Oog in oog met een Camarasaurus; Skelet van een dinosauriër in Wassenaar

Duinrell, Duinrell 1, Wassenaar. Tel. 070-5155155. Dag. 10-17u. Entree: 25 gulden (inclusief Tikibad), Vanaf 17.00 17,50 gulden.

140 miljoen jaar geleden zag de wereld er anders uit. Er was toen nog geen gras, er waren geen bloemen en er leefden andere dieren. Er fladderden beesten in de lucht met vleugels aan hun pinken. Deze 'vleervingerigen' moesten hun pinken razendsnel heen en weer bewegen om te kunnen vliegen. Dinosauriërs waren de dieren die het meeste voorkwamen. Zij stampten overal rond, sommigen van het formaat van een kip, anderen zo groot als een flatgebouw.

Wetenschappers graven nu nog wel eens botten op van die dinosauriërs. Vorig jaar hebben ze bijvoorbeeld het skelet van een camarasaurus (een soort dinosauriër) opgegraven in Utah in de Verenigde Staten. Dat geraamte is in 120 kisten naar Nederland gestuurd. Het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden heeft het namelijk gekocht. Maar omdat het museum tot 1998 geen ruimte heeft om het skelet te exposeren, ligt het tot die tijd in Duinrell in Wassenaar.

In het dinotheater in Duinrell liggen de 140 miljoen jaar oude botten van de camarasaurus in een grote kuil. Als je er rondloopt lijkt het net of je het skelet zelf hebt opgegraven. De botten liggen uitgestald door de kuil. Zo kun je zien hoe lang de camarasaurus was: 18 meter lang. Het beest was 20.000 kilo zwaar. Het was vast geen pretje om die tegen te komen op straat.

Volgens Lars van de Hoek Ostende van het Natuurhistorisch Museum is zo'n skelet een bron van informatie over camasaurussen. “Je ziet bijvoorbeeld dat de tanden heel bot zijn”, legt hij uit. “Daaruit kun je afleiden dat de camarasaurus alleen planten at. Met die tanden kun je geen beesten doodbijten. Het zijn meer een soort lepeltjes.”

In het dinotheater kun je de schedel bekijken. Die ligt op een heuveltje, waar je vlak langs kunt lopen. Het is een griezelig gezicht, ook al zijn de tanden klein, rond en bot. Het idee dat zo'n beest maar een pootje hoefde te verzetten om je te verpletteren is eng genoeg.

Bij het skelet liggen ook mooie ronde stenen. Geleerden, die skeletten van camarasaurussen opgroeven, vonden ook altijd van die stenen. Zij hadden geen idee waar die vandaan kwamen. Na heel lang denken en kijken naar die skeletten bedachten zij het antwoord: deze beesten met hun botte tanden konden nooit kauwen. Kippen kunnen dat ook niet en die slikken stenen door om hun eten in hun maag te vermalen. Anders kan het niet verteren. Misschien slikte de camarasaurus om diezelfde reden ook stenen door. De stenen bij het geraamte in Duinrell hebben waarschijnlijk miljoenen jaren geleden zijn eten in zijn maag vermalen.Lars is wild-enthousiast over de komst van de dinosauriër naar Nederland. “Er wordt bijna nooit een camarasaurus gevonden die nog zo gaaf is”, vertelt hij. “Meestal vinden we van allerlei beesten één bot of helemaal niks. Dit exemplaar is waarschijnlijk verdronken. Daarom zijn de botten zo goed bewaard gebleven. In het water konden andere dieren het lijk niet plunderen. Het water en de modder hebben het skelet ook beschermd tegen zuren, die de botten aantasten.”

De modder rond het geraamte is nu versteend. Het bot moet heel voorzichtig uit de brokken steen gehakt worden met kleine beiteltjes, schrapertjes, kwastjes en een soort tandartsboortje. Dat is een heel karwei. Drie mensen zijn daar sinds de komst van het skelet in november dag in dag uit mee bezig. Iedere keer als zij weer een bot hadden schoongemaakt, ging het naar Duinrell. Nu ligt daar bijna het volledige skelet.