Colombiaanse berggeit is zijn rivalen te slim af

VALENCE, 12 JULI. Op de uitlopers van het Andesgebergte zie je ze nog wel, de berggeiten die in prachtige cadans een helling beklimmen. Op iets te grote fietsen dansen ze met een superlicht verzet naar boven. In Europa rijden de Colombiaanse wielrenners de laatste jaren vrij anoniem rond. Ze komen kracht tekort tegen de zwaargebouwde coureurs. De berggeit is een uitstervend ras.

In de Tour de France zijn na twaalf dagen nog vier Colombiaanse renners in de strijd. Gisteren won Chepe Gonzalez de elfde etappe, na een niet voor mogelijk gehouden demarrage. De kleine coureur was zijn fysiek sterkere medevluchters te slim af in de straten van Valence. Op een kilometer van de streep versnelde hij in de laatste buitenbocht. Zijn rivalen hadden er niet op gerekend dat een lichtgewicht (57 kilo) zo hard op de pedalen kon stampen.

Gonzalez juichte op een manier die je nog maar weinig ziet in het peloton. Hij dacht er niet aan zijn shirt recht te trekken, om zijn sponsor te gerieven. Gonzalez juichte spontaan en balde zijn vuisten. “Ik had dit nooit verwacht. Vanmorgen vertelde onze ploegleider dat ik m'n kans moest wagen. Het was een etappe waarin de grote ploegen rustig aan deden. Niet te zwaar! In de bergen gaat het tegenwoordig veel te hard, daar sprinten ze bijna naar boven. Deze zege is ook een zege voor het Colombiaanse wielrennen. Ik voel me als een koning zo gelukkig.”

Gonzalez (26) is een generatie later geboren dan zijn streekgenoot Fabio Parra, de latere bondscoach die in 1988 nog als derde was geëindigd op de Champs Elysées. Gonzalez heeft niet meegemaakt hoe de Colombianen kleur gaven aan de Tour de France, met spectaculaire beklimmingen en dubieuze vriendendiensten. Wie herinnert zich niet Lucho Herrera, die bij zijn debuut in 1985 meteen de bolletjestrui won en in het hooggebergte Bernard Hinault op sleeptouw nam? Neutrale toeschouwers spreken er nog steeds schande van. Hinault, de latere winnaar, was zich van geen kwaad bewust. Herrera kreeg waarschijnlijk fors uitbetaald.

Elf jaar geleden debuteerde de Colombiaanse wielersponsor Café Colombia met een ploeg die geheel uit landgenoten bestond. De Zuidamerikanen waren destijds nog redelijk opgewassen tegen de Europese tempobeulen. In tijdritten en winderige etappes verloren ze veel terrein. In de bergen waren ze vaak de besten. De Europees getinte wielersport kreeg een positieve impuls, enigzins vergelijkbaar met de invloed die een paar jaar later uit het oostblok kwam overwaaien. Na Café Colombia werd Postobon de nieuwe sponsor van de Colombiaanse wielerploeg, die alleen in de eerste jaren deelnam aan de Tour.

Het gezicht van Gonzalez is tekenend voor de huidige malaise van de wielersport in zijn land. Op de linkerwang draagt hij een fors litteken. Een Franse televisieverslaggever was gisteren zo vrij om te vragen waarom Gonzalez zo verminkt is. Als zestienjarige had hij de wond opgelopen tijdens een wielerkoers. Valpartijen horen bij het fietsen, in Colombia meer dan elders in de wereld. Het is bijna geen nieuws meer als een Colombiaanse coureur ergens in zijn land om het leven is gekomen.

Tijdens het afgelopen wereldkampioenschap in Duitama waren de slechte wegen nog zorgvuldig dichtgesmeerd. Het WK-parcours was fraai geasfalteerd. Op alle andere wegen in het land vormden kuilen en hobbels een groot obstakel voor een trainende renner. Daarbij rijden de auto's onverantwoord hard en zijn de vrachtwagens nog veel gevaarlijker. De laatste jaren worden steeds meer koersen in speciaal aangelegde parken georganiseerd, maar voor een volkssport is een aangelegd parcours nauwelijks te verteren.

Wielrennen is in de breedte nog steeds een populaire sport in Colombia. Aan de top is het de laatste jaren behelpen. De meeste sponsors zijn niet bereid een hele dag op te draven, terwijl een voetbalwedstrijd slechts anderhalf uur duurt. Door het ontbreken van een nationale ploeg heeft de Tour de France ook aan waarde ingeboet.

De laatste jaren rijden de Colombianen voornamelijk in dienst van de Spaanse sponsor Kelme. De ploeg vol lichtgewichten telde bij de start in 's-Hertogenbosch vijf Colombiaanse renners. In de eerste etappe moest Hernan Buenahora de strijd staken met een gebroken pols die hij opliep na een valpartij op het bochtige Nederlandse circuit. De man met de mooie achternaam werd vorig jaar nog achtste in de Tour, waardoor oude ronaldotijden leken te herleven.

Kelme's ploegleider Alvaro Pino, ooit winnaar in de Vuelta, staat bekend als een harde leermeester. Oliveiro Rincon, een van de meest getalenteerde Colombianen, raakte danig in de war van Pino's werkwijze. Rincon won in 1993 nog een Touretappe naar Andorra, daarna ging het langzaam bergafwaarts met de Slanke van Zapaquira.

In 1994 was Nelson Rodriguez, wegens zijn geringe postuur en de chocoladefabriek van zijn ouders Cacaito genoemd, de laatste Colombiaan die een ritzege behaalde in de Tour. Rodriguez won de zware etappe naar het Franse skioord Val Thorens, waar de Colombiaanse radioreporters destijds huilend van blijdschap langs de kant stonden.

De overwinning van Chepe Gonzalez, tweevoudig winnaar van de Ronde van Colombia, werd gisteren minder uitbundig gevierd. Daarvoor waren in Valence te weinig landgenoten aan de streep en daarvoor was zijn overwinning ook niet spraakmakend genoeg. Een echte berggeit heeft op het vlakke niets te zoeken.

    • Jaap Bloembergen