Paavo Nurmi en andere recordhouders

De Verenigde Staten hebben in de geschiedenis van de Olympische Zomerspelen 1.895 medailles behaald en voeren daarmee de landenranglijst aller tijden aan. Nederland neemt een vijftiende plaats in met 165 medailles: 45 maal goud, 51 maal zilver en 69 maal brons.

Het eerste, tweede, derde en vierde getal achter de landen geeft respectievelijk het aantal gouden, zilveren, bronzen en totaal aantal gewonnen medailles weer.

1. Verenigde Staten 776 596 523 1.895

2. Sovjet-Unie/Rusland 440 360 327 1.127

3. Duitsland* 336 351 359 1.046

4. Groot-Brittanië 160 204 206 570

5. Zweden 128 142 165 435

6. Hongarije 133 120 142 395

7. Italië 146 119 129 394

8. Finland 96 78 111 285

9. Japan 89 83 92 264

10. Australië 77 76 95 248

11. Roemenië 59 70 90 219

12. Polen 43 62 105 210

13. Canada 44 66 82 192

14. Bulgarije 40 69 58 167

15. Nederland 45 51 69 165

* Totalen Duitsland zijn inclusief periode dat West- en Oost-Duitsland (1952-'88) gescheiden meededen.

Mannen

De Russische turner Nikolai Andrianov is de meest succesvolle sportman in de geschiedenis van de Olympische Spelen. Hij behaalde vijftien medailles.

Andrianov deed mee aan drie Spelen, die van 1972, '76 en '80.

De meeste gouden medailles, negen, zijn gewonnen door de Finse atleet Paavo Nurmi en de Amerikaanse zwemmer Mark Spitz.

In sommige publicaties wordt Ray Ewry, een Amerikaanse atleet uit de beginperiode van de Spelen, als recordhouder aangemerkt. Hij behaalde weliswaar tien gouden medailles, maar twee daarvan won hij tijdens de 'tussen-Spelen' van 1906 in Athene en dat evenement is niet erkend door het Internationale Olympische Comité. Ewry deed mee aan disciplines die nu niet meer op het olympisch programma staan: verspringen uit stand, hoogspringen uit stand en hinkstapspringen uit stand.

Aleksandr Ditjatin heeft de meeste medailles op één Olympische Spelen behaald. De Russische turner won er in Moskou in 1980 acht; drie gouden, vier zilveren en één bronzen.

Ranglijst aller tijden van sportmannen die de meeste olympische medailles hebben behaald:

Het eerste, tweede en derde en vierde getal achter namen van de sporters geeft respectievelijk het totaal aantal, gouden, zilveren en bronzen medailles en het jaar van deelname weer.

1. Nikolai Andrianov (SU, turnen) 15 (7-5-3) 1972-76-80

2. Boris Shakhlin (SU, turnen) 13 (7-4-2) 1956-60-64

3. Edoardo Mangiarotti (Ita, schermen) 13 (6-5-2) 1936 t/m '60

4. Takashi Ono (Jap, turnen) 13 (5-4-4) 1952 t/m '64

5. Paavo Nurmi (Fin, atletiek) 12 (9-3-0) 1920-24-28

6. Sawao Kato (Jap, turnen) 12 (8-3-1) 1968-72-76

7. Mark Spitz (VS, zwemmen) 11 (9-1-1) 1968-72

8. Matt Biondi (VS, zwemmen) 11 (8-2-1) 1984-88-92

9. Viktor Tsjukarin (SU, turnen) 11 (7-3-1) 1952-56

10. Carl Osburn (VS, schieten) 11 (5-4-2) 1912-20-24

11. Aladar Gerevich (Hon, schermen) 10 (7-1-2) 1932 t/m '60

12. Akinori Nakayama (Jap, turnen) 10 (6-2-2) 1968-72

13. Aleksandr Ditjatin (SU, turnen) 10 (3-6-1) 1976-80

14. Carl Lewis (VS, atletiek) 9 (8-1-0) 1984-88-92

Vrouwen

Turnster Larissa Latinina deed aan drie Olympische Spelen (1956, '60 en '64) mee en won in totaal achttien medailles, waarvan negen gouden. De Russische is daarmee de meest succesvolle olympische sportvrouw aller tijden. Haar collega-turnster en landgenote Maria Gorokhovskaja behaalde de meeste medailles in één Olympische Spelen, zeven in 1952.

