Windmolens nu buitengaats

Vijfennegentig procent van de inwoners van Medemblik heeft geen bezwaar tegen de vier windturbines die sinds 1994 in het IJsselmeer staan. Ruim tachtig procent van de passanten, waterrecreanten veelal, deelt deze mening. Dit blijkt uit een onderzoek dat het NIPO in opdracht van Energiebedrijf Noord-West heeft gedaan. H.J. Kouwenhoven, projectmanager windenergie van het in Alkmaar gevestigde energiebedrijf: “Ook de belangengroepen, zoals de beroepsvaart en de Vereniging voor Behoud van het IJsselmeer, waarderen het project. Ze bieden wel weerstand tegen eventuele nieuwe projecten in het IJsselmeer.”

Sinds het Rijk in 1991 met de zeven windrijke provincies de afspraak maakte dat ze voor het jaar 2000 windturbines met een gezamenlijk vermogen van 1000 MW moeten plaatsen, hebben verschillende provincies problemen om het eigen aandeel te realiseren, onder meer omdat vanuit de bevolking steeds luidere bezwaren klinken tegen de turbines. Horizonvervuiling en geluidshinder zijn de voornaamste klachten. In Friesland, waar windmolens een totaalvermogen van 200 MW zullen moeten leveren, zijn bewoners zelfs een handtekeningenactie begonnen om plaatsing van nieuwe turbines tegen te gaan.

Voor Noord-Holland was de beperkte beschikbare ruimte aanleiding om bij wijze van proef vier molens in het IJsselmeer te plaatsen. Kouwenhoven: “Als je weet dat minister Wijers in het jaar 2020 zo'n 3000 MW aan vermogen wil hebben staan, zul je vroeg of laat naar buitengaatse toepassingen moeten. Wij willen, vooruitlopend op die ontwikkeling, nu alvast wat ervaring opdoen.”

In het water is volop ruimte voor molens. Uit een gedetailleerd onderzoek in opdracht van Novem door het IVAM Environmental Research van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat binnen een straal van hooguit twintig kilometer uit de kust zeker 2800 MW aan windturbines te plaatsen valt. Geschikte locaties hiervoor zijn het IJsselmeer, het landaanwinningsproject Nieuw-Holland (een nog te realiseren kuststrook tussen Scheveningen en Hoek van Holland) en enkele wateren rond de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden: de Voordelta, de Binnendelta's en de Westerschelde. Maar plaatsing is, ook op deze locaties, niet eenvoudig. Belemmeringen vormen eventuele hinder voor de scheepvaart, onder meer door de verstoring van radarbeelden, aantasting van het landschap en nadelige effecten voor vogels.

Europese zeeën

Een alternatief is om windmolens op grotere afstand van de kust in zee te plaatsen. Groot voordeel is dat de turbines daar kunnen profiteren van hogere windsnelheden. De Europese zeeën lijken grote mogelijkheden te bieden voor offshore windturbines. Dat blijkt uit een recente EU-studie, uitgevoerd door Germanischer Lloyd en Garrad Hassan and Partners, waarbij onder meer gekeken is naar de waterdiepte, de afstand tot de kust, de helling van de zeebodem, defensie- en natuurgebieden, aanwezige olie- en gasplatforms, de loop van gas- en olieleidingen en elektrische kabels, en navigatieroutes. Tijdens een onlangs gehouden Novem-bijeenkomst over 'niet-traditionele locaties voor windturbines' werd echter naar voren gebracht dat plaatsing op de Noordzee financieel alleen rendabel zal zijn met zeer grote windturbines van 6 à 7 MW of met meer dan een turbine per mast. Zulke grote windturbines bestaan nog niet en zullen de eerstkomende vijftien jaar ook niet voorhanden zijn.

Als vervolg op de eerder genoemde EU-studie onderzocht het Instituut voor Windenergie van de TU Delft de mogelijkheden om offshore windturbines te optimaliseren. Als onderdeel van deze studie werd een kostenschatting gemaakt van offshore-windturbines op vier locaties in de Noordzee en de Baltische Zee. De afstand tot de kust varieerde van 0,1 km (voor de kust van Duitsland) tot 50 km (bij IJmuiden). Voor de locaties dichtbij de kust viel de kostprijs van de opgewekte energie gunstiger uit, ondanks het feit dat de gemiddelde windsnelheid daar minstens twintig procent lager is dan bij de locatie 50 km voor IJmuiden.

Projectleider Kühn verwacht dat met de bestaande molens met vermogens van 0,5 tot 1,5 MW op korte termijn offshore parken tot stand zullen komen. “Ik verwacht dat tegen het einde van deze eeuw buitengaatse windparken wel degelijk zullen kunnen concurreren met windturbines op land met een minder gunstig windregime.”

    • Rijkert Knoppers