Een heilige op blote voeten

ABEBE BIKILA, 1933-1973. Tweevoudig olympisch kampioen op de marathon. Won in 1960 de marathon van Rome en herhaalde dit succes vier jaar later in Tokio. Was ook favoriet bij de Spelen in Mexico 1968, maar viel geblesseerd uit. Won 12 van de 15 marathons waarin hij aan de start verscheen.

Op blote voeten holde Abebe Bikila in 1960 op de olympische marathon van Rome naar wereldfaam. Op de lange afstanden hebben Afrikaanse atleten sindsdien een naam hoog te houden. De Ethiopiërs Mamo Wolde, Miruts Yifter en Derartu Tulu traden al in de voetsporen van hun legendarische landgenoot.

Haile Gebrselassie kan deze zomer de vijfde olympisch kampioen uit Ethiopië worden. 'Winnen in Atlanta is eer bewijzen aan Abebe.'

Door ARJEN RIBBENS Op de begraafplaats van de Sint-Jozefkerk in Addis Abeba is het oorverdovend stil. Het orthodoxe kerkhof is een van de weinige plekken in de Ethiopische hoofdstad om te ontsnappen aan de kakofonie van stadsverkeer, schreeuwende bedelaars en straatventers. Tussen de tomben klinkt slechts geblaat en gesnurk. Schapen zoeken langs de modderige paden naar een sprietje groen en op een zerk liggen twee grafdelvers te dromen. Aan het einde van de oprijlaan, op de mooiste plek van het kerkhof, staat een bronzen beeld van een hollende atleet. Daaromheen een cirkelvormig perkje versierd met olympische ringen en cactusplanten. Hier ligt Abebe Bikila, tweevoudig olympisch kampioen staat in twee talen, het Amhaars en het Engels, op een eenvoudig bordje. Een welverzorgd graf met een fraai uitzicht op de Entoto-heuvels - de sportheld ligt er knap bij. Een tandeloze bewaker in een lange jas komt het hekje rond het graf openen. Trots vertelt de man dat er soms bezoekers uit Japan komen om bloemen te leggen.

De mens sterft drie keer, schreef de Franse romancier Julien Green. In het vlees, in het hart van zijn naasten en ten slotte in de herinnering. Het derde en laatste graf is het koudste. Een bezoek aan Ethiopië maakt duidelijk dat Abebe Bikila nog lang niet definitief gestorven is. Een kwart eeuw na zijn overlijden moeten miljoenen landgenoten de olympisch kampioen een warm hart toedragen. Op tal van plekken - in kantoren, op muren, op de Mercato, de grote markt - hangt Abebe. Schoolkinderen in de hoofdstad reageren juichend op zijn portret. Een cafébezoeker tovert uit het niets een verfomfaaid fotootje tevoorschijn. En Ethiopiërs die oud genoeg zijn om hem te hebben gekend, spreken over Abebe Bikila als een heilige: de beste marathonloper ooit een held van alle tijden, een supermens.

Gepaste eerbied voor een legendarische sportheld. Maar op zaterdag 10 september 1960 was Abebe Bikila gewoon een van de 69 deelnemers aan de olympische marathon van Rome. Een atleet bovendien die eerder meelij wekte dan ontzag inboezemde. Ging deze Ethiopische soldaat de 42 kilometer en 195 meter werkelijk blootsvoets te lijf?

Om de hitte te ontlopen klonk het startschot op het Capitool pas om half zes 's avonds. Halverwege de race liep de Marokkaan Rhadi ben Abdesselem op kop.

De 27-jarige Abebe Bikila was de enige atleet die kon volgen. Twintig kilometer lang holden de twee Afrikanen gezamenlijk over de keien van het oude Rome. Alle ogen waren gericht op de ervaren Marokkaan. Vlak voor de Spelen had Rhadi, de wereldkampioen veldlopen, bijna het onaantastbare marathonrecord van Emil Zatopek verbeterd. Rhadi zou die atleet zonder schoenen spoedig van zich afschudden, voorspelden de commentatoren. Maar de onbekende deelnemer met startnummer 11 volgde met verbazingwekkend gemak.

