Tussentijds vonnis; Hof verwerpt Britse eis in BSE-kwestie

Londen dreigde half april al naar het Hof te zullen stappen, juist toen Frankrijk in navolging van Nederland had besloten 76.000 kalveren van Britse komaf 'te ruimen'. Ze waren al sinds 28 maart in quarantaine. De Franse minister van landbouw, Philippe Vasseur, stelde in het Franse parlement dat het besluit niet op strikt wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd, maar wel om de consument ervan te verzekeren dat er geen verdacht rundvlees op de markt is.

In Nederland was toen al begonnen met de vernietiging van 63.000 Britse kalveren. België, dat voor het mondiale exportverbod nog 26.000 Britse kalveren had geïmporteerd is niet tot vernietiging overgegaan, omdat 'sluitende wetenschappelijke onderbouwing ontbrak'.

Het Verenigd Koninkrijk heeft uiteindelijk op 24 mei een uitspraak van het Hof gevraagd over de maatregel van Brussel die de Britten een wereldwijd exportverbod van rundvee en -vlees oplegt. De Britten hadden gevraagd dat verbod geheel of ten dele op te heffen, omdat het onwettig zou zijn. Volgens Londen kan een dergelijke maatregel zich niet uitstrekken tot landen buiten de Europese Unie. Verder heeft de Britse regering zich beroepen op de schade die de Britse vleesindustrie inmiddels heeft opgelopen.

Het verbod werd op 27 maart afgekondigd, nadat een wetenschappelijke commissie aan de Britse regering had laten weten dat er mogelijk een verband bestaat tussen het eten van rundvlees, afkomstig van koeien met boviene spongiforme encefalopathie (BSE of gekke koeie-ziekte) en het ontstaan van de Ziekte van Creutzfeldt-Jakob bij mensen. De afgelopen jaren is in het Verenigd Koninkrijk een tiental gevallen waargenomen van dit syndroom bij uitzonderlijk jonge mensen. Sinds de Brusselse maatregelen is de consumptie van rundvlees in de meeste lidstaten dramatisch teruggelopen.

In Luxemburg hebben de Britten naar voren gebracht dat er sprake is van disproportionaliteit en discriminatie van Britse consumenten en producenten. Bovendien, zo werd op een hoorzitting op 19 juni gezegd, is de maatregel gebaseerd op het herstel van het vertrouwen van de consument in rundvlees, een argument dat wettelijk niet te onderbouwen valt. De Britten eisten daarbij dat het verbod is zoverre wordt opgeheven, dat export van levend vee, embryo's en afgeleide produkten van dieren die jonger zijn dan dertig maanden weer mogelijk wordt. De Europese Commissie heeft daar tegen in gebracht, dat bescherming van de volksgezondheid om een volledig exportverbod vraagt.