Voorhoeve: nobele taak Srebrenica werd ramp

DEN HAAG, 11 JULI. De afgrijselijke gebeurtenissen in Srebrenica zijn niet door Dutchbat veroorzaakt en konden niet door Dutchbat worden tegengehouden. Het was een nobele taak die niet in een ramp had hoeven eindigen.

Dit zei minister Voorhoeve (Defensie) vanmiddag tijdens een besloten herdenking op het ministerie van Defensie één jaar nadat het Nederlandse bataljon op de vlucht werd gedreven uit het 'veilige gebied' Srebrenica en duizenden moslims werden vermoord.

De Veiligheidsraad van de VN had, volgens Voorhoeve, een illusie gecreëerd door Srebrenica tot veilig gebied te verklaren zonder dat de lidstaten van de VN daarvoor de middelen beschikbaar stelden en zonder dat er een helder politiek doel was gesteld. Er was geen militair concept met een afschrikkingseffect en geen heldere commandostructuur met operationele gevechtsstaven bij het instellen van enclaves.

Dat alles is de oorzaak van het trauma waarmee de militairen van Dutchbat en hun familieleden zitten. De schaamte van de wereld over het falen van de VN lijkt op hen te worden afgewenteld, aldus Voorhoeve, maar de kritiek op het militair falen van Dutchbat is zonder grond.

“Natuurlijk moet nooit beweerd worden dat alle Nederlanders, van de soldaat in Potocari die de vluchtelingen hielp tot de minister in Den Haag, alles goed hebben gedaan. De ramp is gewoon te afgrijselijk voor positieve conclusies.”

“Na de val van de enclave en de evacuatie van Dutchbat zijn er fouten gemaakt die grondig zijn geanalyseerd”, aldus Voorhoeve. Hij vermeldt dat er kritiek is geuit op Dutchbat, maar zelf is hij van mening dat de Nederlandse blauwhelmen de omvang van de ramp nog hebben weten te beperken.

Het gaat volgens Voorhoeve niet aan om achteraf alle schuld op Janvier (Franse commandant VN-troepen, red.) of Akashi (Japanse diplomaat die vertegenwoordiger was van VN-secretaris-generaal in het voormalige Joegoslavië, red.) te schuiven. Zij volgden hun opdrachtgevers, de secretaris-generaal en de Veiligheidsraad.

Van meet af aan was de enclave overgeleverd aan Bosnisch-Servische troepen er omheen en hun zware wapens. Als Mladic (hun generaal, red.) en zijn militairen zouden zijn geconfronteerd met een VN die niet met zich lieten spotten, hadden zij waarschijnlijk van verovering afgezien, zo meent Voorhoeve. Hij betwijfelt of tijdige luchtsteun de enclave had kunnen redden.

Voorhoeve hield een pleidooi om niet alleen de door het oorlogstribunaal in Den Haag gezochten maar alle hoofdschuldigen, de politici en militairen die de politiek van deportatie en massamoord hebben georganiseerd, op te pakken en te berechten. Ook de oorlogsmisdaden die door Kroaten en moslims zijn begaan dienen berecht te worden.

“Dat”, zo zei de minister aan het slot, “zijn wij de gevallenen verplicht.”