De favoriet van ...

Arnold Heertje, hoogleraar staathuishoudkunde:

“Fanny Blankers-Koen. Een indrukwekkende sprintster. Ik herinner mij nog goed, hoe zij in 1948 een partij afstanden won. En dan had je ook nog de zwemsters Nel van Vliet en Erica Terpstra. Alleen weet ik niet in welk jaar dat precies was.”

Wim Quist, architect: “Die Amerikaanse zwemmer, die later tandarts is geworden: Mark Spitz. Niet omdat hij tandarts is geworden, maar omdat hij vijf gouden medailles heeft gewonnen. Een ongelooflijke prestatie.”

Henk Kroes, voorzitter Friese Elfsteden:

“Fannie Blankers-Koen, die ging lang geleden als eerste over de lijn. Tegenwoordig ben ik voor Ellen van Langen, dat is een taaie doorzetster. Ze zal dit jaar wel niet winnen, maar ik wens haar veel succes.”

Kitty Courbois, actrice:

“Jesse Owens. Hij kaapte als donkere atleet tijdens de Spelen van 1936 voor de ogen van Hitler alle medailles weg van de arische jongens. Ik heb het zelf niet meegemaakt - ik ben uit '37 - maar ik heb er veel over gelezen.”

Nouchka van Brakel, regisseur:

“Abebe Bikila. Die heb ik eens in een film gezien over de Spelen. Daarin zat een shot dat zo indringend was, dat je als kijker bijna mee ging hijgen. Prachtig, zoals hij liep met die lange trage passen.”

Frits Bolkestein, fractievoorzitter VVD:

“Tennisspeler Jan Siemerink. Hij is linkshandig, net als ik. Bovendien heeft hij nog wat goed te maken na zijn teleurstellende optreden op Wimbledon. Bij de Paralympics is Maaike Smit bij rolstoeltennis mijn favoriet.”

Wubbo Ockels, ruimtevaarder:

“Sergei Boebka. Polsstokhoogspringen is mijn favoriete onderdeel. Mooi en spectaculair, een combinatie van kracht, techniek en behendigheid. Zelf ben ik een roeier, dus dat volg ik ook met veel belangstelling.”

Dr. Lou de Jong, historicus:

“Ruud Gullit. O, doet hij niet mee? Van de laatste jaren is Carl Lewis mijn favoriet. Vroeger vond ik Paavo Nurmi geweldig. Een Finse hardloper die in de jaren twintig veel gouden medailles won op de lange afstanden.”

Karin Bloemen, cabaretière:

“Ellen van Langen, 800 meter vrouwen. Zij leverde een fantastische prestatie tijdens de Olympische Spelen in Barcelona. Een geweldige atlete, die ondanks veel blessures toch weer terug is. Daar heb ik bewondering voor.”

Monique van der Ven, actrice:

“Stephan van den Berg, de windsurfer. Toen ik destijds in Los Angeles woonde, heb ik de Spelen van 1984 op een leuke manier van dichtbij meegemaakt. Stephan van den Berg heeft mij toen rondgeleid door het olympisch dorp.”

Peter Timofeef, weerman:

“De volleybalploeg is wel geinig. Ze komen meestal net een tel tekort, maar in Atlanta wordt het spannend. Verder vind ik elke sport leuk, zodra er een Nederlander meedoet. Ik heb niet specifiek één favoriete sporter.”

Jan Blokker, columnnist:

“Ik heb geen favoriete sporter. Ik kijk nooit naar de Spelen met het gevoel van 'hij of zij moet winnen'. Evenmin ben ik voor iemand omdat hij of zij Nederlander is. Dat heb ik alleen bij Frank Rijkaard, omdat hij aardig is.”

Jeltje van Nieuwenhoven, Tweede-Kamerlid (PvdA):

“De heren volleybalploeg.

Die zijn zo verschrikkelijk mooi om naar te kijken. Ik kies dus maar even voor mezelf. Het is niet dat ik hoop dat ze goud zullen winnen in Atlanta; ik ga er gewoon van uit!''

Aad Nuis, staatssecretaris Onderwijs, Kunst en Wetenschappen:

“Zwemster Erica Terpstra!”

Marco Bakker, zanger:

“Linford Christie. Een sympathiek sporter. De laatste maanden heeft hij zich ook als mens geprofileerd. Daarvoor leek hij alleen een koele sporter. Hij is 36 jaar oud. Hij verdient het om nog één keer goud te winnen.”

Peter Struyken, beeldend kunstenaar:

“Fanny Blankers-Koen. Zij liep hard. Ik herinner haar niet uit de tijd dat zij won, maar ze was laatst op televisie. Andere namen weet ik niet. Ik denk dat ik evenveel namen van sporters kan noemen, als sporters van kunstenaars.”