Timmeren op de toetsen

Onder mijn vrienden tel ik een schaakgrootmeester, en het is mij meer dan eens gegeven geweest hem gade te slaan terwijl hij bezig was een of andere partij na te spelen en te analyseren. Hij verzet dan stukken op een bord vóór hem, en het overkomt hem soms dat met groot geweld te doen.

Het herinnert aan hoe een hond soms wilde loopbewegingen maakt en half blaft in zijn slaap; ook daarbij kun je niet zien wie de tegenpartij is.

Maar het is duidelijk genoeg hoe het geïnterpreteerd moet worden. Daar! Pak aan! Scheer je weg, da's míjn lantaarnpaal. Pats! Nu is het gedaan met je hoge sprongen! - dat is wat dat geweld betekent en ik kan me er zonder moeite in inleven. Zo vergaat - of verging - het mij namelijk ook bij het schrijven op een schrijfmachine. Vooral bij het schrijven van polemisch proza kon ik de machine er soms zo ongenadig van langs geven dat mijn schrijftafel er van dreunde.

Helaas! Dat is voorgoed voorbij. Het grootste deel van mijn leven heb ik geschreven op een grote oude Royal van vlak na de oorlog, maar toen kwam de computer, en de mogelijkheden van dit apparaat zijn zo superieur dat ik zonder omzien de nieuwe weg ben ingeslagen. Maar dat timmeren op het toetsenbord, dat mis ik.

Het toetsenbord, zo moet me van het hart, is het minst perfecte onderdeel van de tekstverwerker. Het nadeel is de overmatige gevoeligheid van de toetsen: als je één toets aanslaat staan er meteen zeventien letters op het scherm. Het gemak waarmee fouten op de computer kunnen worden verbeterd wordt voor 95 procent gebruikt voor het verwijderen van ongewenste extra letters. Op de computer geschreven teksten zijn herkenbaar aan een bepaald soort fouten ('vopor' of 'voior' waar 'voor' moet staan).

Wat onzichtbaar blijft is de ergernis. En toch is het met de beschikbare techniek niet moeilijk een toestenbord te maken met dezelfde aanslag als een schrijfmachine; die aanslag zou ook zonder moeite regelbaar kunnen worden gemaakt. Er bestaan elektronische pianoklavieren waarin vrijwel hetzelfde vraagstuk met behulp van contragewichten (niet spiraalveren!) heel bevredigend is opgelost. Als zoiets al bestaat zou ik er graag van horen.

    • Rudy Kousbroek