Naderhand werd duidelijk dat Abebe niet wist met wie hij op kop liep. Zijn coach had hem vooraf wel gewaarschuwd voor Rhadi, die volgens het programma met nummer 26 zou lopen. De Marokkaan liep echter met het nummer 185 dat hij eerder op de 10.000 meter had gedragen. Tot aan de finish keek Abebe regelmatig achter zich om te zien waar die gevreesde Marokkaan toch bleef.

Om het zekere voor het onzekere te nemen versnelde de Ethiopiër twee kilometer voor de streep. Rhadi bleef het antwoord schuldig, zodat Abebe aan het einde van de Via San Georgio als eerste onder de met fakkels verlichte triomfboog van Constantijn doorliep. Met ruime voorsprong en een glimlach op de lippen finishte de tengere Ethiopiër in de ongekende tijd van 2 uur 15 minuten en 16,2 seconden. Een fabelachtige prestatie, eerder een demonstratie dan een overwinning, die direct in superlatieven werd bezongen. De eerste Ethiopische medaillewinnaar, de eerste zwarte Afrikaan die goud won, een nieuw olympisch record, de snelste tijd ooit. Een commentator met historisch besef voegde daar droogjes aan toe dat Italië, na de mislukte kolonisatie van Ethiopië, ditmaal was verslagen door één Ethiopische soldaat, een soldaat op blote voeten.

Zelf maakte Abebe niet zoveel poespas na de overwinning. De tweehonderd aanwezige doktoren en verpleegsters hoefden voor hem geen van de zestig in grote tenten opgestelde bedden te spreiden. Ogenschijnlijk fit liep hij nog een paar rondjes, deed wat gymnastische oefeningen voor de fotografen en zei dat hij nu weliswaar kampioen van de wereld was, maar nog niet de kampioen van Ethiopië. Daarvoor moest hij toch eerst Wami Biratu verslaan, een landgenoot die in Rome door ziekte ontbrak.

“Hij was het tegendeel van een braniemaker”, bevestigt Frans Kuenen de bescheidenheid van de olympische kampioen. De Brabander kwam in Rome als 36ste over de streep, ruim een kwartier na Abebe. Na de race sprak hij nog met de winnaar. “Eventjes maar. Hij kende drie woorden steenkolenengels en ik vier.

” De overwinning had ook Kuenen verrast. Donkere atleten werden destijds op de lange afstanden nog helemaal niet serieus genomen, legt de gepensioneerde beroepsmilitair uit. “Daarin hebben we ons geweldig vergist. Die donkere jongens hebben de juiste benen. Van jongs af leiden ze een leven dat ze veel geschikter maakt voor topsport.”

Veel deskundigen waren destijds dezelfde mening toegedaan. In krantenverslagen werd de zege van Abebe uitgelegd als “een explosie van raszuivere natuurkracht” (Ru de Grood in het Algemeen Dagblad). Een atleet gehard door sobere, primitieve levensomstandigheden had getriomfeerd over Westerse collega's die van hun beste krachten waren beroofd door de zachtheid van de beschaving. Pas later kwam het besef dat de capaciteiten van Abebe hem niet alleen door de natuur gegeven waren en dat hij zich misschien wel het beste van alle deelnemers op de marathon had voorbereid. Nog later werd bekend welke voordelen verbonden zijn aan trainen op grote hoogte.

Onni Niskanen, een uit Finland afkomstige Zweed die door keizer Haile Selassie als sportadviseur naar Ethiopië was gehaald, legde Abebe maandenlang een straf oefenprogramma op. Tweemaal per dag, 's ochtends in alle vroegte en aan het einde van de middag, bereidde Abebe zich in de bergen rond Addis Abeba voor op de olympische marathon. Met veldlopen van dertig kilometer en intervaltrainingen van 1.500 meter op de baan. De 1.75 meter lange atleet hield er een ijzeren conditie aan over. Zeven minuten nadat hij in Rome over de finish kwam, constateerden artsen tot hun verbazing een polsslag van slechts 45 slagen.

