ALBERT HELMAN 1903-1996; Schrijver voor de toekomst

De stilte na het wegfladderen van de vogel, de stilte van de voorbij drijvende regenwolk, de stilte na de kreun van de gegeselde slaaf, de stilte van de indiaan in de hitte van de savanne, de stilte na de koloniale geschiedenis van een eenzaam land - Albert Helman, die al deze stiltes hoorbaar maakte in zijn weemoedige romans, heeft zichzelf in eeuwige stilte gehuld. Hij overleed afgelopen woensdag.

Een gevoel van wroeging kan ik niet onderdrukken. Want de eer die hem had moeten toekomen bij zijn leven, hebben wij hem niet kunnen geven. Dat hij voor boeken als De Stille Plantage, Mijn aap schreit, Orkaan bij nacht, Aansluiting gemist, Afdaling in de vulkaan of Hart zonder land geen grote literaire prijzen kreeg (en alleen voor De Laaiende Stilte in 1952 de Vijverbergprijs ontving), dat hij in Nederland werd beschouwd als een exotische schrijver en in zijn geboorteland Suriname werd afgedaan als een Nederlander, dat critici zijn werk soms hebben genegeerd en heel vaak ondergewaardeerd, het zal Albert Helman allemaal niet veel hebben kunnen schelen. “Aan jou, om wie ik het eerste woord schreef en het laatste”, stond er bij wijze van opdracht in De Stille Plantage, zijn beroemdste roman. Een halve eeuw na de eerste verschijning ervan verklaarde hij in een naschrift: “De 'jou' van mijn opzettelijk nogal cryptisch gestelde opdracht was de lezer van de toekomst, liefst van de verre toekomst. Zo pretentieus was ik wel, en ben ik nog. Schrijf zó dat het ook voor een paar generaties later kan dienen, dat is altijd mijn streven geweest. Doe niet mee aan de succesvolle modes van vandaag, maar richt je op datgene waarvan je meent dat het algemeen-geldig en algemeen-menselijk blijft.”

Inderdaad, de lezer van de toekomst, het nageslacht, de kinderen van onze kinderen, uitsluitend daar was het Albert Helman om te doen. Hij had een afkeer van literaire kongsi's waarin men elkaar loftuitingen en prijzen toebedeelde, hij liet zich niet indelen in literaire richtingen en bleef zelfs in het enige gezelschap waartoe hij zich had gerekend, de kring rond het tijdschrift De Gemeenschap in de jaren dertig, 'een buitenbeentje'.

Om onderscheidingen en bekroningen gaf hij niet, maar de eer die Albert Helman minstens zou moeten zijn toegekomen was die van de erkenning en voortzetting van zijn idealen. Hij was een politiek gedreven en sociaal bewogen man, die in woord en daad onrecht en domheid bestreed. De koloniale hoogmoed en racisme van de zijde van Nederland net zo zeer als de achterlijkheid en benepenheid van de zijde van Suriname. Hij leverde slag tegen herenmoraal en slavenmoraal tegelijk, kordaat, doortastend en tot de laatste snik. “Suriname, om dat land kan ik niet meer geven”, zei hij in ons laatste gesprek, om direct daarop een felle tirade af te steken tegen de stompzinnigheid en slechtheid van de militaire en burgerlijke leiders die zijn landje in de verdoemenis hadden gestort.

Zelf had hij het ideaal van de beschaving gekoesterd, toen hij na de oorlog naar Suriname was teruggekeerd om er als minister grootse dingen te verwezenlijken: van de bestrijding van malaria tot de stichting van de eerste middelbare school, van het schrijven van kleine voorlichtingsboekjes tot de opvoering van grote theatervoorstellingen. Maar in plaats van zijn dadendrang en zijn beschavingsmissie te appreciëren en te vervolgen, werd Albert Helman door zijn land op een kleingeestige manier aan de kant gezet. Nooit heeft men willen erkennen dat hij de belangrijkste Surinamer was van deze eeuw.

Zijn vrijwillige ballingschap bracht hem naar Washington, het Caribische eiland Tobago en later naar Amsterdam, waar hij ooit, door heimwee verscheurd, de eerste Surinaamse roman Zuid-zuid-west schreef en waar hij vorig jaar, op zijn tweeënnegentigste nog, de novelle Zomaar wat kinderen over het racisme onder scholieren voltooide. Dit boekje maakte hij in opdracht van een onderwijsinstelling, wat hem plezier deed, omdat hij zo een cyclus afsloot: als onderwijzer was hij begonnen, als opvoeder wilde hij eindigen. Alles voor het nageslacht, maar het nageslacht heeft hem veronachtzaamd. In eenzaamheid bleef hij achter, deze veelzijdige Surinamer en wereldreiziger, componist en correspondent in de Spaanse burgeroorlog, verzetsman en antropoloog, historicus en dichter, zwerver en romanticus, idealist en onvermoeibare doorbreker van de stilte die onwetendheid ons oplegt.

    • Anil Ramdas