Druk op Milosevic dient zaak tegen Karadzic

DEN HAAG, 12 JULI. Dik twee uur duurde het gisteren voordat de Franse rechter Claude Jorda het vijftig pagina's tellende 'besluit' had voorgelezen van het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië over de aanklachten tegen de Bosnisch-Servische leiders Radovan Karadzic en Ratko Mladic.

Slechts langzaam drong het tot de aanwezigen in de rechtszaal door, dat tussen de snel voorgelezen regels een beschuldigende vinger naar Belgrado was uitgestoken, naar Slobodan Milosevic, de Servische leider de oorlog ruim vijf jaar geleden begon maar die vorig jaar wel met de internationale gemeenschap meewerkte om de oorlog te beëindigen. Niemand weet vooralsnog welke consequenties een onderzoek naar de betrokkenheid van Milosevic bij de oorlog in Bosnië kan hebben. Maar velen vrezen voor het vredesproces.

Rechter Jorda doelde duidelijk op Milosevic toen hij de openbare aanklager vroeg een onderzoek in te stellen naar de vraag “in welke mate de Servische regering de Bosnische Serviërs steun heeft gegeven bij hun politiek van etnische zuiveringen” en naar de communicatiekanalen tussen Karadzic en de Servische leiding. “Sommige feiten suggeren dat een plan bestond, opgezet op het hoogste Servische politieke en militaire niveau, een nieuwe staat op te zetten door het gebruik van geweld.”

De Franse rechter schetste gisteren uitvoerig hoe Joegoslavië uit elkaar was gevallen en hoe Karadzic daarvan had geprofiteerd. Jorda gaf een klemmend beeld van etnische zuiveringen: van marteling en moord, van belegering en beschieting van steden, van verkrachting, deportatie en opsluiting.

Hij maakte duidelijk hoezeer de leiding van de Bosnische Serviërs ernaar gestreefd had een bevolkingsgroep van de kaart te vegen, niet alleen door moord, maar ook door destructie van cultureel erfgoed, van moskeeën en kerken. “Soms zelfs was het puin van een verwoeste moskee in een diep gat gegooid, om te kunnen concluderen dat er nooit iets had gestaan.” Scherpschutters hadden Sarajevo met speciale geweren bestookt en duizenden mensen vermoord, zonder dat ze ooit door de leiding van de Bosnische Serviërs terecht werden gewezen. VN-soldaten waren in gijzeling genomen en als 'menselijk schild' vastgeklonken aan belangrijke militaire objecten, om te voorkomen dat deze bij bombardementen zouden worden vernietigd.

Dat Karadzic onbetwist de leiding had, aldus Jorda, staat net zo vast als de verantwoordelijkheid van generaal Ratko Mladic voor de massamoorden in Srebrenica.

“Zij die de bergen in waren gevlucht na de val van de moslim-enclave liepen in een hinderlaag, waarbij ze met alles wat de Bosnische Serviërs tot hun beschikking hadden, van pistolen tot luchtdoelgeschut, beschoten werden.” Duizenden vonden in de heuvels de dood, duizenden anderen werden uit de enclave gedeporteerd en geëxecuteerd op het voetbalveld van Nova Kasaba, de school bij Karakaj of de dam bij Sahanici.

De Eerste Proceskamer van het tribunaal was na de hoorzittingen van de afgelopen week dan ook tot de conclusie gekomen dat er meer dan voldoende grond was de vorig jaar uitgebrachte aanklachten tegen beide Bosnisch-Servische leiders te bevestigen. De aanklager werd zelfs uitgenodigd een paar onbekende feiten die bij de hoorzittingen naar boven waren gekomen verder uit te zoeken en aan de aanklachten toe te voegen. Vervolgens grepen de rechters naar het enige wapen van enige omvang in het arsenaal van het tribunaal (dat niet beschikt over een eigen politiemacht en niet gerechtigd is mensen aan te houden) om verdachten in de rechtszaal te krijgen: het internationale arrestatiebevel. Alle lidstaten van de VN moeten hieraan gehoor geven zodra de gezochte verdachten zich op hun grondgebied vertonen. De aangeklaagden moeten vervolgens worden uitgeleverd aan het tribunaal. Een lidstaat dat het bevel negeert kan uit de volkerenbond gezet worden.