De blote voeten van Abebe droegen ongetwijfeld bij aan het beeld van de 'primitieve natuurkracht'. De Ethiopiër trok volgens zijn trainer alleen schoenen aan wanneer hij gevaar liep zijn voeten te blesseren. Op de mooie wegen van Rome was daarvan geen sprake. Volgens Frans Kuenen was de Ethiopiër zonder schoenen misschien wel beter af. “In het olympisch dorp heb ik zijn voeten eens goed bekeken. Daar zat een eeltlaag onder waarop je een spijker kon krom slaan. De rest liep op loodzware, stugge klompen waar je enorme blaren van kreeg.”

De ontwikkeling van de sportschoen mag sinds Rome een hoge vlucht hebben genomen, aan Addis Abeba is deze evolutie voorbijgegaan. Van de vier miljoen inwoners kunnen velen zich nog geen gewoon paar schoenen veroorloven. De hoofdstad van Ethiopië is een sloeberige stad met enorme contrasten. Een hek scheidt de twintigste eeuw van de Middeleeuwen. In het Hilton ontbreekt het de gasten aan niets. Buiten het door bewakers afgeschermde hotel begint de Derde Wereld. Zwerfkinderen, prostituees en in lompen gehulde bedelaars bevolken de kapotte stoepen. De meeste mensen wonen in schamele hutjes zonder gas, licht, water en sanitair. De laatste jaren groeit de economie, maar nog net als in de tijd van keizer Haile Selassie gaat het land gebukt onder armoede, gebrek en zorgen. Met een gemiddeld inkomen van zo'n 200 gulden per jaar is Ethiopië met zijn 58 miljoen inwoners een van de armste landen ter wereld.

Bij de schoolkampioenschappen van Addis Abeba, begin april, hebben de meeste deelnemers net zoveel aan hun voeten als Abebe Bikila destijds in Rome.

Slechts een enkele scholier kan zich de luxe permitteren van sportschoenen en passende kledij. De meesten hollen in een kapot T-shirt en een haveloze broek over de sintelbaan van het stadion in het centrum van de stad. “Geld voor kleren of schoenen hebben we niet, maar hardlopen is een democratische sport” zegt een van de organisatoren laconiek.

Met enorme inzet strijden de scholieren voor een plaats in de volgende ronde.

Op de tribune leven klasgenoten intens mee met de verrichtingen op de baan. , Deze kinderen dromen van de Olympische Spelen'', zegt een leraar.

“Geld is ons grote probleem”, zegt Lucseged Bekele. De voorzitter van het Ethiopisch Olympisch Comité (EOC) zit in de vergaderzaal van het sportbureau met uitzicht op het stadion van Addis Abeba. Aan de muur lacht Abebe Bikila de bezoeker tegemoet. “De reis- en verblijfskosten van onze atleten zijn zeer hoog. Alle sportmateriaal moet worden geïmporteerd, net als vitaminepreparaten en geneesmiddelen.”

De Ethiopische regering staakte onlangs de subsidie aan het EOC. Dat dwingt het olympisch comité tot een inventief beleid. Van de vijftien medewerkers is alleen een secretaresse in vaste dienst. Voor de overigen is het vrijwilligerswerk. “Met tien projecten zamelen we geld in voor onze olympische ploeg”, legt Bekele uit. De multinationals IBM en Adidas steunen het EOC. In de grote hotels staan collectebussen, kinderen leuren op straat met loterijbriefjes.

De olympische equipe van Ethiopië telt op één bokser na uitsluitend atleten.

Om politieke redenen ontbraken de Oostafrikanen bij drie recente Spelen: Montreal (1976), Los Angeles ('84) en Seoul ('88). “Daardoor hebben we een achterstand opgelopen die in de meeste takken van sport zeer moeilijk is in te halen”, verklaart Bekele de eenzijdige samenstelling van zijn equipe. Maar in Atlanta zullen de Ethiopische atleten gloriëren, voorspelt de voorzitter. , We zullen de besten zijn. Gebrselassie wint goud op de vijf en tien kilometer, daar kun je vergif op innemen. Ook op de marathon en bij de vrouwen hebben we medaillekandidaten. En let op onze snelwandelaars.”

