Drie seconden van triomf en tragedie

IVAN JEDESJKO, geboren in Stetski (Wit-Rusland) in 1945. Olympisch basketbalkampioen in München 1972. Won in 1976 brons op de Spelen van Montreal. Werd negen keer kampioen van de Sovjet-Unie, behaalde twee Europese titels en werd één keer wereldkampioen. Werkte bij de Spelen van 1980 in Moskou als tv-commentator.

Basketballer Ivan Jedesjko ging in 1972 naar München om zilver te behalen. Hij kwam terug met goud. In de meest geruchtmakende finale uit de olympische geschiedenis versloeg de Sovjet-Unie het onverwinnelijke team van de Verenigde Staten.

Ivan Jedesjko is als basketballer negen keer kampioen van de Sovjet- Unie geweest, twee keer kampioen van Europa, een keer olympisch kampioen en nog een keer wereldkampioen. Als trainer heeft hij communisten geholpen in Guinee-Buissau, fortuin gemaakt in Beiroet en het afgelopen half jaar zonder salaris moeten werken in Rusland. Toch wordt zijn hele sportieve leven beheerst door drie luttele seconden.

De drie seconden behoren wel tot de meest controversiële in de geschiedenis van de Olympische Spelen. Op zondagmorgen 10 september 1972 besliste het basketbalteam van de Sovjet-Unie in die tijdspanne de olympische finale in München op een manier die tegenstander de Verenigde Staten zo boos maakte dat de Amerikaanse spelers weigerden hun zilveren medailles in ontvangst te nemen.

“Om het moment goed te kunnen begrijpen, moet je terug naar de tijd vóór de finale”, zegt Jedesjko, nu een 51-jarige man met een onopvallend - op zijn lengte na - uiterlijk in een onopvallend appartement in Moskou. “De Amerikanen voelden zich destijds onoverwinnelijk. Zij hadden alle 62 wedstrijden gewonnen die zij ooit in olympisch verband hadden gespeeld. Zelfs wij dachten dat ze onverslaanbaar waren. We hadden in Amerika tegen collegeteams geoefend en die waren voor ons, het nationale team van de USSR, al bijna te sterk. Onze opdracht voor München was dan ook om zilver te halen. Dat zegt eigenlijk al genoeg, dat Sovjet-sporters zich richtten op de tweede plaats.”

Toen de finale eenmaal werd gehaald, vertelt Jedesjko, stimuleerde trainer Vladmir Kondrasjkin zijn spelers natuurlijk om in Sovjet-traditie het plan niet alleen te vervullen maar ook te overtreffen. En met nog iets meer dan zes minuten te spelen tot het laatste fluitsignaal hadden de Sovjets een voorsprong van acht punten weten op te bouwen. “U weet hoe het dan gaat. We kregen het gevoel dat we zouden winnen en begonnen fouten te maken.”

De voorsprong slonk tot één punt. En met nog zes seconden te spelen verspeelde aanvaller Sasja Belov de bal, waardoor de Amerikaan Doug Collins in kansrijke positie kwam. Tegen hem werd een overtreding begaan en Collins kreeg, drie seconden voor tijd, twee vrije worpen. Hij maakte ze allebei en Amerika stond met 50-49 voor. Er was nog één seconde te spelen.

“Dit is het moment dat de triomf begon, of de tragedie, afhankelijk van hoe je het bekijkt”, zegt Jedesjko, die verslag doet alsof de wedstrijd van 24 jaar geleden zich op dit moment in zijn huiskamer afspeelt. Gezegd moet worden dat hij het destijds, in München, goed moet hebben kunnen zien. Hij stond op dat cruciale moment niet in het veld maar zat op de bank, naast trainer Kondrasjkin die volgens Jedesjko “alle eer toekomt”. Kondrasjkin begon namelijk zoveel stennis te maken bij de tafel waar de puntentelling werd bijgehouden, dat de scheidsrechter zich gedwongen zag het spel stil te leggen.

