Nijptang

Een Nederlands echtpaar dat al geruime tijd in New York woont, had mij uitgenodigd voor de thee. Om verschillende redenen kon ik die uitnodiging niet weigeren.

Zij bewoonden een luxueus appartement in de Upper East Side. Een liftboy bracht me naar de voordeur.

Behalve het echtpaar waren ook de dochter van het echtpaar, een gepensioneerde diplomaat, een galeriehoudster, en een meneer die beweerde kolonel te zijn geweest in het leger, aanwezig. Ik deed mijn uiterste best niemand voor het hoofd te stoten, hoewel het duidelijk was dat het om mensen ging die erg gemakkelijk voor het hoofd te stoten waren.

Vlak nadat we sandwiches met tonijnsalade geserveerd kregen, voelde ik de dringende behoefte even gebruik te maken van de wc.

De gastvrouw begeleidde me naar de badkamer, zij deed zelfs het licht voor me aan en toen fluisterde ze: “Je weet toch hoeveel we voor je kunnen betekenen.”

Toen ik mij na tien minuten iets beter voelde, was het duidelijk dat alleen doortrekken niet voldoende was. Ik zou de wc moeten reinigen, wilde ik in ieder geval niemand voor het hoofd stoten. En dat was precies wat ik wilde.

De badkamer was goed geoutilleerd. Ik zag een haardroger, verschillende soorten lippenstift, een ouderwets scheermes, maar een wc-borstel zag ik niet. Pas na vijf minuten vond ik er een. Het was een wc-borstel die er uitzag als een palmboom. Ik schrobde de wc met de wc-borstel vermomd als palmboom, zoals ik zelden een wc geschrobd had. Blijkbaar schrobde ik iets te enthousiast, want halverwege brak de wc-borstel af. Ik had alleen nog de palmboom in mijn hand. De borstel zelf stak diep in de wc, daar waar de wc langzaam overgaat in afvoerbuis. Ik duwde met de palmboom tegen de borstel, maar dit had tot gevolg dat de borstel nog dieper in de buis verdween.Ik begreep dat ik zo de badkamer niet kon verlaten. Ik moest de palmboom repareren. Ik liep een paar keer heen en weer, terwijl ik tegen mezelf zei: “Raak niet in paniek, raak niet in paniek.”

Toen kwam ik op het idee nog een keer door te trekken.

Misschien zou de borstel wel losschieten door de kracht van het water.

Ik trok door, maar de borstel schoot niet los. Integendeel, de borstel blokkeerde de uitgang, zodat het water niet wegliep, maar omhoog kwam. Het vulde de hele wc en begon er toen langzaam over heen te druppelen, op het marmer. Het was geen schoon water. Ik zag de restanten van mijn uitwerpselen in het water drijven.

Ik vervloekte mijzelf en dacht, jij verdient het niet te leven. Toen dacht ik, waarom kopen mensen ook wc-borstels die eruit zien als palmbomen. Ik zag het scheermes van de heer des huizes liggen en ik vroeg me af waarom je altijd leest over mensen die zelfmoord plegen om de liefde of om schulden, maar waarom nog nooit iemand in de literatuur zelfmoord heeft gepleegd om een wc-borstel.

Op dat moment klopte iemand op de deur. “Gaat het?” vroeg de vrouw des huizes. “Ja”, antwoordde ik, “het komt net los.” Ik begreep dat ik geen keus had. Ik stak mijn hand in de wc, er druppelde nu nog meer water en viezigheid over de rand, en ik trok aan de borstel met alle kracht die ik maar in me had. Maar hoe ik ook trok, de borstel zat muurvast. Bovendien was de borstel nogal glibberig, zodat hij me de hele tijd ontglipte.

Mijn kleren waren besmeurd, maar het viel me nauwelijks op. Ik had een nijptang nodig, alleen een nijptang kon me redden. Ik doorzocht de hele badkamer, maar natuurlijk was er geen nijptang te vinden.

Ten slotte opende ik de deur. De badkamer grensde direct aan de woonkamer. Ik stak alleen mijn hoofd naar buiten. Iedereen keek naar mij. “Ik heb een nijptang nodig”, zei ik zacht, “heeft iemand toevallig een nijptang bij de hand?”

Een paar seconden bleef het stil. Daarom zei ik voor de zekerheid: “het is dringend.”

Toen begon iedereen door elkaar te fluisteren, zonder dat er ook maar een iemand met een nijptang op de proppen kwam. Ik hoorde de kolonel fluisteren: “Dat verbaast me niets, als je zijn boek gelezen hebt.” Toen begreep ik het. Ze dachten dat ik mezelf ging bevredigen met een nijptang.

“Ik moet iets repareren”, riep ik. Was ik maar een rabbijn geworden.

Ten slotte verstomde het gefluister en overhandigde de vrouw des huizes me een nijptang. Ze bleef op afstand en had een verwilderde blik in haar ogen.

Zodra ik de nijptang had, sloot ik me weer op. Ook met de nijptang lukte het met niet vat te krijgen op de borstel. Het enige wat me wel lukte was de borstel met de nijptang dieper in de afvoerbuis te duwen. Toen de borstel er ten slotte diep in zat begon het water heel langzaam te zakken. Het duurde wel tien minuten voor het water geheel was verdwenen. Met wc-papier maakte ik alles zo goed mogelijk schoon. Aangezien ik niet nog een keer durfde door te trekken verstopte ik de wc-papiertjes achter in een voorraadkast.

Ik bedankte vriendelijk voor de nijptang en ging weer op mijn plaats zitten. Opeens slaakte de galeriehoudster naast me een kreet. Ik was net bezig een stukje sandwich in mijn mond te stoppen.

Ze wees op mijn mouw. Toen pas zag ik dat er een klein stukje stront aan mijn mouw kleefde. “Het was een ongeluk”, zei ik nog, maar daar lette niemand op. Ramen werden geopend en ik kreeg geen drinken meer aangeboden. Opnieuw hoorde ik de kolonel fluisteren: “Dat verbaast me niets, als je in zijn boek gelezen hebt.” Vijf minuten later verliet ik het huis. Niemand schudde mij de hand. Op de gang stond de liftboy al klaar, maar ik liet hem staan en nam de brandtrap.

    • Arnon Grunberg