Heel wat voorzichtiger is dr. Wolde Meskel. De bondscoach van de atletiekploeg waagt zich niet aan medaillebespiegelingen. “Ik ben tevreden als we het resultaat van Barcelona overtreffen”, is alles wat hij kwijt wil. In Spanje wonnen zijn pupillen vier jaar geleden één gouden (Derartu Tulu op de 10.000 meter) en twee bronzen plakken (Fitta Bayissa op de 5.000 meter en Addis Abebe op de 10.000 meter).

Het hemelsblauw geverfde kantoor van Wolde Meskel in het EOC-gebouw is spaarzaam gemeubileerd. In een hoek staat een vervaarlijke speer. Volgens de 51-jarige sportfysioloog hoeft aan dat wapen weinig betekenis te worden gehecht. “Bij atletiek speelt psychologie een ondergeschikte rol. Cassius Clay dankte zijn succes voor tachtig procent aan zijn mond, maar wij zijn geen boksers.” Wat is dan het geheim van de Ethiopische hardlopers? “Dat is er niet, in de sport bestaan geen geheimen. Wel hebben onze lopers een fysiek voordeel. Het stadion van Addis Abeba ligt op 2.400 meter hoogte. En in de Entoto-heuvels trainen we zelfs op 3.000 meter boven zeeniveau. Ons hemaglobine-gehalte is daardoor zeer hoog, waardoor het zuurstofopnamevermogen toeneemt. Als we naar een laaglandbaan gaan geeft dat op de midden- en lange afstanden gedurende dertig dagen voordeel.” Wolde Meskel blijft daarom tot tien dagen voor de openingsceremonie van de Spelen in Addis Abeba. Pas dan gaan de Ethiopische atleten naar Atlanta om te acclimatiseren en de zeven uur tijdsverschil te overbruggen.

Over een computer beschikt de atletiekcoach niet. Wolde Meskel noteerde zijn succesvolle trainingsmethoden in een paar schriften. In een klein handschrift vulde hij de kolommen met tussentijden op de lange afstanden. Vorig jaar verbeterde zijn bekendste pupil, Haile Gebrselassie, zowel het record op de 5.

000 meter (12:44,39 in Zürich) als op de 10.000 meter (26:43,53 in Hengelo). ,Die tijden stonden hier al in'', zegt Wolde Meskel, wijzend op zijn schriften.

“Het is eigenlijk heel simpel. Ik ga uit van Gebrselassie's snelste 400 meter-tijd. Daarna reken ik uit hoe snel hij moet zijn op de 800 meter, de 1.

200 meter, enzovoorts. Daar trainen we vervolgens op.''

Wie is de beste Ethiopische atleet aller tijden? Wolde Meskel hoeft niet lang na te denken. Mamo Wolde, de olympische marathonkampioen van 1968, was volgens de coach het meest getalenteerd. Miruts Yifter, die in 1980 in Moskou goud won op de 5.000 en 10.000 meter, was de slimste. En zijn pupil Haile Gebrselassie, de eerste die met zijn records miljonair werd, beschikt over de meeste snelheid. Maar de grootste, de moedigste en meest vastberaden van alle Ethiopische atleten is voor Wolde Meskel toch Abebe Bikila: “Abebe heeft het lange-afstandlopen groot gemaakt, hij heeft de traditie uitgevonden. Niet alleen in Ethiopië en Afrika, maar over de hele wereld. Winnen in Atlanta is eer bewijzen aan Abebe.”

Wolde Meskel glimlacht bij de herinnering aan Tokio 1964. In de Japanse hoofdstad hoorde Abebe niet tot de favorieten. Zesendertig dagen voor de olympische marathon onderging de regerend kampioen immers een blindedarmoperatie. Maar halverwege de race, terwijl de rest van het deelnemersveld naar lucht hapte, liep de Ethiopische deelnemer met startnummer 17 al alleen op kop. In de wereldrecordtijd van 2 uur 12 minuten en 11,2 seconden kwam Abebe als eerste over de streep, de Britse nummer twee Basil Heatly volgde op ruim vier minuten. “Ik had nog makkelijk tien kilometer kunnen doorgaan”, zei de winnaar, die de 75.000 toeschouwers in het Olympisch Stadion opnieuw vermaakte met gymnastische oefeningen. Vragen over de operatie lachte Abebe weg: “Och, het was even wennen. Je moet met zulke dingen nooit te kinderachtig zijn. Voor een marathon moet je vooral hard voor jezelf zijn, anders kom je er nooit.”

