer in de week, wat wij toen ongelooflijk veel vonden.”

“Ik trainde meer dan dat ik wedstrijden liep. In Israel had ik bijna niemand om tegen te lopen en in het buitenland was ik vaak niet welkom. Al die officials uit Europa vonden mij een goede atlete, maar de olie ging voor en de Arabieren hebben olie. Dus de Arabische atleten werden uitgenodigd. Ze lachten vriendelijk naar me, maar ze nodigden me niet uit voor hun wedstrijden.”

De dag voor de gijzeling in München bevestigde Roth haar groeiende vorm. Ze plaatste zich vrij onverwacht voor de finale van de 100 meter, als aanloop naar haar favoriete hordennummer. “Mijn coach was zo blij, hij lachte van oor tot oor. 'Esther, je hebt me de gelukkigste dag in mijn leven bezorgd', vertelde hij me na afloop van die race. Een dag later was hij dood.”

“Het was alsof ik een vader had verloren. Amitzur en ik waren onafscheidelijk.

Ik ben destijds natuurlijk naar zijn begrafenis geweest en ik zie zijn familie nog regelmatig. Maar ik ben nooit teruggegaan naar het graf. Zijn graf is in mijn hart.''

Ze vindt het niet erg om de herinnering aan de vijfde september op te rakelen.

Af en toe onderbroken door een vraag van een leerling, vertelt ze over de chaotische uren in het olympisch dorp. Ze praat zachtjes en schijnbaar onbewogen.

“We gingen de avond ervoor naar de stad om mijn finaleplaats te vieren. We zijn naar een Israelische show gegaan en hebben een film met een Israelische acteur gezien. Iedereen was heel uitgelaten, vooral Amitzur. Hij was zo ontzettend trots. Om twaalf uur zijn we terug naar het dorp gegaan. Ik geloof dat we om één uur in bed lagen. Ik kan me dat niet meer zo goed herinneren.

''

“Heel vroeg in de morgen klopten een paar meisjes op mijn deur. Ik stond op en zei: 'oke, ik ben klaar'. Ik pakte mijn kleren en mijn schoenen, ik dacht dat het tijd was om op te staan. Ik had zo weinig geslapen dat ik nog in een droom was. De meisjes vertelden me dat er iets erg was gebeurd, ze wisten alleen niet wat. Ze brachten ons naar een ander gebouw. Daar konden we naar de televisie kijken, zonder dat we veel meer te weten kwamen.”

“'s Ochtends om zes uur hoorden we dat een van onze mannen was vermoord, maar we wisten nog niet wie. Dan zit je te denken: als het maar niet mijn coach is.

We kregen telkens nieuwe informatie: ze zijn vrij, ze zijn niet vrij, enzovoort. Heel verwarrend allemaal. De chef d'equipe vertelde me dat ik beter terug kon gaan naar mijn kamer om nog een paar uur te slapen. Wat moest ik doen? Stel dat mijn coach nog had geleefd, dan had ik voor hem kunnen winnen.

Ik moest de volgende dag weer een wedstrijd lopen. De gijzeling moest toen nog komen. Niemand wist wat er gaande was.''

“'s Middags zag ik de helikopters op het grasveld landen. Ik zag de terroristen naar buiten komen. Er stonden mensen foto's te maken. Ik geloofde mijn ogen niet. Ik zag iedereen, behalve Amitzur. Waarschijnlijk gezichtsbedrog. Iedereen zag er heel droevig uit. Wij konden uiteraard niets doen. Het was allemaal heel verwarrend. Niemand wist waar hij aan toe was.”

“'s Avonds kreeg ik twee pillen om weer in slaap te vallen, de rest mocht opblijven. Ik was de enige die nog in de strijd was. Ik had heel veel dromen, heel veel hoop. Toen ik wakker werd, zag ik mensen met bedroefde gezichten in en uit lopen. Toen wist ik genoeg. Ze durfden mij de waarheid niet te vertellen, dat kon ik ze niet eens kwalijk nemen. Aan de andere kant: ik was pas 19 jaar, een kind nog. Daar hielden ze veel te weinig rekening mee.”

