Een nostalgische stemming bij het Israel Camerata

Concert: Israel Camerata o.l.v. Avner Biron. M.m.v. Jacques Zoon (fluit) en Michael Kugel (altviool). Werken van M. Kopytman, C.P.E. Bach, A. Dvorák en L. Boccherini. Gehoord: 11/7, Concertgebouw Amsterdam.

Te oordelen naar de rij voor de solistenkamer leek het alsof de Israel Camerata en fluitist Jacques Zoon in de pauze van hun concert een kleine receptie hielden. Het concert vond plaats in een soort reünie-stemming, waarbij zelfs eigentijds werk met een staande ovatie werd ontvangen.

Het kamerorkest Israel Camerata, dat donderdag onder leiding van Avner Biron optrad in het Concertgebouw, had twee bijzondere programmaonderdelen voor zijn luisteraars in petto. Jacques Zoon, de voormalig solofluitist van onder meer het Koninklijk Concertgebouworkest die in 1994 ons land verruilde voor de Verenigde Staten, soleerde in het Fluitconcert in d van Carl Philipp Emanuel Bach. En, in aanwezigheid van de componist, soleerde altviolist Michael Kugel in Kaddish van Mark Kopytman, een van oorsprong Oekraïense arts/componist die zich een kwart eeuw geleden in Israël vestigde en intussen 'huiscomponist' is van de Israel Camerata.

Kaddish - genoemd naar het gebed dat in de synagoge ter herinnering aan de overleden vader door de zoon wordt uitgesproken - is een werk dat vanuit een laag klankblok wordt opgestuwd en uiteindelijk resulteert in een matenlange flageolettoon van de solist. Deze toon blijft als condensatiestreep in de ijle klankruimte hangen, terwijl het strijkorkest de verdere afronding deels pizzicato voor zijn rekening neemt. De compositie is nostalgisch in haar haast dansante passages en melancholiek in haar verstilde momenten; de solocadans komt wat plichtmatig over, maar werd niettemin bevlogen vertolkt door Michael Kugel.

De bijdrage van Zoon aan het Fluitconcert van C.P.E. Bach boeide met name in de laatste twee delen. Terwijl Jacques Zoon in een weids Andante gelegenheid kreeg zijn ronde, donkere timbre te etaleren, ontstond in het virtuoze slotdeel een aantrekkelijke interactie tussen orkest en solist.

In de symfonie La Casa del Diavolo van Luigi Boccherini en de Serenade opus 22 van Dvorák liet de Israel Camerata zich kennen als een gezelschap met een weelderige strijkersklank en veel aandacht voor dynamische nuances en de dialoog tussen de registers.