De drie hoorzittingen die het tribunaal eerder heeft gehouden volgens artikel 61 van de procedureregels - waarin staat dat het tribunaal tot een publieke presentatie van het bewijsmateriaal gewettigd is als geen gehoor wordt gegeven aan een initieel arrestatiebevel, om na bevestiging van de aanklacht over te gaan tot een internationaal arrestatiebevel - zijn alle geëindigd met een besluit het zwaarste wapen in te zetten. Tot nog toe zonder resultaat. De Bosnische Serviër Dragan Nikolic, verdacht van martelingen in gevangenkampen, is voor het laatst als ijscoman gesignaleerd in de buurt van Belgrado. Dat was vóórdat het tribunaal hoorzittingen tegen hem hield. Drie officieren van het Joegoslavische Volksleger (JNA), die volgens de aanklager de dood van ruim 150 zienkenhuispatiënten uit het Kroatische Vukovar op hun geweten hebben, verblijven volgens waarnemers in Servië en worden niet uitgeleverd, ondanks het internationaal arrestatiebevel waaraan dat land gehoor zou moeten geven. De Kroatische Serviër Milan Martic, leider van de Serviers in de vorig jaar door de Kroaten heroverde Krajina, bestookte Zagreb met clusterbommen. Hij bevindt zich in Banja Luka, op Bosnisch-Servisch gebied. Iedereen kan hem daar bezoeken.

Karadzic en Mladic zijn de afgelopen maanden herhaaldelijk gesignaleerd in Belgrado. Mladic is een paar keer opgenomen in een ziekenhuis in Athene. Als de Grieken net als de Serviërs het internationaal arrestatiebevel trotseren, zullen ze zich de woede van met name de Westerse mogendheden op de hals te halen. Omdat Karadzic noch Mladic vanaf vandaag naar het buitenland kunnen kunnen reizen en de Bosnisch-Servische autoriteiten geen enkele aandrang hebben hen te arresteren, hebben de rechters met de aankondiging van een onderzoek naar zijn positie de Servische leider Milosevic onder druk gezet. Het voordeel van een onderzoek is dat er voorlopig tijd genoeg is over een uitlevering van Karadzic en Mladic te praten. Enkele maanden geleden was de Kroatische generaal Blaskic bereid naar Den Haag te komen, mits aan een waslijst van voorwaarden zou worden voldaan zoals bijvoorbeeld huisvesting buiten het cellencomplex. Een onderzoek kan ook weer afgeblazen worden en het kan ook nog zonder resultaat blijven.

Doet Milosevic niets, dan blijft er weinig anders over dan beide leiders te gaan halen om ze in de rechtszaal van het tribunaal te krijgen. Wie dat moet doen, hoe en wanneer, is een kwestie die Washington en een aantal grote Europese hoofdsteden zal moeten worden besproken. Het tribunaal kan slechts afwachten. Tot dusverre heeft de NAVO-vredesmacht in Bosnië in elk geval geen enkele poging ondernomen Mladic of Karadzic aan te houden.

Het tribunaal doet er niet geheimzinnig over dat de berechting van Karadzic en Mladic van groot belang is voor het voortbestaan van dit rechtsorgaan. Dat de hoorzittingen vlak voor de herdenking van de val van Srebrenica werden gehouden en dat het besluit exact een jaar na die val werd voorgelezen, is geen toeval, maar uitgekiend publiciteitsbeleid. Van de ruim 70 mensen die nu aangeklaagd zijn voor oorlogsmisdaden, zitten er nog maar acht in de speciale cellen voor het tribunaal in de Scheveningse strafgevangenis. Allen zijn relatief “kleine vissen”, zoals de inmiddels gangbare term luidt voor meestal plaatselijke commandanten die het beleid van hun leiders hebben uitgevoerd. Rechtbankpresident Antonio Cassese heeft de afgelopen maanden vaak aangegeven dat het tribunaal een waardeloos instrument blijft als de grote leiders, die verantwoordelijk zijn voor het beleid achter alle gruwelijkheden, buiten schot blijven. Het tribunaal zou daardoor ook zijn afschrikwekkende functie verliezen.

Cassese heeft de afgelopen maanden dan ook geen gelegenheid voorbij laten gaan de internationale gemeenschap op te roepen de Bosnisch-Servische leiders aan te pakken. Hij reisde heel Europa af om duidelijk te maken dat het hele vredesproces ernstig zou vastlopen wanneer niet zou worden ingegrepen.

    • Z.C.A. Luyendijk