“Wat er daarna is gebeurd zou ik niet meer weten. Ik was in een soort shock.

We zijn nog een dag gebleven voor de herdenkingsceremonie. Onze chef d'equipe zei dat het onze plicht was deel te nemen. Zeventigduizend mensen in het stadion. Ik heb de herdenking als een roes ervaren, alles ging langs me heen.

Ik dacht alleen maar aan het einde van mijn carrière. Sport telde niet meer. En de reacties van de buitenwereld al helemaal niet.''

“The games must go on, werd er meteen gezegd. Het kon mij toen weinig schelen.

Nu kijk ik er heel anders tegenaan. Natuurlijk hadden ze ermee moeten stoppen.

Hoe kun je nu nog juichen als je weet dat een collega is vermoord? Ik ben ervan overtuigd dat als er elf Amerikanen of elf Duitsers waren gedood, het toernooi zou zijn afgelast. Maar Israel is een klein land en die tellen niet zo zwaar.''

De band tussen Roth en Shapira was een vertrouwensrelatie, een typische verhouding tussen een jonge sporter en een trainer die haar vader had kunnen zijn. “Amitzur heeft me alles gegeven wat mijn ouders niet konden geven. Die interesseerden zich niet voor sport, die waren te druk met overleven. Mijn vader was heel religieus, hij was nog nooit met sport in aanraking gekomen.

Mijn moeder heeft zich door Amitzur laten overtuigen. Achteraf heb ik wel betere coaches gezien, maar op dat moment was hij de enige die ik kende. Hij droomde van de sport, hij praatte altijd over atletiek.''

“Ik was veertien toen we elkaar voor het eerst ontmoetten. Hij trainde meer atleten maar toen hij mij leerde kennen, heeft hij de anderen verlaten. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Hij wist dat hij een talent in handen had. Ik versloeg hem als klein meisje in de sprint, hoewel hij toch een goede sprinter was. Hij was toen al van plan mij klaar te stomen voor München, hoewel ik achteraf al in Mexico in 1968 had kunnen meedoen. Hij vond mij nog te jong.”

Onder begeleiding van Shapira won Roth zeven gouden medailles bij de Aziatische Spelen. Speciaal voor haar liet de bond een strook tartan aanleggen in het nationale atletiekcentrum. Ze groeide uit tot een internationale topatlete. Bij de buitenlandse wedstrijden waar ze welkom was, keek ze met gemengde gevoelens naar de spierballen van de Oost-Europese atletes. Haar zesde plaats bij de Olympische Spelen van Montreal beschouwt ze nog steeds als een formidabele prestatie. The best of the rest: de snelste van de vrouwen die zonder doping aan de start waren verschenen.

“Mijn concurrentes hadden aparte voeding en preparaten, eigen dokters en psychiaters. Ik was alleen met mijn coach. Nu weten we zeker dat ze hebben genomen, dat hebben ze zelf toegegeven. Toen had je alleen maar vermoedens. Ik heb ze nooit kunnen betrappen. Voor mij was het een onbekende wereld. Ook al had ik doping willen gebruiken, dan was het me nog niet gelukt. Niemand kon mij in Israel vertellen wat ik nodig had om sneller te lopen. Zo naïef waren ze destijds in Israel.”

De beslissing om haar sportloopbaan te vervolgen werd ingegeven door praktische overwegingen. Roth kon zich fulltime met de atletiek bezighouden en op die manier in haar levensonderhoud voorzien. Alleen is de prestatiedrang sinds de Spelen van 1972 nooit meer zo groot geweest. Ze beschouwde de atletiek voortaan als een nuttig tijdverdrijf.

“Ik dacht in het begin alleen maar aan stoppen, maar na een tijdje kwam het besef dat ik juist dan de terroristen in de kaart zou spelen. Die wilden de joden uitbannen. Ik wilde datgene afmaken wat ze mij in München hadden afgenomen. We kregen een uitnodiging om in Zuid-Afrika wedstrijden te lopen.

Daar werden de atleten geboycot, die wilden competitie. In Zuid-Afrika voelde ik hoe belangrijk het was om door te gaan. Alle journalisten renden om me heen hoewel er heus wel betere atleten rondliepen.''

