'Regime Birma schept helderheid voor investeerders'

“Vroeger kon je ageren tegen Vietnam of actievoeren tegen de Apartheid. Nu is er weinig meer te ageren in de wereld. Ik ben zo bang dat nu te veel gefocused wordt op Myanmar.” Herman Johan Stevens, Honorair Consul van Myanmar (Birma), vindt het doodzonde dat Heineken zich uit Birma terugtrekt. Als voorzitter van de Nederlands-Birmaanse Kamer van Koophandel in oprichting wil hij nog dit jaar een tweede handelsmissie naar Birma organiseren.

ETTEN-LEUR, 12 JULI. Het blinkende koperen bordje met daarop in sierlijke letters 'Consulaat van Myanmar' is drie maanden geleden gestolen, tegelijkertijd met het bordje voor de Birmaanse Ambassade in Bonn. De Nieuwe bordjes hangen nu achter glas.

Het consulaat van Myanmar in Nederland ligt in Etten-Leur, vlakbij Breda. Het is gevestigd in een kantoortje naast een loods vol rollen papier en stapels karton. De consul zelf, Herman Johan Stevens, is derde generatie in het Etten-Leurse familiebedrijf Stevens Paper & Board, traders in paper. Aan de muur van een van de magazijns hangen keurig op een rij maskers uit een groot aantal landen in het Verre Oosten. Herman Stevens reist veel naar Azië, om papier en karton in te kopen of te verkopen.

Stevens is een deftige ondernemer in een grijs pak met pochet. Hij praat beschaafd Nederlands, al heeft hij soms moeite de Nederlandse vertaling te vinden van woorden die hij alleen in het Engels kent - zaken-Engels wel te verstaan. Aan de muur van Stevens' werkkamer hangen oude kaarten van Birma en Malta (hij is tevens consul van Malta). Onder de ingelijste brief van de Koningin waarin Hare Majesteit Stevens tot consul beëdigt, hangt een portret van Bogyoke Aung San, de vrijheidsstrijder van Birma, de vader van de huidige oppositieleidster, legt Stevens graag uit, de winnares van de Nobelprijs voor de Vrede die Heineken onlangs in deze krant nog opriep zijninvesteringen in Birma te staken. Naast Stevens' bureau staan twee vlaggen (die van Myanmar en die van Malta) aan beide zijden van een grote houten olifant. Op tafel ligt een zwart-wit fotoboek van Myanmar. Herman Stevens' werkgebied is Azië. In 1980 reisde hij voor het eerst naar Birma. “Ik kwam daar in een environment waarvan ik dacht dat die niet meer bestond. Zo iets moois! Zo'n rust, maagdelijk. De Birmaan is een schitterend mens. Landschappelijk is het prachtig, de flora, de fauna. Het greep me vanaf het eerste moment. Ik heb me er in vast gebeten. Het was zo'n intrigerend land.” Na twee jaar kreeg Stevens zijn eerste order, vijf ton papier voor KNP Maastricht. “Het was peanuts. Het bewijst hoe voorzichtig Birma is en hoe veel moeite ik heb moeten doen om mijn goede instelling te bewijzen, om hun vetrouwen te winnen.”

Gaandeweg kwamen er meer orders. “Maar toen kwam 1988. Dat weten we allemaal, dat was het beroemde jaar waarin de studenten zich wat mondiger, wereldser gingen opstellen en in conflict kwamen met het instituut Birma”, memoreert Stevens. “Birma omvat 135 stammen, talen, dialecten, religies, die allemaal op basis van de oude Britse verdeel- en heerspolitiek een zelfstandige manier van leven, denken hebben. De grote angst van het gouvernement was: het uiteenvallen van Birma, met alle bekende consequenties van dien. Ik denk dat dit ook het kernpunt is waar we nu allemaal mee zitten. Het leger greep in en formeerde toen het gouvernement.”

Op dat moment, in 1988, had Stevens grote contracten liggen voor verscheping naar Birma. De politieke crisis in het land maakte de bank van Stevens echterhuiverig voor financiering van de transactie. Stevens, (“ik heb een nacht naar het plafond liggen turen”) verscheepte toch, uit affiniteit met het land, zegt hij. “Ze hebben prompt betaald, geen enkel probleem.”

“Het land was dicht, absolute radiostilte, geen enkel visum verstrekt, van de aardbodem verdwenen”, vertelt Stevens in telegramstijl. Hij kreeg na de verscheping een telefooontje van de ambassade van Myanmar in Bonn. Of hij nog naar Azië ging en of hij in dat geval ook Birma wilde aandoen? Stevens kreeg onmiddellijk een visum en reisde af naar Rangoon. In een Fokker Fellowship, met naast de bemanning slechts drie Birmanen aan boord, landde hij op de internationale luchthaven van Birma.Aan de trap beneden stond een militair, maar die stonden er altijd, dus daar sloeg Stevens geen acht op. “Mister Stevens”, zei de militair tot verrassing van de zakenman uit Etten-Leur toen deze voet aan de grond zette, “be so kind to follow me.”

Pagina 14: 'Je moet er geweest zijn om het te begrijpen'

Stevens was in no time door de douane, verdween in een zwarte auto met twee motorfietsen ervoor en werd afgezet bij het hem zo bekende ministerie van handel waar op de eerste verdieping een lachende minister hem stond op te wachten, memoreert Stevens niet zonder trots. De minister bedankte hem namens het Birmaanse volk voor het vertrouwen wat hij in het volk had gesteld door in deze periode zo'n grote lading papier (vier miljoen dollar) te verschepen. Voor Stevens is toen de zaak pas echt gaan rollen in Birma. In 1990 kreeg hij het verzoek Honorair Consul te worden. “Ik ben de eerste consul in de historie van Birma en ik ben de enige in de hele wereld.”

