Consequent

Omdat twee vliegen slaan in éen klap altijd aanlokkelijk is, gaan sinds vorige week stemmen op om Toneelgroep Amsterdam (TGA) maar weer te huisvesten in de Stadsschouwburg. Vorige week werd bekend dat de plannen om het nieuwe, eigen huis van het gezelschap aan de IJ-oevers te bouwen te duur werden. Hoofdstuk nummer zoveel in een lange geschiedenis.

Eerst zou het TGA-huis op de plek van theater Bellevue of theater De Balie worden gebouwd, toen was er sprake van een lokatie in de Bijlmermeer, de afgelopen maanden werd duidelijk dat het de IJ-oevers zouden worden. Hoe zeker het leek, ook dit gaat andermaal niet door.

Zakelijk leider Gerrit Korthals Altes reageerde precies zoals het hoort in dit soort gevallen: 'verbijsterd' en 'verontwaardigd'. Hadden hij en zijn gezelschap werkelijk iets anders verwacht? Me dunkt dat ze inmiddels genoeg ervaring hebben met het slalombeleid van de gemeente Amsterdam. Hoe dat ook zij, de vraag is hoe het nu verder moet.

In opportunistisch Amsterdam lijkt het antwoord voor de hand te liggen. De directeur van de Stadsschouwburg, Cox Habbema, stapte onlangs op, dus als TGA nu terugkeert naar de Schouwburg, worden ze baas in eigen huis en is de gemeente verlost van twee zwaarwegende problemen.

Maar zo moet het niet gaan. Weliswaar was de verhouding tussen Habbema en TGA slecht, maar de reden waarom het gezelschap naar het voorlopige onderkomen op het Westergasfabriekterrein is verhuisd, was niet zij, maar het gebouw. Dat bezwaar geldt onverkort; wie het nu terzijde schuift, denkt onhelder. (Even onhelder als degenen die van mening zijn dat TGA de instant-voorstelling Srebrenica! heeft kunnen maken dank zij het instituut 'Toneelfabriek', dat het gezelschap heeft ingesteld. Die voorstelling kon op zo korte termijn gemaakt worden, omdat het gezelschap beschikt over een eigen huis en om geen andere reden.)

Zuiver is dat TGA doorgaat op de eenmaal gekozen weg, de tegenslag die daarbij hoort voor lief neemt en de strijd met de zwalkende en onbetrouwbare gemeente om een eigen huis opnieuw aanbindt. Dat is akelig, maar wel consequent. De Stadsschouwburg zou een landelijk première-theater moeten worden, met een eigen produktie-budget en een bekwame directeur. Een tweede mogelijkheid is een open inschrijving te organiseren voor de vaste bespeling. De enige eisen die gesteld moeten worden is dat er kwaliteit geleverd wordt en er van het gebouw gehouden wordt.

In welke richting men ook denkt, uitgangspunt moet zijn dat de behuizing van TGA en de bespeling van de Stadsschouwburg twee verschillende problemen zijn, die niets met elkaar te maken hebben. Zo eenvoudig ligt het, hoe verleidelijk het ook is om het anders te zien.