De opgewonden Sovjet-coach beweerde dat hij een time-out had aangevraagd juist voordat Collins zijn tweede strafworp had genomen. Inderdaad had de hoorn voor de time-out geklonken op het moment dat Collins' bal op weg naar de basket was. De voorzitter van de Internationale Basketbal Federatie, de Brit William Jones, mengde zich in het tumult en oordeelde dat het niet direct honoreren van de time-outaanvraag een fout van de scheidsrechter was. Daarom moest volgens hem de klok drie seconden worden teruggezet.

Hoewel direct ingrijpen van een bondsvoorzitter in een wedstrijd niet in de reglementen is voorzien, werd de beslissing van Jones overgenomen. Coach Kondrasjkin bracht Jedesjko in het veld, een specialist in worpen over grotere afstand. Jedesjko wierp de bal over een afstand van 30 meter naar Sasja Belov. Die schudde op zijn beurt twee Amerikaanse verdedigers van zich af en bracht een fractie van een seconde voor tijd de eindstand op 50-51. Goud voor de USSR.

De Amerikanen hebben nog een protest ingediend, dat officieel is behandeld door een vijfkoppige jury. Met 3 tegen 2 stemmen besliste deze jury in het voordeel van de Sovjet-Unie. De drie stemmen waren afkomstig van officials uit Hongarije, Polen en Cuba, de twee uit Puerto Rico en Italië. Het was de Koude Oorlog op zijn heetst en de Amerikanen weigerden vervolgens hun zilveren medailles in ontvangst te nemen.

Vierentwintig jaar later heerst bij Jedesjko nog altijd de opvatting dat die morgen in Munchen de rechtvaardigheid heeft gewonnen - maar rotsvast is zijn overtuiging niet. “Het terugzetten van de klok staat in de regels van de FIBA, dat had met de tegenstelling Amerika-Rusland niets te maken”, zegt hij. Maar de verdeeldheid binnen de jury die over het Amerikaanse beroep moest oordelen, die is ook voor Jedesjko moeilijk te verklaren uit verschillend spelinzicht alleen. “Sport zonder politiek bestaat niet. In die tijd wás sport politiek.

En er stonden dus grote belangen op het spel.” Zo kan hij evenmin geloven dat de Amerikaanse spelers uit zichzelf hun zilveren medailles weigerden. “Ook dat is natuurlijk hogerop beslist.” De protesten van de Amerikanen hebben in de Sovjet-Unie zelf overigens geen indruk gemaakt. De basketbalspelers werden bij thuiskomst ontvangen als helden.

De media schreven lyrisch over de 'gouden pass' van Jdesjko, de regering gaf iedere speler 300 dollar en 3.000 roebel, destijds een aanzienlijk geldbedrag. En de minister van Defensie besloot dat zij allen werden bevorderd. “We waren tenslotte officieel militairen”, zegt Jedesjko over de toenmalige status van mannelijke 'amateur' topsporters in de USSR. Hijzelf werd bevorderd tot luitenant. Toen hij vorig jaar officieel met pensioen ging, had Jedesjko het al basketballend tot kolonel gebracht.

Ivan Jedesjko is geen man die plakboeken over zichzelf bijhoudt of zijn kamer vol heeft staan met trofeeën. Zijn medailles zitten allemaal bijelkaar in een koffertje, dat is weggestopt in het bruine wandmeubel dat de woonkamer domineert. Er is ook niets dat deze huiskamer onderscheidt van een doorsnee kamer in Moskou. Tegenover het wandmeubel staat de bank. Op het behang is van vloer tot plafond een berglandschap afgebeeld. De televisie staat aan, maar ook daarop geen basketbal. Het is de Amerikaanse soapserie Santa Barbara.

Misschien komt het ook doordat Jedesjko ook op zijn 51ste nog geen tijd heeft voor herinneringen. Direct nadat hij in 1980 stopte als speler, werd de olympische kampioen jeugdtrainer bij zijn club TsSKA (CSKA), de Centrale Sport Club van het Leger.

Vier jaar later werd hij door zijn superieuren uitgezonden naar Guinee-Buissau alwaar hij Afrikaanse soldaten de fijne kneepjes van het basketbal moest bijbrengen. “Ik moest mijn internationale communistische plicht vervullen”, verklaart hij.