Destijds waren er vier Nederlandse bedrijven op regelmatige basis actief in Birma, zo herinnert Stevens zich. Dat waren Fokker (“per traditie vliegt Birma met Fokker, nog steeds”), Frico Domo (melk), IHC (baggerwerktuigen) en, natuurlijk, Stevens Paper & Board zèlf. Mede dankzij de inspanningen van de nieuwe consul hebben sindsdien ook andere Nederlandse instellingen de weg naar Birma ontdekt, bevestigt Stevens. Zo zijn nu ook in Rangoon vertegenwoordigd: ABN AMRO, ING Bank, Akzo, Nutricia en de Rotterdamse rederij Voigt & Co.

Stevens stond ook aan de wieg van een omvangrijke Nederlandse handelsmissie naar Birma, in april vorig jaar, en organiseerde de Nederlandse deelname aan de Myanmar Trade Fair in januari van dit jaar in Rangoon waar een keur van Nederlandse bedrijven en financiële instellingen zich liet vertegenwoordigen, zoals ABN AMRO, Boskalis, Damen Shipyard, Fokker Aircraft, Fokker Aviation, Gist-Brocades, Grolsch, ING Bank, Nutricia, Pakhoed Furness, Rabobank, Schreiner Airways en Inited Dutch Breweries.

De Nederlandse investeringen in het land zijn niet spectaculair van omvang. Behalve Heineken, dat deze week al aangaf zich onder druk van de publieke opinie te zullen terugtrekken, heeft alleen Nutricia in Birma geinvesteerd, zo weet de consul: in een fabriek voor babyvoeding.

De export naar Birma gaat beter. Heineken en Grolsch bijvoorbeeld zijn er marktleider, vertelt Stevens: “Grolsch heeft daar een uniek marketing verhaal: het blikje en de beugelfles. Op een gegeven moment was Grolsch hèt bier. Weet U waarom? Het blikje was zilver. Da's goed, da's top! Zilver, dat spreekt de mensen aan, net zoals goud in het Midden-Oosten. En de beugelfles? Die kun je gebruiken voor een hoop andere dingen. De Birmaan is erg zuinig.”

Stevens heeft eerder dit jaar samen met NCH (Nederlands Centrum van Handelsbevordering) The Netherlands - Myanmar Council for Trade Promotion, opgericht. Stevens heeft grootste plannen met deze Kamer van Koophandel: “Ik wil nog dit jaar een tweede handelsmissie naar Birma organiseren, maar dan moeten we wel eerst leden hebben.” De voorzitter van de Kamer van Koophandel in oprichting streeft naar ten minste honderd leden. “U kunt zich niet de belangrijkheid van die markt voorstellen. Daar wonen 49 miljoen potentiële afnemers, die, inderdaad, geen foreign currency hebben. Maar gezien de natuurlijke rijkdom van het land kun je het valutaprobleem op allerlei manieren op lossen.”

Stevens gelooft niet in sancties, maar in dialoog. “We moeten juist wel die Kamer oprichten. Ik denk dat zakendoen en economische contacten een prioriteit is, want daardoor kom je met elkaar in gesprek. Daardoor leer je naar elkaar te luisteren.” Stevens erkent dat de situatie alles wegheeft van de discussie over de boycot tegen Zuid-Afrika. Stevens vindt dat je in Birma moet zijn geweest om er over te kunnen oordelen. Bij mensen die het land hebben bezocht, constateert hij de nuance. “Die mensen zien het genuanceerd, in de perceptie, in de environment daar. Je moet er zijn geweest om het te begrijpen. Ik ben het ook niet met alles eens, dat zou te gek zijn, dat heb je in de hemel. Waarmee ik het niet eens ben bijvoorbeeld? Met de bureaucratie, het is een staatsgeleid bedrijf, de BV Myanmar, het gaat er nog traag, nog langzaam.”

Stevens proeft ook enige terughoudendheid bij Nederlandse ondernemingen, vooral bij de multinationals. “Maar een Kamer van Koophandel is niet direct voor Akzo en Philips, is meer voor het kleine bedrijfsleven, die zijn niet terughoudend, die zien mogelijkheden, dat zijn Hollandse kooplui. Het zijn die kleine bedrijven die nog die Hollandse guts hebben om het avontuur aan te gaan en daardoor hopen op succes.”

De kritiek dat buitenlandse investeerders een oppressief bewind in het zadel houden, wimpelt Stevens resoluut af. De suggestie dat de partner van Heineken in de drugs zit is “baarlijke nonsens”. “Het is het gouvernement dat vruchten plukt van de joint venture met Heineken en dat die vruchten ten gunste brengt van de eigen bevolking, in wegen, bruggen, sluizen, ophaalbruggen, spoorbomen whatever. De opbrengst wordt in de economie gepompt, het wordt niet gebruikt om de bevolking te onderdrukken, nee geloof me!”

“Weet u dat ik in Myanmar nog nooit een vent heb gezien, noch vrouw, die honger had, en ik heb nog nooit een bedelaar gezien in al die tijd dat ik Birma ben, ik heb nog nooit een kind gezien met snotterbellen. Ze zijn erg schoon die Birmanen. (...) Er is geen onderdrukking, men regeert met harde hand om tot een democratie te komen. Dat is ook prettig voor ondernemers, je weet waar je bent, je weet waar je staat.”

    • Geert van Asbeck