Ranglijst aller tijden van sportvrouwen die de meeste olympische medailles hebben behaald:

Het eerste, tweede en derde en vierde getal achter namen van de sportsters geeft respectievelijk het totaal aantal, gouden, zilveren en bronzen medailles en het jaar van deelname weer.

1. Larissa Latinina (SU, turnen) 18 (9-5-4) 1956-60-64

2. Vera Caslavska (Tsj, turnen) 11 (7-4-0) 1960-64-68

3. Agnes Keleti (Hon, turnen) 10 (5-3-2) 1952-56

4. Polina Astaknova (SU, turnen) 10 (5-2-3) 1956-60-64

5. Nadia Comaneci (Roe, turnen) 9 (5-3-1) 1976-80

6. Loedmilla Toerisjeva (SU, turnen) 9 (4-3-2) 1968-72-76

7. Kornelia Ender (DDR, zwemmen) 8 (4-4-0) 1972-76

Dawn Fraser (Aus, zwemmen) 8 (4-4-0) 1956-60-64

9. Shirley Babashoff (VS, zwemmen) 8 (2-6-0) 1972-76

10. Sofia Muratova (SU, turnen) 8 (2-2-4) 1956-60

Nederlanders

De eerste olympische medaille die in Nederlandse handen terechtkwam, dateert van 1 augustus 1900 in Parijs. De schietploeg behaalde op het onderdeel revolver 50 meter een derde plaats. Drie weken later werden de roeiers Brandt en Klein bij de twee met stuurman de eerste Nederlandse olympische kampioenen.

Nederland behaalde in de geschiedenis van de Zomerspelen de meeste medailles bij het zwemmen (inclusief het waterpolo), 38. Bij het wielrennen werden 27 ereplaatsen gewonnen.

Twee Nederlanders verzamelden vijf medailles. Ruiter Charles Pahud de Mortanges won tijdens drie verschillende Spelen (1924, '28 en '32) op de military vier gouden medailles en één zilveren. Hij deed dat met twee paarden, Marcroix en Johnnie Walker. Schermer Arie de Jong behaalde tijdens de Spelen van 1912, '20 en '24 vijf bronzen medailles. Daarmee is hij bijna de sportman met de meeste derde plaatsen in de olympische historie. Alleen de Finse turner Savolainen heeft er een meer.

Twaalf Nederlandse deelnemers aan de Zomerspelen wonnen drie of meer medailles:

Het eerste, tweede en derde en vierde getal achter namen van de sporters geeft respectievelijk het totaal aantal, gouden, zilveren en bronzen medailles en het jaar van deelname weer.

C. Pahud de Mortagnes (ruitersport) 5 (4-1-0) 1924-28-32

Arie de Jong (schermen) 5 (0-0-5) 1912-20-24

Fanny Blankers-Koen (atletiek) 4 (4-0-0) 1948

Rie Mastenbroek (zwemmen) 4 (3-1-0) 1936

Jetze Doorman (schermen) 4 (0-0-4) 1912-20-24

Dolf van der Voort (ruitersport) 3 (3-0-0) 1924-28

Gerard de Kruyff (ruitersport) 3 (2-1-0) 1924-28

Ada Kok (zwemmen) 3 (1-2-0) 1964-68

Willy den Ouden (zwemmen) 3 (1-2-0) 1932-36

Conny van Bentum (zwemmen) 3 (0-2-1) 1980-84-88

Bob Maas (zeilen) 3 (0-1-2) 1932-36-48

Arnold Vanderlijde (boksen) 3 (0-0-3) 1984-88-92