Leuk was het niet. “Het licht viel de hele tijd uit, er was geen drinkwater en ik moest de hele tijd mijn uniform aan. Het valt niet mee om daar in de hitte een officiële vertegenwoordiger van de Sovjet-Unie te zijn.” In 1986 mocht Jedesjko weer terug naar Moskou, alwaar hij in 1991 hoofdtrainer werd van TsSKA. En toen viel midden in de competie de Sovjet-Unie uiteen.

Ongeacht wat Boris Jeltsin voor Rusland heeft gedaan, vertelt Jedesjko, voor het basketbal waren zijn hervormingen funest. Eerst moesten verschillende roemrijke clubs als Kaljev uit Tallinn, de laatste kampioen van de Sovjet-Unie zich terugtrekken omdat zij ineens niet meer bij Rusland hoorden. Andere teams, vooral die uit Siberië, hielden het voor gezien omdat ze de reiskosten van de uitwedstrijden niet meer konden opbrengen. De beste spelers vertrokken als profspeler naar het buitenland. TsSKA is in het seizoen 1991-92 nog wel kampioen geworden, maar de feestvreugde werd gedempt door de wetenschap dat de competitie op de laatste speeldag nog slechts vier clubs telde.

“Het was verschrikkelijk”, herinnert Jedesjko zich. De overheid gaf geen geld meer, particuliere sponsors waren er nog niet. Het publiek moest aan zijn eigen overleven denken en had geen tijd meer voor sportwedstrijden. “Van sportsterren waren we van de ene op de andere dag meelijwekkende bedelaars geworden.” Toen de TsSKA-trainer een aanbod kreeg uit Libanon nam hij dat met beide handen aan. Jedesjko nam twee Russische jeugdspelers mee en werd met het hoofdstedelijke Beiroet drie keer kampioen in drie jaar. Over zijn salaris in het Midden-Oosten doet hij geen mededelingen, maar “het was ten minste tien keer zoveel als hier”.

Aan het begin van het afgelopen seizoen is Jedesjko teruggekeerd als assistent-trainer naar zijn oude club. De economische hervormingen in Rusland hebben een kleine groep banken en bedrijven inmiddels nieuwe rijkdom gegeven. Buitenlandse merken zoals Nike treden eveneens als sponsor op. TsSKA is eind mei kampioen geworden van de 'superliga' waaraan acht clubs deelnemen.

Met vallen en opstaan, dat nog wel. Toen de Mezjprombank eerder dit seizoen in moeilijkheden raakte, had dat meteen tot gevolg dat trainers en spelers zes maanden geen salaris ontvingen. “Dat was een stelletje criminelen”, zegt Jedesjko over de bank, de toenmalige hoofdsponsor van TsSKA. “Nu zijn er gelukkig andere sponsors gevonden en zijn de grootste problemen opgelost.”

Dat betekent dat bij de Moskouse topclub jaarsalarissen van 100.000 gulden niet meer ongewoon zijn en dat bij thuiswedstrijden zo'n 3.000 man op de tribune zitten. Internationaal gezien is dat nog zeer bescheiden: Dominique Wilkins, de Amerikaanse veteraan die TsSKA ongeveer in zijn eentje de das omdeed in de eindronde van het Europa-Cuptoernooi afgelopen april, krijgt bij het Atheense Panathinaikos 3,5 miljoen dollar per jaar. De wedstrijden van de Griekse kampioen zijn in Griekenland regelmatig live op de televisie.

Het Russische basketbal begint volgens Jedesjko dus wel weer mee te tellen, maar het niveau van de Sovjet-Unie wordt nog lang niet gehaald. De Russen ontbreken dan ook in Atlanta. “We hebben ons niet weten te kwalificeren”, moppert de man die is gewend te winnen.

Het niveau van de Russische basketballers is niet het enige waarover Jedesjko moppert. Het gebrek aan aanzien geeft eveneens reden tot verbittering. “Vroeger werd ik herkend als ik over straat liep. Als een basketballer ergens binnenkwam werd er gefluisterd, daar heb je die en die olympische kampioen. Nu zijn er andere helden. Daar is die zakenman, daar is die miljonair, dáár gaat het tegenwoordig om. Het is diep treurig.” Jedesjko werpt zijn handen in de lucht en zucht. Komt de tijd ooit nog terug dat drie seconden een Russische sportman legendarisch konden maken?

    • Hans Nijenhuis