Wolde Meskel is ervan overtuigd dat alleen domme pech Abebe van een derde olympische titel heeft afgehouden. Door een enkelblessure moest Abebe in 1968 in Mexico al na 17 kilometer opgeven. Landgenoot Mamo Wolde nam de kroon van Abebe over.

In de Nationale Bibliotheek in Addis Abeba zitten tientallen studenten aan lange tafels te lezen. Tussen de honderdduizend boeken die de leeszaal rijk is staat ook het enige Amhaarse boek dat ooit over Abebe Bikila is gepubliceerd: Marathon winnaars, Abebe en Mamo, door Abdu Ahmed. De 230 pagina's van het twintig jaar oude boek zijn volledig beduimeld. De biografie van de twee marathonlopers bevat ook een fotografisch overzicht van het leven van Abebe Bikila. Na zijn zege in Rome wordt de olympisch kampioen in Addis Abeba als een vorst ingehaald. Op een andere foto wenst een generaal Abebe geluk met zijn promotie tot korporaal. Beelden van Abebe's tweede olympische marathonzege in Tokio. Vervolgens weer een hoge militair die Abebe feliciteert met zijn bevordering tot sergeant. En dan volgen de minder vrolijke foto's. In een Engels ziekenhuis herstelt Abebe van zijn auto-ongeluk. In een rolstoel neemt hij deel aan een wedstrijd boogschieten. Op de laatste foto flankeren militairen en atleten de open vrachtwagen met zijn lijkkist.

Yewubdar Giorogis, de weduwe van Abebe Bikila, woont nog steeds in hetzelfde eenvoudige huis in een buitenwijk van Addis Abeba waarin haar echtgenoot de laatste jaren van zijn leven sleet. Net als haar man is zij een orthodoxe christen. Wegens de vasten verblijft zij begin april in Jeruzalem. Dochter Tsige, een van de vier kinderen van Abebe, past zolang op de winkel, de Abebe Bikila's family sport house, schuin onder de hoofdtribune van het stadion van Addis Abeba. De schappen zijn bijna leeg, net als de enorme vitrinekast die de winkel domineert. Een balpomp, een leren voetbal, een springtouw en een paar gewone schoenen, meer is er niet te koop. “Het is bijna ondoenlijk om aan goede spullen te komen”, zegt Tsige Abebe.Met enige tegenzin wil de dochter van Abebe Bikila wel een paar vragen over haar vader beantwoorden. “Alleen omdat u helemaal uit Nederland komt”, klinkt het weinig toeschietelijk. , Over mijn vader is veel onzin geschreven. Daarom geeft de familie geen interviews meer.” Hoe oud zij was toen haar vader overleed, wil ze niet zeggen. “Wat doet het ertoe. Ik kan mij hem alleen herinneren in zijn rolstoel.”

In maart 1969 raakte Abebe zwaar gewond. Op weg van Sheno naar Addis Abeba verongelukte hij met zijn Volkswagen Kever, een presentje van de keizer. Over de toedracht doen volgens zijn dochter allerlei kletspraatjes de ronde. “Mijn vader zat alleen in de auto. Niemand heeft gezien wat er precies is fout gegaan.” Na een week in het hospitaal van de keizerlijke garde te zijn verpleegd werd Abebe met toestemming van de keizer overgebracht naar een ziekenhuis in Engeland. Maar ook de Britse artsen konden weinig voor hem doen.

Abebe had zijn nek gebroken en was vanaf zijn middel verlamd. De tweevoudig olympisch marathonkampioen zou nooit meer kunnen lopen. Haile Selassie en koningin Elizabeth bezochten het ziekenhuis, president Nixon stuurde een telegram. Met kerst ontving de atletiekheld ruim vierduizend kaarten van over de hele wereld.

