Een echte kleinzoon

Bez hield de fles ondersteboven. De duivel gleed in de kuil van haar hand.

“Zo, kleinzoon”, zei ze.

Haar adem blies hem omver en hij krabbelde overeind en sloeg zijn armen om haar duim.

“Blaas niet zo, Bez. En praat niet zo hard.”

“En hoe kom jij dan wel aan die muizige oortjes, kleine druiloor?”

“Doe niet zo flauw, bah.”

“Jij zal me wel heel wat te vertellen hebben”, zei Bez. “En mijn oren zijn groot en geduldig.”

“Maak me dan eerst weer gewoon”, zei de duivel.

Bez zei niets.

“Toe nou, Bez, je hebt het vergrootglas nu toch terug.” Bez keek hem alleen maar aan.

“Plaag me niet zo. Heb ik soms nog niet genoeg straf gehad?” Bez stak de pijp in haar mond en kauwde bedachtzaam op de steel.

“Lach je me soms stiekem uit, Bez? Durf je wel tegen iemand die veel kleiner is!”

“Dat is het hem nu juist”, zei Bez. “Geef me eens een vuurtje.”

Of de duivel nou groot of klein was, hij was dol op brandje stichten. Hij klom op de steel van de pijp, streek een lucifer af langs zijn tanden en stak de tabak aan.

“Hoei, wat is dit leuk”, zei Bez.

De duivel sprong in haar hand.

“Pak je dan nu het vergrootglas?”

“Ik zal jou eerst eens wat vertellen”, zei Bez. “Ik heb namelijk geen trek meer in een braaf kind.”

“Dat is fijn”, zei de duivel. “Maar wat heeft dat met mij te maken? Ik wil alleen maar weer groot worden.”

“Ik heb trek in een klein kind”, zei Bez grijnzend. “In een pietepeuterig kruimeldiefje of dwergschooiertje, ja, in een deugnietje dat ik nou eens écht mijn kleinzoon kan noemen, daar heb ik allemachtig veel zin in.”

“Weet je”, zei de duivel, “jij denkt altijd dat je alles zeker weet, maar misschien is dat deze keer wel niet zo. Misschien ben ik wel gewoon en is alles om me heen veel en veel te groot. Dus ook jij, Bez, jij bent monsterlijk groot, hahaha!”

Bez grinnikte met hem mee en blies een wolkje rook uit dat rood zag van plezier.

“Maak me groot, Bez, maak me groot!”

De duivel begon te stampvoeten.

“Ga door”, zei Bez. “Je houdt toch van dansen, mijn leuke, kleine duveltje? Nou, dans en stamp zoveel je wilt, het kriebelt zo grappig in mijn hand. Voorlopig zal ik me niet vervelen, dat weet ik zeker.”

En het kon niet anders of ze had gelijk, want haar naam was nu eenmaal Bez.

    • Mensje van Keulen