“Ik probeerde me in te beelden wat Amitzur gewild zou hebben. Al zijn dromen kwamen samen op de Spelen. Ik voelde geen druk van buitenaf, ik wilde het zelf.

Achteraf ben ik heel blij dat ik ben doorgegaan. De sport heeft me geholpen al het leed te verwerken. Je kunt beter een wedstrijd lopen dan naar de psycholoog gaan.''

“In het begin had ik moeite me te concentreren. Ik hoorde zijn stem in mijn hoofd: kom op Esther, kom op Esther. Kun je je voorstellen hoe ik me voelde?

Hoe verwarrend dat was? Die verwarring heeft een hele tijd geduurd. Toen is mijn echtgenoot mij gaan coachen, hoewel er misschien wel betere coaches waren te vinden. Maar hij was de enige die mij begreep, de enige die Amitzur goed kon vervangen. Alle andere trainers zou ik te veel met hem hebben vergeleken, dat was niet eerlijk geweest.''

“Na München is mijn hele sportleven veranderd. Overal waar ik voortaan kwam, had ik een bewaker bij me. Zelfs als ik naar het toilet ging. Ik moest in elk land de Israelische ambassadeur bellen, zodat die mij een bewaker kon sturen.

Natuurlijk was er wel gevaar. Mensen die dreigden een hotel met Israelische sporters op te blazen. Dat was verschrikkelijk. Maar waarom werd ik gestraft voor wat mij is overkomen?''

In 1976 in Montreal liep ze de finale van de 100 meter horden, de eerste keer dat een Israeliër zover was gekomen op de Olympische Spelen. Ze werd zesde.

Na Montreal kwam Moskou. Vóór Moskou kwam de boycot van de westerse landen, waarbij Israel zich aansloot. De Russische inval in Afghanistan betekende een nieuw persoonlijk drama. “Ik had vier jaar keihard getraind. Er waren toen nog geen wereldkampioenschappen, dus het was allemaal voor niks geweest.”

Haar loopbaan werd gedwarsboomd door de politiek en de doping. Palestijnse terroristen en Oost-Europese spierbundels hebben haar van een olympische medaille afgehouden.

Roth mist het karakter om haatdragend te zijn, maar vergevingsgezind is ze zeker niet. “De Palestijnen hebben mijn leven veranderd, ze hebben mijn liefde voor de atletiek kapot gemaakt. Voor 1972 had ik een droom, daarna was de droom over. Al de idealen waren verbroken. Voor mijn lichaam is sport altijd heerlijk gebleven. Voor mijn geest werd het een verplichting. Atletiek werd een job.”

Esther Roth heeft haar bedenkingen bij de vredesbeprekingen in het Midden Oosten. Ze stelt voor eerst sportieve krachtmetingen te organiseren, dan komt de rest misschien wel vanzelf. “Ik ken veel mensen die heel sceptisch zijn tegenover Arafat. Die handdruk met Rabin is veel mensen in het verkeerde keelgat geschoten. Arafat heeft onze mensen vermoord. Hij heeft destijds de terroristen naar München gestuurd. Dat kunnen we toch niet vergeten.”

In de buurt van de school waar ze lesgeeft, woont Esther Roth in een typisch Israelische forenzenplaats. Wit beton steekt schril af tegen de blauwe lucht.

Keurig gemaaide grasveldjes liggen afgelegen van de bezette gebieden. Zoals de meeste joodse Israeliërs voelt ze er weinig voor haar privéleven te delen met de Arabische bevolking.

“Ik woon in een buurt waar alleen maar joden wonen. Daar voel ik me lekker bij, dat geeft rust. Maar ik kan het goed vinden met sommige Arabieren. Op school hebben we een Arabische lerares, een aardige vrouw. Ze heeft altijd in Israel gewoond, ze is gewoon anders dan anderen. Ze is een vriendin van me.

Maar we praten niet over politiek. Dat is voor de politici. Ik heb sport en politiek altijd gescheiden gehouden, hoewel dat lang niet altijd meeviel.''