Haar vaders wilskracht was door het ongeluk ongebroken, zegt dochter Tsige.

Ondanks zijn handicap bleef Abebe, tot hij in 1972 aan een hersenbloeding overleed, aan sport doen. In Noorwegen won hij rolstoelwedstrijden over 10 en 25 kilometer. “Hij speelde vaak met ons”, herinnert Tsige zich. “Wat hij er van vond om gehandicapt te zijn, liet hij nooit merken. Zelfs niet tegenover mijn moeder. Mijn vader verborg zijn gevoelens, dat zat in zijn karakter.” In een vraaggesprek zei haar vader eens dat de rolstoel een kruis was dat hij moest dragen: “Ik was dolgelukkig toen ik de marathon won. Ik aanvaardde die overwinningen zoals ik nu deze ellende aanvaard. Ik heb geen keuze.”

Ook al gold Abebe Bikila als een van de beste atleten aller tijden, verzilverd heeft hij die positie niet. Volgens Tsige Abebe koesterde haar vader de amateurstatus. “Mijn vader stond dicht bij de keizer. Hij zei altijd dat hij holde voor zijn vaderland. Geld wilde hij absoluut niet aannemen. Dat was tegen de olympische regels en hij had geen zin zijn naam te bezoedelen.”

Om haar pols draagt Tsige Abebe een olympisch horloge. “Gekregen van IOC-voorzitter Samaranch toen hij op bezoek was in Ethiopië.” Het Internationaal Olympisch Committee is de familie van de olympisch kampioen niet vergeten.

Twee van de vier kinderen van Abebe Bikila kregen een beurs van het IOC waardoor zij in Engeland konden studeren. “Het is leuk om de dochter van Abebe Bikila te zijn”, geeft Tsige toe. “We krijgen veel respect.” Op uitnodiging van een schoenenfabrikant bezocht ze vier jaar geleden samen met haar moeder (“Zij is 49 jaar oud, maar iedereen denkt dat ze mijn zuster is”) de Spelen in Barcelona.

Het is niet mogelijk de olympische medailles van haar vader te zien, zegt Tsige Abebe. Soms leent de familie ze uit aan het Nationaal Museum in de hoofdstad. De rest van het jaar liggen ze “op een veilige plek”, net als de replica van het bronzen beeld van een van haar vaders voeten. Het origineel staat in het Olympisch Museum in Lausanne. En dan maakt Tsige Abebe aan het gesprek een eind. Een uitnodiging om mee te gaan naar het geboortedorp van haar vader, slaat ze beleefd doch resoluut af.

In Ethiopië bestaat geen bevolkingsregister. Aangenomen wordt dat Abebe Bikila op 5 september 1933 is geboren in Jetto Bina Deneba, een klein dorpje op 150 kilometer van de hoofdstad. Zijn vader was boer, net als de meeste Ethiopiërs, en Abebe paste in zijn jeugdjaren op het vee.

De eerste honderd kilometer naar Jetto Bina Deneba gaan over een van de weinige asfaltwegen van Ethiopië. Er rijdt een enkele overvolle bus, soms een vrachtwagen, meestal is de weg verlaten. Vlak voor het marktplaatsje Debre Birhan slaat de gids linksaf. Vanaf dat moment bestaat de weg, die door een prachtig ongerept landschap voert, alleen nog uit diepe kuilen. De jeep wordt ingehaald door een boer te paard. “Het is twee dagen naar Deneba”, zegt de boer. De gids heeft daar geen tijd voor en maakt rechtsomkeert.

Op de terugweg is het oppassen voor de jongetjes die blootvoets achter met takkenbossen beladen ezels aanhollen. Vlak voor Addis Abeba hollen twee leden van de Ethiopische olympische equipe in prachtige cadans tegen de heuvel op.

Ze zijn herkenbaar aan hun gloednieuwe Adidas-uitrusting. Ze zijn op weg naar Atlanta, op weg naar een nieuw eerbewijs voor Abebe Bikila en op zoek naar een uitweg uit de armoede van Ethiopië.